STADIA VAN REGENERATIE

Beschouwing over Meditatie en de Mystieke Weg

© Kees Voorhoeve

Inleiding 

De spirituele weg heeft als doel in contact te komen met de essentie van het leven en vanuit aandacht ons te openen voor liefde en wijsheid. Het is een opdracht ons af te stemmen op deze bron en helemaal ontvankelijk te zijn, zodat de zielekracht in ons hart geboren kan worden. Het is een intense ervaring van open en helder aanwezig zijn.

Hoe meer we luisteren naar deze stem van de bezieling, hoe meer onze levenshouding zal veranderen: niet meer egocentrisch gericht, maar open en doorschijnend, levend vanuit het hart.
Het betreft een omkering, een omslag. Het is een regeneratieproces. Regeneratie betekent vernieuwing en verwijst naar het ‘herboren worden’ van de innerlijke mens. Wijsheid en compassie stromen dan door ons heen en geven richting aan ons leven. We zien de werkelijkheid vanuit een spiritueel licht.

Bij het bestuderen van dit spirituele omkeringsproces zijn duidelijke fases of stadia te ontdekken. Het getal zeven speelt hierbij een belangrijke rol. In verschillende tradities zijn zeven fases van regeneratie te onderscheiden. Theresa van Avila spreekt in haar mystieke werken over zeven paleizen. Het gaat hierbij om de zeven verblijven van de innerlijke burcht van de ziel te exploreren en zodoende de heerlijkheid van de heilige essentie te aanschouwen. De mysticus Emanuel Swedenborg beschrijft zeven stadia van wedergeboorte in correspondentie met de zeven scheppingsdagen van Genesis. Het betreft hier een ontdekkingsreis waarin de hemelse mysteriën stap voor stap onthuld kunnen worden. Zo zijn er vele correspondenties met het getal zeven te ontdekken. In dit artikel zullen de zeven fases van de spirituele weg besproken worden in relatie tot meditatiebeoefening en de daarbij horende valkuilen.

Het begin 

De spirituele weg begint als de persoonlijkheid volwassen is geworden. Tijdens ons leven vanaf de geboorte maken we een ontwikkeling door van baby naar kind, en van de puberfase naar een volwassen mens. De persoonlijkheidsstructuur die we hebben opgebouwd vormt een fundamentele basis om ons leven vorm te geven. Zonder de persoonlijkheid zouden we niet kunnen denken en voelen. Door middel van deze egostructuur maken we onderscheidingen en geven we betekenis aan het leven. Het is dus van uitermate belang dat we een geïntegreerde persoonlijkheid opbouwen die zelfstandig en autonoom kan functioneren. Maar deze structuur vormt niet het einddoel. De persoonlijkheid is een tussenstadium. Het gaat om de diepere essentie, de zielekracht, wakker te maken. Ieder mens heeft een gevoel van heimwee in zich om met deze goddelijke adem verenigd te worden.

