De Wereld wakker maken [Quote 4]

Een universele dimensie voor spirituele oefening

~Llewellyn Vaughan-Lee

De eerste stap

Ik zag mijn Heer in mijn dromen en ik vroeg,
“Hoe kan ik U vinden?”
Hij antwoordde, “Laat jezelf achter en kom!”
~Bâyezîd Bistâmî

Zet één stap weg van jezelf en –
Zie daar – het pad.
~Abû Sa’îd ibn Abî-l-Khayer

VOORBIJ ZELF-VERVULLING

De eerste stap op het spirituele pad is in vele opzichten de meest radicale en de moeilijkste. Het is het herkennen dat het niet over “mij” gaat – , de reis naar Huis, de reis terug naar God is de reis van de ziel en niet van het ego, en niet van het “ik” . Wij zijn niet de pelgrim op het pad, maar een obstakel op de reis waarin de ziel of het Zelf, de substantie in het hart van het hart, terugkeert naar de Bron, die nooit verlaten is.

Hoe kunnen we dit begrijpen wanneer alles wat we kennen ego is? We zien ons leven door de ogen van het ego: ons leven gaat over ons. In het begin kunnen we alleen de spirituele reis in het kader van het ego en zijn waarden zien, en zo stellen we ons deze reis gemakkelijk voor als het proces van spirituele zelfontwikkeling, die leidt naar een dieper en bevredigender leven. Daarbij komt nog onze Westerse obsessie met het individuele zelf. De waarden van onze cultuur gaan over individuele voldoening, of het nu is op materieel, seksueel of emotioneel niveau. We projecteren deze waarden gemakkelijk op de spirituele reis en scheppen louter en alleen een verheven beeld van bevrediging. We willen niet alleen emotioneel of seksueel bevredigd worden; we willen ook “spirituele bevrediging,” die we vervolgens voor een betekenisvoller leven houden. Binnen deze droom van spirituele bevrediging kunnen we dan onze beelden projecteren, van het hebben van een geleid leven of een spiritueel betekenisvolle relatie, van geaccepteerd of geliefd worden; we projecteren misschien ook wel de mythe van “verlichting.” We kunnen niet voorbij de horizon van onszelf kijken.

Dit beeld van het begin van de reis is begrijpelijk: hoe kunnen we ons iets voorbij onszelf voorstellen wanneer de wereld van het ego alles is wat we kennen, wanneer de ogen van het ego onze enige middelen zijn om te zien? Maar helaas wordt dit beeld van de reis ons ook gespiegeld door veel “spirituele” literatuur en leringen, die allemaal bevrediging beloven. We worden verteld dat we ons in de volheid van het leven kunnen verheugen door in het moment te leven; we worden geïnstrueerd hoe we van onszelf moeten houden, zelfs hoe we verlicht seks kunnen beleven. En zo wordt de wereld dus vernauwd in de waarden van het ego en blijft gecentreerd op onszelf.

Maar is dit alles wat we kunnen begrijpen? Zijn we zo geconditioneerd door een cultuur die op eigen bevrediging uit is? Ons niet langer op een beter materieel leven concentrerend, kunnen we misschien naar spirituele doelen verlangen, maar beseffen niet dat we alleen maar een andere vorm van zelfinteresse geschapen hebben, en nog steeds gevangen zijn door het ego en zijn eindeloze cirkel onvervulde behoeften. Moeten we in deze patronen blijven die ons voldoening geven? Of zijn we bereid te erkennen dat dit grote avontuur niet over ons gaat? Onze cultuur, zowel subtiel en openlijk ontzegt ons de leringen en de middelen die ons kunnen bevrijden uit de op zichzelf gerichte obsessie. We geven zo veel van ons leven aan de eisen van materiële voorspoed die onze tijd en energie verspilt. Moeten we ook onze ziel geven aan het beeld van spirituele voorspoed? Hoe zit het met de oude waarheid dat we voorbij het ego kunnen gaan met zijn verleidingen en wensen, dat we kunnen ontsnappen aan deze Maya? Durven we een moment te kijken naar de geweldige natuur van de reis die ons kan voeren voorbij onze kleine op onszelf gecentreerde wereld?

DE KRACHT VAN HET GODDELIJKE BINNENGAAN

Nu, in deze tijd is er nog een wezenlijk aspect op deze vraag. We zijn ons bewust dat dit een moment is van universele crisis, dat onze huidige waarden, de samengestelde krachten van materialisme en hebzucht, onze planeet vernietigen. We kunnen misschien voelen dat spiritueel bewustzijn een belangrijk
onderdeel is van de genezing en transformatie van onze wereld, en dat we de verantwoordelijkheid hebben om veranderingen te scheppen voordat deze krachten onomkeerbaar, zowel de uiterlijke als de innerlijke werelden, vernietigen. Maar hoe kunnen we toegang krijgen tot onze spirituele kracht en ons potentieel, om verandering te scheppen wanneer we spiritualiteit benaderen met dezelfde op zichzelf gecentreerde waarden die onze universele orde hebben geschapen?

