De Wereld maken wakker [Quote 10]

Een universele dimensie voor spirituele oefening 

~Llewellyn Vaughan-Lee

Geduld

Geleidelijkaan verwijdert het pad en de leraar onze illusies, en laat ons achter met onszelf, wat T.S. Eliot noemt:

Een toestand van complete eenvoud
Die niet minder dan alles vraagt. 

Het ego blijft omdat het niet gemakkelijk is zonder ego, een gevoel van een gescheiden “ik”, in deze wereld te leven. En met het ego blijft ons pakketje psychologische problemen, de moeilijkheden van het leven, de conflicten van deze wereld. We kunnen een glimp opvangen van een andere werkelijkheid waar deze problemen niet bestaan; zo kunnen we een eeuwige aanwezigheid voelen van een dimensie waar er geen conflicten zijn, alleen een alles omarmende vrede en liefde. Maar we blijven, net als in deze wereld, in het psychologische lichaam met haar pijnen en kwellingen.
We blijven dus zitten met een onvolkomen ego. Het echte werk op het pad bestaat uit het in evenwicht brengen van het ego met zijn grotere werkelijkheid die in ons en om ons heen is.

Het pad helpt ons de kwaliteiten ontwikkelen die we nodig hebben voor dit werk, kwaliteiten die ons de kracht geven en de compassie om in een wereld te leven die niet volkomen is, waar Zijn aanwezigheid vaak verhuld is. Geduld, samen met vergelijkbare kwaliteiten van tolerantie, uithoudingsvermogen, en vastberadenheid, staat centraal in de kwaliteiten die vereist worden om de eindeloze woestijnen van het pad door te trekken. De Soefi benadrukt de waarde van geduld; het verkrijgen van geduld, sabr, wordt geassocieerd met spirituele volwassenheid, die we nodig hebben voor een lange reis, gedurende welke we de lasten en de moeilijkheden van een leven moeten dragen, dat schijnbaar afgescheiden is. Een verhaal dat verteld wordt door de Soefimeester Sarrâj illustreert dit als de moeilijkste vorm van geduld – het geduld van het verdragen van Zijn afwezigheid:

Een man stond voor Shiblî (Gods compassie met hem) en zei tegen hem: “Welke
handeling van volharding is het moeilijkste voor iemand die lankmoedig is?”
Shiblî antwoordde: “Volharden in God.”
“Nee,” zei de man.
Shiblî zei: “De volharding met God.”
De man zei: “Nee.”
Shiblî werd boos en zei: “Vervloekt, wat dan?”
De man zei: “Volharding zonder God, de Verhevene.”
Shiblî slaakte een kreet die bijna zijn geest doorkliefde. 

Zijn we bereid om dagenlang te wachten, maanden, zelfs jaren, voordat Hij Zich voor ons onthult? Zijn we bereid onze toewijding in deze woestijn te dragen? Zijn we bereid niets voor onszelf te willen, weten dat Hij naar ons toe zal komen wanneer Hij dat wil? Of blijven we gevangen in de patronen van zelfbevrediging, en kennen slechts onze eigen wensen, onze eigen dynamiek van controle?

Een vriendin vond het heel erg moeilijk om te accepteren dat, zelfs als ze een leraar had gevonden en eraan werkte om alle juiste houdingen te ontwikkelen, er geen garantie was dat Hij Zichzelf zou onthullen, dat de deuren van vereniging zouden opengaan. De liefdesaffaire met God is heel anders dan het plezieren van een ouder, waar de juiste houding, liefde of aandacht zal brengen.

Het pad is niet afhankelijk van onze moeite; Hij voert ons tot Zich op Zijn manier, als Hij dat wil. Maar accepteren dat we zo kwetsbaar en afhankelijk van Een Ander zijn, dat “Allâh naar Allâh leidt die Allâh wil,” kan moeilijk zijn, vooral voor een Westers bewustzijn, dat geconditioneerd is individuele moeite boven overgave te stellen. Vele jaren lang moeten we leren wachten op het pad en alleen ons ego en zijn onvolkomenheden kennen. Dit kan een heel pijnlijk en beproevend deel van de reis zijn, waar we geduld en volharding nodig hebben. Soms is het gemakkelijker wanneer er duidelijke uitdagingen zijn in de innerlijke en uiterlijke wereld die we aan kunnen gaan. De eindeloze monotonie van de dagen zonder Hem, wanneer er slechts het gewone leven is dat weinig spirituele inhoud lijkt te hebben, kan moeilijker zijn. Maar juist gedurende deze tijd vallen vele illusies weg, omdat er weinig in de uiterlijke of innerlijke wereld is die hen onderhoudt.

Het Echte Werk

Het echte werk van het pad is het in staat zijn de energie en het hogere bewustzijn van het Zelf iedere dag te leven. In het begin explodeert het Zelf met zijn energie van zelfrealisatie ons gewone bewustzijn in, en soms creëert dat psychologische onevenwichtigheid. Het ego en de mind reageren op deze toevloed van energie door illusies te creëren, vaak ongegronde beelden van een spiritueel leven. Geleidelijkaan gaat de opgeblazenheid van het ego door deze nieuwe energie weg; het pad en het psychologische werk van het confronteren en het integreren van de schaduw en anderen innerlijke gebeurtenissen, zorgen voor een evenwichtige psyche, een container voor ons hogere bewustzijn.