Er is sprake van een diep verlangen aangeraakt te worden door de ziel. We hebben allemaal hemelse zaden in ons die geactiveerd dienen te worden. Zodra we ons openstellen voor de bron, ontvangen we inspiratie en genade. Deze aanraking vormt het begin van de weg. Soms door het lezen van een mystieke tekst of het luisteren naar een inspirerend verhaal, worden we aangeraakt en gaan we vol verwondering op zoek naar de zin van het leven. Maar vaker is de drijfveer onrust. Ook al zijn we wellicht tevreden met ons leven en hebben we alles in materieel opzicht voor elkaar, toch missen we iets. Dit gemis, dit gevoel van leegte en honger, veroorzaakt onrust en vormt de basis voor het zoeken naar heelheid. Het uitgangspunt is namelijk dat we niet wakker zijn voor de ziel en eigenlijk in een bewustzijnsvernauwing of een toestand van ‘slaap’ leven. De mens is helemaal gehecht geraakt aan het aardse leven van de persoonlijkheid. Dit materialistische perspectief werkt als een vicieuze cirkel. Alle energie blijft op onze ik-beleving gericht en zorgt zodoende dat we aan het egocentrische bouwwerk blijven vasthouden. In deze schijnwereld zijn we afwezig, niet wakker. We voelen ons dan ongelukkig, we zijn niet ‘heel’ en blijven een hongergevoel houden. Maar hoe moeilijk is het om dit hongergevoel op een heilzame wijze te bevredigen? Iedere keer worden we weer meegesleurd met impulsen uit de omgeving. Ook al bevredigen deze aardse krachten ons niet fundamenteel, we raken er meer en meer aangehecht. De zuigkracht is te groot om te weerstaan. Hoe kunnen we deze fascinatie loslaten? Vaak gaat aan het begin van het regeneratieproces een crisis vooraf. We worden op hardhandige wijze wakker geschud. We lopen vast in ons dagelijkse leven. We hebben alles gedaan om geluk te vinden, maar niets werkt meer. En dan is het mogelijk dat we vanuit pure noodzaak stilvallen en plotseling het leven in een nieuw perspectief zien, een verschuiving van honderdtachtig graden. We worden geraakt in ons hart en de hemelse wereld gaat open.
 
Meditatie

Zodra we aangeraakt zijn en de eerste stap op de spirituele weg zetten, vormt meditatie de centrale oefening. Meditatie betekent ‘aandacht’ en ‘aanwezig zijn’. ‘Aandacht’ maakt ons ontvankelijk. Door aandachtig te zijn worden we bewust van wat er in ons leven gebeurt. We ontdekken hoe automatisch we leven en afgeleid worden. We beseffen hoe gedachten en gevoelens ons leven beheersen. We worden geleefd. Zie hoe dit werkt, elke dag opnieuw. Zie werkelijk wie we zijn en hoe we handelen. Tegelijkertijd dienen we deze bewuste ervaring in evenwicht te brengen. Dit noemen we ‘aanwezig zijn’. ‘Aanwezig zijn’ betekent leren in ons lichaam te wonen en je echt thuis voelen; de wereld ervaren, in het ‘hier en nu’, zonder dat we meegesleurd worden. We blijven in onze eigen kracht: een ervaring van geworteld zijn, een gevoel van stabiliteit en niet meer in bezit genomen door de constante stroom van denken en voelen. We leren onze krampachtige houding van vastgrijpen en vasthouden los te laten en oefenen in non-identificatie: we raken niet meer geïdentificeerd met onze egocentrische levenshouding en de zuigkracht van de wereld.

Vanuit de basishouding van ‘aandacht en aanwezig zijn’ kunnen we stap voor stap de meditatie verdiepen. We openen onze aandacht en bemerken meer en meer dat ons lichaam als een ruimte verschijnt. We ervaren een open doorschijnende ruimte, niet meer vastzittend in een egocentrisch beeld van onszelf en ons lichaam. We zijn open en ontvankelijk naar de wereld en tegelijkertijd aanwezig in de kracht van de ruimte-die-we-zijn. Vervolgens blijkt dat deze ruimte een middelpunt heeft, het mystieke hart, het centrum van ons wezen. Het mystieke hart vormt de innerlijke woonplaats van de ziel. Door steeds vanuit het mystieke hart aandachtig te zijn, kunnen werkelijk de ziel tot ontplooiing brengen en ons meer en meer laten inspireren door de goddelijke tegenwoordigheid, de eeuwige bron van liefde, compassie en wijsheid.

