Compassie is rebellie tegen de norm

~Annemarie Opmeer

Als je hem op straat tegenkomt, denk je waarschijnlijk van alles over Noah Levine – een brede, kale, hip geklede, volgetatoeëerde jongen: houdt van sneakers en van z’n auto, heeft wat op z’n kerfstok, punk-rocker? Maar vast niet dat ’ie boeddhistisch leraar is. Toch is het allemaal waar.

Noah Levine (1971), zoon van meditatieleraar Stephen Levine, had een extreme jeugd vol verslavingen, geweld, arrestaties en zelfmoordpogingen. Op z’n zeventiende kwam hij opnieuw in de jeugdgevangenis terecht. Toen gaf zijn vader hem een advies dat alles zou veranderen: let op je adem. ‘Hij had het al zo vaak gezegd’, glimlacht Levine, ‘maar dit keer hoorde ik het. Ik zat er echt doorheen en ik merkte dat het hielp.’

Hij kickte af en jaren van beoefening later is hij meditatieleraar. In mei was hij in Nederland voor een tiendaagse retraite. Wie daar een zaal vol punks en een strenge discipline verwachtte, kwam bedrogen uit. Levine maakt grapjes, gebruikt grove taal en heeft een broertje dood aan rituelen.


Is je gebruikelijke publiek een zootje ongeregeld?
‘Nee, eigenlijk niet. Het is veel diverser dan je denkt, al zitten er altijd wel wat ex-verslaafden tussen. Ik wil er ook niet alleen maar voor alternatievelingen zijn. Ik merk dat de zeventig-jarige dametjes het net zo geweldig vinden.’

‘Ik presenteer de dharma als een vorm van rebellie’

Een deel zal problemen hebben met autoriteit. Hoe zorg je ervoor dat ze blijven zitten?
‘Door de praktische voordelen uit te leggen: gelukkiger worden, minder lijden. Dan stel ik het wel zo: het vergt meer moed om stil te kunnen zitten als een krijger en je innerlijke demonen onder ogen te zien dan om je gedachten te volgen. Ik daag mensen uit. Ik presenteer de boeddhistische leer, de dharma, als een vorm van rebellie. Dit zitten en lopen, deze compassie en liefdevolle vriendelijkheid is de grootste rebellie tegen de norm van haat, hebzucht en illusie. Dat inspireert: ik zit hier in discipline, omdat ik zie dat mijn ongedisciplineerdheid onderdeel is van het probleem, van de ‘norm’. Ik wil abnormaal zijn door normaal te lijken.’

Dus je verbindt de dharma met het verlangen af te wijken?
‘Ja, want dat was mijn manier. Mijn leven draaide om rebelleren. Toen ik het boeddhisme vond, dacht ik: betekent dit nu dat ik me conformeer, dat ik een hippie word? Ik maakte me echt zórgen. Mijn punk-rebellie was juist tegen degenen met het boeddhisme. Ik dacht altijd dat ze waanideeën hadden: dat gelukzalige geloof in vrede! Het boeddhisme bleek geen waanbeeld, maar hard werken om vrede te creëren van binnenuit. Het bleek een voortzetting van wat me tot mijn punk-rock rebellie bracht.’

Hebben mensen met een heftig verleden een voorsprong?
‘Ik denk dat iedereen die dit pad wil betreden een diep begrip moet hebben van wat lijden is, dukkha. Dus niet een filosofisch of intellectueel idee. Lijden kan je inspireren om gaande te blijven, op het kussen, in therapie. Dat was mijn ervaring. Ik kwam net uit de hel en dit was het enige dat werkte.’

‘Ik kwam net uit de hel en dit was het enige dat werkte’ 

Wat zeg je tegen mensen die bij je komen met zulke problemen?
‘Eigenlijk hetzelfde als tegen anderen. De dharma blijft hetzelfde. Tegen verslaafden zeg ik ook: werk met de Twaalf Stappen, ga naar de AA, doe wat psychotherapie. Denk niet dat je alles gewoon weg kan mediteren! Hoewel dat waar kán zijn, maar we hebben zulke goeie andere gereedschappen.’

Kan er zoiets zijn als te veel discipline?
‘Als je meditatie een middel wordt om jezelf te veroordelen, dan mis je compassie, zachtaardigheid, vergevingsgezindsheid. Je kunt wel blijven zitten als je pijn hebt, maar dan zit je daar heel gedisciplineerd in die kwelling en je haat elk moment. Wat je moet doen is: bewegen, zachtaardig zijn, liefdevolle vriendelijkheid naar de pijn sturen. Erkennen, ja, én actie ondernemen. Sommige mensen nemen alles te serieus. En die moeten, weetikveel, eens flink met iemand naar bed of zo – hahaha! – die moeten eens goed relaxen.’