Juist de natuur van het ego bestaat uit het zich afgescheiden zien: de ontwikkeling van het ego is wat ons gevoel van afgescheiden zelf creëert wanneer het kind gescheiden wordt van de moeder. Maar het ego scheidt ons ook af van het goddelijke en zijn allesdoordringende eenheid. Het is de basisidentificatie met ons ego wat ons de toegang ontzegt tot onze aangeboren spirituele wijsheid en kracht. Daarom onderwijzen spirituele paden ons om afstand van het ego te doen of het over te geven, en daarom zijn zo veel spirituele leringen op subtiele wijze corrupt – door ons de illusie te geven van individuele vervulling, zij houden ons binnen het ego, en op die manier ontzeg het ons de toegang tot wat echt is. Wanneer we binnen de waarden van het ego blijven, hebben we alleen toegang tot de energie en de visie van het ego, zijn patronen van illusie. De wereld kan niet geheeld worden door spirituele illusie. Maar zij kan geheeld worden door de echte macht van het goddelijke dat in ieder van ons is.

Alleen het goddelijke kan de wereld helen en transformeren – de krachten van tegengestelde machten in de wereld zijn voor ons te krachtig samengesteld om op te lossen; de patronen van hebzucht die het levensbloed van de planeet leegzuigen en zijn ecosysteem vernietigen, zijn te stevig verankerd. Maar we kunnen geen toegang tot de energie van het goddelijke hebben, tenzij we voorbij ons egogebonden zelf gaan.

De kracht van het goddelijke kan op veel verschillende manieren begrepen worden. Het is het licht van het Zelf, de heilige krachten in de schepping, de echte vreugde van het leven, de energie van onze eeuwige natuur, onze liefde voor God en Zijn liefde voor ons. Echte spirituele tradities die voorbij het ego kijken, verbinden ons met deze kracht en leren ons hoe we hen in het leven kunnen brengen: hoe vanuit het goddelijke centrum van onszelf te leven, te midden van het leven van alledag. Zij leren ons hoe we dienstbaar kunnen zijn aan het goddelijke, niet aan de wensen van het ego. Deze spirituele tradities leren ons ook dat offeren een onderdeel van de reis is. We moeten “sterven voor we sterven”: de waarden van het ego overgeven, om de grotere dimensie van het Zelf te omarmen. Zonder de houding van overgave of offerande kan er geen reis zijn; ook kunnen we geen leven van ware dienstbaarheid leven.

Met de juiste houding van spirituele dienstbaarheid kunnen we voorbij het ego en zijn beperkingen gaan, en de dimensie van onze goddelijke natuur, het Zelf, binnengaan. Om deze kwaliteit in het leven te brengen, is het nodig dat we deelnemen aan het goddelijke: wij zijn de wachters van de planeet. We moeten met deze energie werken voor het welzijn van het totaal.

Ons egogeoriënteerde leven heeft een gefragmenteerde wereld van conflicten geschapen, met verschillende fracties die naar dominantie streven. We moeten wedijveren en vechten, gevangen in de beelden van winnaars en verliezers, en al die andere drama’s van het dualisme. In deze wereld hebben we geleerd om op onszelf te passen omdat niemand anders dat doet. In onze afgescheidenheid voelen we ons vaak alleen en geïsoleerd, niet in staat om echte veranderingen te weeg te brengen. Bovendien is het toe te schrijven aan onze zelfgecreëerde illusie van afgescheidenheid van de aarde, dat we ons eigen   aan het vernietigen zijn. Als we zouden beseffen hoe intrinsiek we verbonden zijn met de aarde, zouden we haar niet zo slecht behandelen.

Wanneer we eenmaal uit de illusie van onze eigen afgescheiden zelf gestapt zijn, komt er een radicaal ander beeld te voorschijn. Onze goddelijke natuur bestaat in een dimensie van eenheid. In tegenstelling tot het ego dat altijd op zoek is naar zijn eigenbelang, spiegelt het Zelf een beeld van eenheid, waarin ieder individueel deeltje gevoed wordt volgens de werkelijke behoefte. Een glimp van het Zelf geeft ons een gevoel van een onderling verbonden eenheid, waarin niets gescheiden is; alles is een uitdrukking van een eenheid die dynamisch leeft. Iedere persoon, iedere steen is deze eenheid; alles is verbonden en onderling afhankelijk. Ons individuele Zelf is het Universele Zelf en alles is een levend organisme van licht en liefde.

Wanneer we met een bewust besef onze intrinsieke eenheid leven, brengen we deze eenheid in ons collectieve bewustzijn, dat sterft door de illusie van gescheiden zijn. Ons licht is het licht van de werelden; ons goddelijk bewustzijn is het spirituele bewustzijn van de wereld – niets is afgescheiden. De energie en het besef van het goddelijke zijn in ieder van ons, zijn ieder van ons. Wanneer we ons afkeren van het ego en zijn wensen, weten we dat we deze heilige substantie belichamen. En we zijn ook het leven, verlangend naar wat heilig is. In het dynamische onderling afhankelijke geheel zijn we de inademing en de uitademing van het leven – een leven dat niet alleen haar fysieke bestaan is maar een multidimensionaal levend organisme van licht en liefde. Wij zijn het spirituele levensbloed van de planeet en we moeten deze dimensie van het leven eren, deze kwaliteit van eenheid die in alles aanwezig is.