De oefeningen van aandacht, aanwezig zijn, ruimte en het mystieke hart kunnen zich echter niet beperken tot het mediteren in stilte en afzondering op een rustige plek in je huis. Als we opstaan en onze stille plek verlaten, stappen we in de dagelijkse werkelijkheid. We worden dan geconfronteerd met chaos, ellende, schoonheid, liefde enz. Hoe zullen we handelen, wat gaan we doen? Meditatie is een continue proces. Als we ‘s ochtends opstaan en ‘s avonds weer naar bed gaan. Als we onder de douche stappen, ons aankleden, tandenpoetsen en op een open en heldere wijze de dag proberen te beginnen. We oefenen meditatie als we boodschappen doen, lekker eten klaar maken en de afwas volbrengen. Ieder moment in het leven is eigenlijk een wonder. Meditatie is een onophoudelijk proces en doorsnijdt alle grenzen. Of we nu koken, afwassen, lopen of autorijden, ons leven is een kunstwerk. Bepaalde geluiden, zoals het rinkelen van een telefoon, kunnen ons meestal hinderen. Maar in plaats van geïrriteerd te raken door het geluid en automatisch in te gaan op allerlei associaties die naar boven komen, kunnen we proberen het geluid ruimte te geven en werkelijk te luisteren, rustig naar de telefoon te lopen en bewust te ademen. Kortom je niet door de telefoon van de wijs te laten brengen, maar aandachtig de gebeurtenis te gemoed te treden. Dit geldt ook als we in contact staan met het absurde en negatieve in het leven. Gevestigd vanuit de krachtige basis van meditatie kunnen we betrokken zijn en tegelijkertijd onbevangen in contact staan met verleidingen, met geweld, met de vergankelijkheid van het leven en met oneindig veel bijzondere, eigenwijze, gewone of hartverscheurende zaken. We bezitten zodoende de mogelijkheid ons werkelijk open te stellen voor de oerbron. We maken ‘ruimte’ en onze ervaring wordt meer en meer doorschijnend. Tegelijkertijd blijven we ‘aanwezig’ en laten ons niet meesleuren. Zodoende kunnen we de zuigkracht en gehechtheid van het leven neutraliseren. We kunnen volledig en helder het leven aanschouwen zoals het werkelijk verschijnt en meegaan met de beweging van de goddelijke adem, zonder vast te grijpen, zonder te oordelen.

De Amerikaanse Zenleraar Dennis Genpo Merzel zegt hierover:

"Leven in de Grote Weg (the Great Way), is leven zonder grenzen of afbakeningen. Het gaat niet over de vraag of dat makkelijk of moeilijk is. Het is eenvoudig "de Weg". Laat alles zijn, zoals het is. Het is zo eenvoudig, maar wij creëren altijd maar weer onnodige moeilijkheden. Wij zetten onze voorkeuren en aversies bovenop al hetgeen er is. Wij willen de dingen gewoon niet zien zoals ze zijn. Wanneer je niet langer stevig vasthoudt aan alle dingen en je niet langer vol gehechtheid lief hebt waarbij je alles onder controle wenst te houden, en geen aversie tegen de dingen koestert, dan zie je de dingen duidelijk zoals ze zijn, zonder observator. Dan is er alleen maar zien, alleen maar horen. Er is niemand, er is slechts ruimte. Het zelf is geledigd van het zelf." [Dennis Genpo Merzel "The eye never sleeps; striking to the heart of Zen", Shambhala 1991]

Het gaat om de geest te laten zijn, zo als het is. Net als met een glas water vervuild door modder, dienen we het glas gewoon te laten staan. Langzaam zakt de modder naar de bodem en het water wordt weer helder. Zo is het ook met onze geest. Maar zodra we onze geest gaan manipuleren en daarbij vasthouden aan onze voorkeuren en aversies, blijft er een troebele toestand aanwezig. Door niet meer mee te gaan met allerlei gedachten, beelden en gevoelens maar aanwezig te blijven in de levende ervaring, ontstaat er ruimte, openheid en gevestigd-zijn. De scheiding tussen degene die kijkt en het object waarnaar gekeken wordt verdwijnt. Er is sprake van een eenheidservaring. Geen zelf meer dat zichzelf ervaart. Geen fixatie en scheiding meer. Geen onderscheid tussen leven en dood, alleen maar een transparante ik-loze ervaring waarin alles helder en kleurrijk ontstaat en vergaat.
Het vraagt veel geduld, vertrouwen, doorzettingsvermogen en beoefening om werkelijk los te laten en de zuigkracht van de wereld te doorbreken. Het is een intense worsteling. Het bewandelen van de mystieke weg is geen gemakkelijke opgave maar het biedt wel de mogelijkheid om werkelijk tot bevrijding te komen. Het is een fundamentele uitdaging verschillende hindernissen te overstijgen en uiteindelijk inzicht te ontwikkelen in de grondslag van het leven en de ziel tot ontplooiing te brengen.