Is dat waarom je een leraar nodig hebt?
‘Dat is waarom je je eigen leraar moet worden! Een goede leraar kan van buitenaf wel zeggen: het ziet eruit alsof je wat te los bent, beetje strakker. Of juist andersom: iemand die ik opleid tot leraar was een beetje te strak. Als groep besloten we: diegene moet op dansles. En dit was een die hard punkrocker, onder de tattoos. Die zei: no fucking way, ik ga niet dansen met de hippies! Maar voor ons was het duidelijk dat diegene niet nog een stille retraite nodig had, maar eens flink naakt moest gaan dansen. Dus een leraar die dat kan is belangrijk. Maar die ziet alleen de buitenkant, of je stilzit of niet. Uiteindelijk zijn wijzelf de enige autoriteit.’

Kun je een verslaving vervangen door een ‘verslaving’ aan de dharma?
‘Een verslaving is een gehechtheid aan iets wat lijden veroorzaakt, dus kun je niet “verslaafd” raken aan de dharma. Maar ik snap wat je bedoelt, ik zie het in mijn eigen leven. Ik heb compulsieve, verslavingsgevoelige neigingen. Eerst met drugs en alcohol, later met boeddhistische beoefening. Maar zelfs als ik “verslaafd” ben, denk ik dat het een gezonde verslaving is. We beginnen natuurlijk vol onwetendheid. Mijn eerste jaren waren gedisciplineerd, maar vol ego, trots, spiritueel materialisme. Je ziet verslaafden boeddhist worden en ze blijven gestoord, maar dan met boeddhisme! Maar hopelijk niet zo lang. Vijf, tien jaar later hebben ze veel meer balans.’

‘Sommige mensen nemen alles te serieus. Die moeten weetikveel, eens flink met iemand naar bed of zo’.

Tijdens je retraite viel het me op dat je niet streng bent. Waarom?
‘Voor mij werkt een zachtaardige aanpak het beste, die me zo compassievol als mogelijk laat zijn. Want ik ben van nature niet zo. Ik veroordeel mezelf en anderen graag. Dus ik moet ervoor zorgen dat ik zo min mogelijk fout kan doen. Weinig regels, behalve het schema: zitten, lopen. Dat is meer dan genoeg, toch?’

Heb je als beoefenaar een autoriteit nodig?
‘Het gaat er vooral om je eigen autoriteit te worden. De laatste woorden van de Boeddha waren: zoek geen extern toevluchtsoord, wees een gidslamp voor jezelf en streef ijverig voorwaarts. Voor mij is dat een helder statement: wees je eigen autoriteit. Een goede leraar is nuttig, maar een leraar moet een spirituele vriend zijn, geen hiërarchische spirituele meester.’

Vaak is het juist andersom.
‘Weet ik. Maar dat is bullshit. Hahaha. Mensen behandelen sommige lama’s of zen-meesters alsof ze superwijs of compleet verlicht zijn. Die verering is iets waar de Boeddha tegen ageerde. Dat zoeken van externe toevluchtsoorden. Ik ben nu boeddhist, dus God kan me niet redden, maar misschien wel mijn goeroe, lama, ajahn, sensei. De Kerstman doet het niet voor me, maar misschien de Tibetáánse Kerstman wel. Als leraar moet je je daartegen verzetten!’

‘Ik veroordeel mezelf en anderen graag. Dus ik moet ervoor zorgen dat ik zo min mogelijk fout kan doen’. 

Maar na jouw retraites zie jij ook dat mensen niet willen dat je weggaat.
‘Ja, en het is mijn taak om dat niet persoonlijk te nemen en te denken: oké, ze zijn verliefd geworden op de dharma. En ik kan ook wel verantwoordelijkheid nemen. De manier waarop ik de dharma deel, werkt blijkbaar. Deel van de rol van leraar is om mensen hun projecties te laten hebben, net als een therapeut of een ouder. Je kunt je leerlingen best een beetje laten denken: oh hij of zij is zo geweldig. Want dat inspireert. Maar het moet niet ontaarden in wat we vaak zien: oh, hij is zo verlicht, ook al gaat 'ie naar bed met z’n studenten.’

Is het voor jou niet vreemd een autoriteit te zijn?
‘Heel raar! Ik ben een anti-autoritair persoon en dan ineens dit. En het wordt nog vreemder, want ik train nu leraren. Natuurlijk hoef ik dat niet te doen, maar ik merk dat zo veel mensen deze aanpak waarderen, dat het nodig is. Maar het is wel wat anders dan met studenten. Dan kun je nog zeggen: je legt geen verantwoording af aan mij, maar aan de dharma.’

Bron: BodhiTV