De totale overgave van het ego aan het Zelf duurt vele jaren, en niet iedereen bereikt deze staat. De structuur wordt veranderd zodat hij leert om met het Zelf vreedzaam naast elkaar te bestaan. Hij vecht niet langer de hele tijd, ondermijnt onze ware natuur niet langer, en staat ook niet meer zo onder invloed van onbewuste patronen. Het houdt op een autonoom centrum van bewustzijn te zijn, maar begint een leven van dienstbaarheid te leven in relatie tot het Zelf. We leren luisteren, onderscheiden, en worden geleid door wat echt is. Het ego verandert ook subtiel omdat het doordrongen is van het licht van het Zelf en wordt transparant, in staat om te geleiden in plaats van ons hogere bewustzijn te verduisteren. De mind past zich ook aan de hogere centra van bewustzijn aan. Het Soefiwerk van “de mind het hart in hameren” beschrijft een proces waarin de mind leert werken met ons hogere bewustzijn, binnenin het hart. Zo leert de mind aandachtig te zijn in plaats van de aanwijzingen af te wijzen. We worden niet langer zo gedomineerd door rationele gedachtepatronen en zijn ontvankelijker voor intuïtie. Ware intuïtie volgt geen opeenvolging van processen, maar komt vanuit het hogere Zelf waar alle kennis bestaat als een staat van eenheid. Spiritueel droomwerk helpt bij deze training, en onderwijst aandacht te hebben voor de beelden en de berichten, die vanuit een hogere staat dan vanuit het lagere zelf komen. Terwijl we leren luisteren naar deze dromen, gaan we verder dan de beperkingen van het ego en de rationele gedachten.

Ons fysieke lichaam en onze instinctieve natuur veranderen ook, omdat zij ook doordrongen worden van het licht van het wakker geworden Zelf. Soms zijn er processen van zuiveringen nodig, verandering van dieet of gewoonten; zo is het bijvoorbeeld van belang om zich niet uit te leven in kritiekloze seks of in meer dan zo nu en dan een drankje, of regelmatig barbezoek. Maar te veel zuivering – zoals excessief vasten, of te veel mediteren – kan ook een obstakel vormen, omdat het je te gevoelig maakt om volledig in deze verdichte materiële wereld van nu te kunnen functioneren. Spirituele volwassenheid betekent een banaal evenwichtig leven leren leiden.

Hopelijk hebben we levenservaringen, en leren de uiterlijk vaardigheden die het Zelf nodig heeft om zichtbaar in de wereld te worden: we leren ons wereldse handwerk. Wanneer het Zelf bijvoorbeeld het beste functioneert in het vak psychologie, dan studeren en trainen we ons in deze discipline. Of wanneer het Zelf ons nodig heeft om het zakenleven in te gaan, moeten we een Master’s opleiding volgen, of een leertijd in zaken doen. Het Zelf heeft geen vervoermiddel vol spirituele fantasieën nodig, maar iemand die gegrond is in een praktische discipline, die ons kan gebruiken, of het nu bankier, musicus, of therapeut is. Het is een misverstand dat je spirituele bestemming vervullen een uiterlijke vorm vereist die “spiritueel” is. Het Zelf wordt niet beperkt door onze waarnemingen van wat spiritueel is. Het omarmt alle leven en trekt ons naar het juiste vervoersmiddel ten bate van onze hogere natuur.

Te midden van het leven verandert ons ego, ja zelfs onze hele natuur, en wordt subtiel doordrongen van de aanwezigheid van het Zelf, met een energie die niet vol zit met eisen en wensen, maar met een totaal andere kwaliteit. In het begin kunnen we misschien dit andere niet zien, omdat het zo eenvoudig en gewoon is. Dit is onze ware natuur die op ieder moment levend is. Vaak zien anderen het het eerst. Zij kunnen zien dat we vrediger zijn met onszelf, dat we niet zo gegrepen zijn door conflicten of negatieve emoties. Het gebeurt zo geleidelijk dat het even kan duren voordat we beseffen dat er iets fundamenteel anders is. Er zijn zo veel verwachtingen van het pad weggevallen.

Andere hebben we pijnlijk overgegeven. En dan gaat het echte pad in ons leven. We hebben een gevoel ontwikkeld over wie we zijn, dat niet op ons ego, zijn angsten en onzekerheden gebaseerd is, maar op diepere, echte kwaliteiten. Soms kunnen we de drijvende kracht van de eerdere jaren missen, de intensiteit en de opwinding van het ontwaken, de dromen over spirituele staten. Wat hebben we, na zo veel illusies achter te hebben laten, gevonden? Het is voor ieder van ons om te ontdekken wat we gekregen hebben, wat echt in ons is, weten “wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan.”