Joseph Goldstein en Jack Kornfield vatten deze uitdaging als volgt samen:

"Het groot en prachtig recht dat wij mensen hebben is het recht om het pad van ontwaken te gaan. Vaak zal het moeilijk zijn en van tijd tot tijd zelfs onmogelijk lijken. Thomas Merton schrijft hierover: 'Op het moment dat het onmogelijk lijkt om lief te hebben en het hart in steen is veranderd, leert men wat werkelijke liefde is en wat het betekent om werkelijk te bidden'. Als wij in staat zijn dat te onthouden, gaan de moeilijkheden die wij in de praktijk tegenkomen deel uit maken van de volledige meditatie. Zo ontstaat er een plek waar wij kunnen leren om het hart te openen. De moeilijkheden zijn het sap, deel van hetgeen ons levendig houdt. Het werken met hindernissen zal ons tot groter inzicht brengen en tot meer begrip." [Joseph Goldstein & Jack Kornfield "Seeking the heart of wisdom; the path of insight meditation", Shambhala 1987]

Fases van de spirituele weg

1e Fase 

Als we het pad van ontwaken of regeneratie gaan bewandelen is de persoonlijkheidsstructuur in het begin van deze nieuwe ontdekkingsreis nog dominant aanwezig. In vergelijking met de volwassenstructuur van de persoonlijkheid bevindt de bezieling zich in deze 1e fase nog in een babystadium. De sfeer van bezieling is woest en ledig. De mystieke weg begint in duisternis.
De mens is volkomen gehecht aan het aardse leven. We leven in fascinatie. Het is een diffuse en chaotische ervaring. De persoonlijkheid leeft van identificatie en bezitsdrang waardoor bezieling nog sluimerend op de achtergrond aanwezig is, onbewust in ons hart verscholen.

De centrale oefening van ‘aandacht en aanwezig zijn’ speelt in deze fase een belangrijke rol om bezieling meer en meer wakker te maken. Het gaat om aandachtig te kijken en gewaar te zijn bij wat er gebeurt, zonder meegezogen te worden door allerlei fascinaties. Probeer daarbij de werkelijkheid te zien als een uitdrukking van bezieling, als een theofanie, een verschijning van het goddelijke.
De bezieling laat zijn/haar aangezicht zien: de wereld van de aardse verschijnselen komt in het heldere licht te staan. Het schone verschijnt in de natuur, in de lucht, in een vogel die voorbij vliegt, in een mens die lacht. Kortom: zien, horen, ruiken, proeven en betasten van het Koninkrijk Gods. We dienen elke ervaring serieus te nemen zowel het zintuiglijke, het psychologische als het spirituele. Durf daarbij je eigen referentiekader tussen haakjes te zetten. Dat wil zeggen: opzij zetten van bekende methodes, vooroordelen en veronderstellingen, zo puur mogelijk observeren en deelnemen, eerlijk en zo dicht mogelijk bij de eigen ervaring blijven en werkelijk zoeken naar het wezen van de dingen. Vervolgens stellen we belangrijke vragen: Wie ben ik fundamenteel? Hoe kan ik wakker worden? Wat toont zich werkelijk? Wat is de kwaliteit van mijn handelen?

We zijn op zoek naar zelfkennis en richten ons naar de bezieling voor de antwoorden. We worden ontvankelijk en proberen ons zo veel mogelijk te openen. We gaan op zoek naar de juiste resonantie, hemels voedsel ontvangend. De diepe mysteriën worden geopenbaard. Het geeft veel enthousiasme en motivatie. Direct geraakt in ons hart, stromen we over van levensvreugde. Verschillende hemelse zaden worden aangeraakt. Er ontstaat een diep vertrouwen en ik zeg met veel overtuiging ‘Ja’ tegen de spirituele weg.

Valkuilen
In deze 1e fase kunnen verschillende valkuilen zichtbaar worden. Het is belangrijk daar steeds bewust van te zijn. Een grote valkuil is dat we iets willen bereiken, maar dan vanuit eigen belang, een vorm van spiritueel materialisme. We willen meteen in de hemel terechtkomen en het liefst zo snel mogelijk. We doen het eigenlijk voor onszelf. Ik wil er beter van worden.

In plaats van dat we de egocentrische houding loslaten, wordt het ik-gerichte alleen maar sterker. We gaan ons dan ook nog erg bijzonder voelen en voordat we het weten, neemt spirituele hoogmoed van ons bezit. We weten het beter dan de ander en nemen onze eigen mening serieuzer dan wat er volgens de traditie verteld wordt. We vergeten dat we ons nog steeds in de kelder van ons bestaan bevinden, maar denken ondertussen dat we het einddoel van het paradijs al bereikt hebben. Hiermee samenhangend bestaat het risico dat we toch te veel de uiterlijke mens als maatstaf blijven nemen en onze subjectieve waarden en normen als het uitgangspunt blijven houden. De neiging ontstaat alles te plaatsen in het eigen referentiekader en overal een verklaring voor te geven. Dat we daarmee het mysterie niet meer toelaten, hebben we niet in de gaten. Ons eigen gevoel geeft hier de doorslag in plaats van dat we luisteren naar de stem van de bezieling.

2e Fase 

De 2e fase betreft het kindstadium van de bezieling. Meer en meer begint de zielekracht te verschijnen. We leren onderscheid te maken tussen dat wat bij de persoonlijkheid hoort en dat wat de bezieling uitstraalt. Deze fase wordt ook wel het stadium van de scheiding of de dood genoemd omdat er een splitsing plaatsvindt tussen onze eigen wil en de wil van bezieling.

De belangrijkste meditatiebeoefening in deze fase is leren als ‘ruimte’ aanwezig te zijn.
We stemmen ons af op een open doorschijnende ruimte, zonder geïdentificeerd te zijn met allerlei impulsen. We dienen in deze fase de automatische stroom van denken en voelen te doorbreken. Alle egocentrische en vastgeroeste patronen, alle vormen van fascinatie en gehechtheid worden losgeweekt en schoongespoeld. We oefenen constant in non-identificatie. Tegelijkertijd is de zuigkracht naar de wereld zeer groot en een innerlijke strijd brandt los. Dit is een intens zuiveringsproces. De scheiding die uiteindelijk ontstaat, geeft een ervaring van bevrijding, maar er ontstaat ook koelte en distantie.

De persoonlijkheid wordt passiever, maar de bezieling bevindt zich in een kindstadium en heeft nog te weinig kracht. De spirituele kracht wordt als de ander ervaren. Hierbij is een onophoudelijk vertrouwen noodzakelijk. Blijf vertrouwen en blijf gemotiveerd om de spirituele weg te volgen.
Besef dat dit een fase is waar je door heen moet gaan. Ga door met meditatie en vraag de bezieling om hulp en kracht om niet meer met de uiterlijke mens meegesleurd te worden. We proberen elke dag af te wegen wat hoort bij de aarde en wat hoort bij de hemel: wat is uiterlijk (persoonlijkheid) en wat is innerlijk (bezieling)? Biedt weerstand tegen verleiding van de uiterlijke mens en besef vooral tot in het merg van je botten dat ‘Ik’ niets zelf kan. We dienen tot overgave te komen. Ik besef dat ‘ik’ niet de bron ben. Niet mijn wil, maar werkelijk Uw Wil geschiede, vormt de grondervaring.

Valkuilen:
In deze fase blijft de zuigkracht van de wereld en de persoonlijkheid volop aanwezig en tegelijkertijd zijn we nog niet helemaal vertrouwd geraakt met de zielekracht die meer doorbreekt. Deze ervaring van innerlijke verdeeldheid kan betekenen dat we ons meer en meer gespleten gaan voelen.
We worden verscheurd door tegenstrijdige gedachten en gevoelens. Het ene moment vanuit enthousiasme staan we klaar voor de ander en geven we al onze aandacht. Het andere moment hebben we flink de pest in en zijn we niet meer bereid de ander te helpen en sluiten we ons af.
Naast het feit dat we in de 2e fase helder worden geconfronteerd met deze innerlijke verdeeldheid, vindt er ten aanzien van het zuiveringsproces tevens een versterking plaats van frustratie en lijden. Het licht schijnt op onze donkere kant, alles wat verdeeld is en vastzit en waar we last van hebben, wordt zichtbaar gemaakt en versterkt met als doel omgevormd te worden. Het gevaar is aanwezig dat we niet willen leven met deze zuivering en innerlijke dualiteit; we dreigen weer terug te vallen in onze oude patronen van egocentrisch gedrag en we schermen ons af van het zuiveringsproces. Spirituele luiheid treedt dan naar voren. We hebben geen zin meer om te oefenen en kiezen voor de verleidingen van de wereld. We hangen thuis wat rond en kijken naar de televisie, een beetje zappend en passsief consumerend, weg is de behoefte aan meditatie en spiritualiteit. De situatie kan ook de andere kant opslaan: het spirituele materialisme neemt juist toe. We willen de zaak beheersen en vanuit een zekere overmoed gaan we zelf de Toren van Babel bouwen; we willen op onze eigen kracht opklimmen naar de bezieling en de hemel bestormen om het grote geluk te verwezenlijken. Vroeg of laat zullen we flink vastlopen, want deze ik-gerichte weg brengt ons alleen maar op een dwaalspoor.

3e Fase 

De 3e fase staat in de context van overgave. Dit betekent een ontlediging van vastgeroeste structuren. In de 2e fase staat het onderscheid tussen de persoonlijkheid en bezieling centraal. In de 3e fase wordt al het overbodige van de persoonlijkheid weglaten. We geven onze zelfgenoegzaamheid op en accepteren de hulp van de bezieling. In deze 3e fase, ook wel de puberfase van de ziel genoemd, gaat het om een omkeringsproces, waarbij we ons werkelijk dienen over te geven. Maar hoe moeilijk is het om tot overgave te komen. Willen we wel echt onze ik-gerichte beleving loslaten in dienst van het spirituele? Ondanks deze weerstand, groeit het besef dat de uiterlijke mens zich op een doodlopende weg bevindt. Je kan jezelf alleen nog maar opofferen. We dienen nu steeds de juiste keuze te maken, we kiezen fundamenteel voor de spirituele weg. Eigenlijk kiezen we niet zelf meer. Ik kies niet maar de bezieling kiest voor mij.

Zelfobservatie vormt hierbij de belangrijkste meditatie oefening. Dat wil zeggen: waakzaam-zijn en eerlijk kijken hoe je leeft. Elke avond terugkijken in hoeverre we geleefd hebben in overeenstemming met de spirituele natuur. Ook al loopt de meditatie steeds vast omdat we toch de neiging hebben het zelf te willen doen, we bemerken dat we niets kunnen. We zweven voortdurend tussen berouw en wanhoop. Berouw en wanhoop over het feit dat we toch weer de baas wil zijn, dat we toch weer meegesleurd worden, dat we toch weer in allerlei valkuilen stappen. Berouw werkt helend, als we maar niet oordelen. We tonen berouw zonder te oordelen en zonder toe-eigenen. We kijken eerlijk en met compassie naar de donkere kanten en valkuilen. Door berouw te tonen komt er plaats voor acceptatie en vergeving. Acceptatie en vergeving helpen mij los te laten.

Valkuilen
Als we waakzaam zijn bij wat er in ons gebeurt, zien we meer en meer het spel van vele ‘ikken’ die willen overheersen. Het lijkt soms wel op oorlog. Een hele gemeenschap van wijzen en dwazen leveren strijd en beïnvloeden ons leven.
Een valkuil van deze fase is dat we de oefening van berouw willen overslaan. Berouw betekent zelfconfrontatie, en daar hebben veel ‘ikken’ geen zin in. We kunnen ook de neiging hebben tijdens de ervaring van berouw te oordelen en onszelf juist alle negativiteit toe te eigenen.
We kijken dan negatief tegen ons gedrag aan en beschouwen onszelf als slecht. Ondertussen is dit oordelen alleen maar voeding voor allerlei ‘ikken’ die verder in ons de strijd aangaan en ons nog verder in gehechtheid doen belanden.

In deze fase kunnen we ook regelmatig in een woestijnperiode terechtkomen. De meditatie- beoefening is routine geworden. We oefenen wel trouw maar er gebeurt niet zoveel.
De meditatie droogt als het ware op. We voelen dan geen inspiratie. Meditatie en gebed helpen niet meer. We zitten vast en de kans is groot dat gevoelens van somberheid en depressie de overhand gaan nemen. We ervaren frustratie in onszelf en we zien zoveel ellende om ons heen en in de wereld. Twijfels komen naar voren. Waar is de bezieling? We zien het leven niet meer in het hemelse licht. Was alles dan maar schijn? De woestijnperiode maakt ons kwetsbaar. We voelen ons verward en teleurgesteld. In plaats van vol vertrouwen door te zetten en in de woestijn de negativiteit uit te zweten, nemen twijfel en ongeloof van ons bezit. De neiging ontstaat weg te vluchten. We keren terug naar ons oude leven gericht op fascinatie van het aardse of we gaan juist helemaal op in het hemelse. In beide gevallen is het een verabsolutering. We ontkennen het spirituele en blijven vanuit een materialistische houding leven of we ontkennen het aardse en vervallen in een anti-aardse en anti-lichamelijke houding. Dit zijn allemaal vormen van wegvluchten. Zie dat het gebeurt en laat het toe. Ga in vertrouwen verder, ook al zit je vast en voel je geen inspiratie. Het beste is jezelf dan niet te serieus te nemen en niet alles op jezelf te betrekken. We blijven lachen en genieten. We proberen de ‘lastige ikken’ en valkuilen te omzeilen door dienstbaar te zijn en naastenliefde uit te stralen, praktisch te handelen in het hier en nu en gewoon werken, boodschappen doen, eten koken, lezen enz. Maar vooral elke dag opnieuw ‘Ja’ zeggen, vol verlangen ‘Ja’ zeggen tegen de bezieling. Elke dag mediteren, of het nu wel of niet goed gaat; elke dag afstemmen, elke dag overgave aan de spirituele tegenwoordigheid.

4e Fase 
 
In de 4e fase vindt de omslag plaats van het persoonlijke naar bezieling. Mijn wezen is werkelijk door het goddelijke aangeraakt. We zijn ‘ruimte’, we zijn volledig ‘aanwezig’ gesteld. De ruimte-die-ik-ben is een ontmoetingsplaats geworden met het goddelijke. Het zwaartepunt is verschoven, we zijn volwassen geworden. De persoonlijkheid is meer en meer passief en de zielekracht straalt actief vanuit het mystieke hart. De spirituele wil staat centraal en er is volledige overgave in liefde. Het conceptuele denken van de persoonlijkheid is tot rust gebracht en gedraagt zich als een instrument. We worden niet meer automatisch meegesleurd door lastige emoties. De oefeningen van ‘ruimte zijn’ en non-identificatie hebben zich geïntegreerd in het dagelijkse leven. Er wordt geen nieuwe voeding meer gegeven aan heilloze gedachten-constructies en emotionele reactiepatronen. De ruimte-die-ik-ben is transparant voor de adem van de geest. We plukken de spirituele vruchten die gerijpt zijn door de inzet en overgave van onze spirituele levenshouding.

Valkuilen:
Desalniettemin zijn in deze 4e fase, waar de bezieling wakker is geworden, nog steeds valkuilen aanwezig. De fascinatie voor het spirituele ligt steeds op de loer. De zuigkracht naar de eenheidservaring met het goddelijke is enorm. Het betreft een ervaring van extase. We worden opgezogen in de inspiratie, maar we dienen hierbij wel aanwezig te blijven. Het gevaar is dat we ons hierin verliezen met het risico van ego-inflatie of extase-verheerlijking. We gaan deze eenheidservaring op onszelf betrekken en denken dat we dit allemaal zelf voor elkaar hebben gekregen en blazen zodoende ons ego verder op. Of we gaan zo op in de extase dat we alleen maar het gevoel verheerlijken en niet meer onderscheiden, reflecteren en loslaten. In deze fase gaat het om te zoeken naar het subtiele evenwicht tussen het hemelse en het aardse, tussen kracht en structuur, tussen denken en voelen, tussen eenheid en veelheid. Het is een paradox waarin de bezieling ons aanraakt zonder dat we ons daarmee identificeren: werkelijk ‘aanwezig zijn’, betrokken bij de wereld en tegelijkertijd onbevangen levend vanuit het hart.

De ontplooiing van de Innerlijke mens 

De eerste vier fases betreffen de omvorming van de uiterlijke mens. De persoonlijkheid wordt transparant gemaakt, zodat de innerlijke mens, de zielekracht, kan doordringen. Het gaat om ‘aanwezig zijn’ en ‘ruimte’ ervaren, een houding van actieve ontvankelijkheid vanuit het grondprincipe: ‘niet ik maar de essentie in mij’.

De volgende drie fases hebben te maken met de transformatie van de innerlijke mens, waarbij de ziel meer en meer tot ontplooiing kan komen. Het is een groot mysterie en moeilijk in woorden uit te drukken of er een voorstelling van te maken, want het speelt zich af op een spiritueel niveau waar alles zich uitdrukt in symbolische termen.

De 5e fase correspondeert met het mystieke hart, het centrum van ons wezen, vol van schoonheid en harmonie. De zon schijnt in dit centrale paleis in het midden van ons wezen. Het is een fase van integratie waarbij de persoonlijkheid dienstbaar is en de ziel zich volledig heeft gemanifesteerd. In deze fase wordt gesproken over de mystieke dood, het sterven van ego en de opstanding van de ziel.
Het betekent letterlijk een omslag, metanoia, omkering: de zielekracht is de grondtoon van ons leven geworden en de persoonlijkheid functioneert als een instrument volledig doorschijnend voor de ziel.
Er is evenwicht ontstaan en we treden naar voren als een brug tussen het hemelse en aardse. Hier komt de centrale functie van mystiek tot uitdrukking: we ontvangen het licht van de heilige en geven het door naar de wereld, licht brengend in de duisternis; we werken bewust mee aan het evenwicht in onszelf en de kosmos.

In de 6e fase vindt de laatste zuivering plaats. Er is sprake van een transformatieproces, net als bij de zuivering in de 2e fase en de overgave van de 3e fase, maar dan op een dieper niveau van de innerlijke mens. Er heerst uiterste dualiteit. Het betreft een laatste poging tot verleiding. Aan de ene kant zijn we direct in contact met de heilige essentie, en aan de andere kant zijn we er volkomen van afgewend. Dan wordt er gesproken over godsverlatenheid. Nu is echt vertrouwen noodzakelijk willen we verenigd worden met de grondslag. Als we instaat zijn deze zuivering te ondergaan, ontvangen we de wijsheid en heeft de wijsheid ons lief. Het betreft de geboorte van een omvattend ervaringsinzicht betreffende de zin van het leven.

De 7e fase vormt de rustplaats van de ziel. De verenging met de essentie heeft zich voltrokken.
De zeven fases van het regeneratieproces zijn tot uitdrukking gebracht. Het mystieke hart vormt nu de basis van liefde en eenwording. Het is een godswording van de mens, een transfiguratie, een gedaanteverandering, de ziel is aanwezig, volledig doordenkt van goddelijke liefde.

Hoe wonderbaarlijk, hoe mysterieus, de mens is één geheel geworden.