Spontane bevrijding


Spontane bevrijding 
door te zien met Naakt Gewaarzijn

Geschreven door Padmasambhava

Uit het Tibetaans vertaald en toegelicht
door John M. Reynolds.

Vertaald naar het Nederlands
door Teun Leopold


Zie: Uitgeverij Nachtwind 






In de achtste eeuw bracht de grote, wijze Guru Padmasambhava (uit Oddiyana in India) op verzoek van koning Tisong Detsan het Boeddhisme naar Tibet. Vlak voor zijn dood vroeg Padmasambhava aan één van zijn leerlingen, prinses Yeshe Tsogyal, om een aantal van zijn belangrijkste teksten te begraven. Als de tijd daarvoor rijp was, zouden de teksten weer gevonden worden. Bijna zeshonderd jaar later gebeurde dat ook.

Weer zeven eeuwen later vertaalde John Myrdhin Reynolds een van die teksten uit het Tibetaans en voorzag deze van een feitelijk en zeer verhelderend commentaar. Dankzij de vertaling van Teun Leopold is Spontane bevrijding nu ook in het Nederlands beschikbaar.

Door middel van Rigpa, de staat van onmiddellijke aanwezigheid, komen we ertoe alles te zien met een directe helderheid. We zien zonder de oordelen en conceptuele constructies die gewoonlijk ons zicht verduisteren en ons begrip belemmeren. Het is de introductie in de staat van aanwezigheid en gewaarzijn, die het vermogen is van de natuur van de geest en die ‘Spontane Bevrijding’ brengt.

Terma-tekst van Guru Padmasambhava

Emaho. Hoe buitengewoon!
Het is de enkele [natuur van de] geest
die alles van Samsara en Nirvana omvat.
Jullie hebben de inherente natuur daarvan niet herkend,
ook al bestaat ze toch reeds vanaf het allereerste begin.
Jullie hebben haar nog niet van aangezicht tot aangezicht ontmoet,
ook al is de helderheid en aanwezigheid daarvan
ononderbroken geweest.
Jullie hebben het nog niet begrepen,
ook al is toch het oprijzen ervan nergens belemmerd.
Daarom heeft deze [directe introductie] tot doel
jullie tot zelf herkenning te brengen.
Alles wat is uiteengezet door de Zegevierenden van de drie tijden
in de vierentachtigduizend Poorten tot de Dharma
is onbegrijpelijk [zonder dat je intrinsiek gewaarzijn begrijpt].
De Zegevierenden leren trouwens niet iets anders
dan het begrijpen hiervan.
Ook al bestaat er een onbegrensd aantal schrifturen
– in omvang gelijk aan de hemel –,
er zijn toch ten aanzien van de werkelijke betekenis
[slechts] drie uitspraken
die je in je eigen intrinsiek gewaarzijn zullen binnenleiden.
Deze introductie
in de manifeste Oorspronkelijke Staat van de Zegevierende
wordt onthuld
door de volgende methode om in de beoefening binnen te komen
waar er geen voorgaande noch volgende oefeningen bestaan.

Kye-ho. Luister!
O, mijn gelukkige zonen, luister!
Ook al staat dat wat gewoonlijk ‘geest’ genoemd wordt
wijd en zijd in hoog aanzien en wordt het veel bediscussieerd,
toch wordt het niet of verkeerd
of slechts op een eenzijdige wijze begrepen.
Omdat het niet precies begrepen wordt zoals het in zichzelf is,
ontstaan er onvoorstelbare hoeveelheden filosofische ideeën en
beweringen.
Omdat gewone mensen het niet begrijpen,
herkennen zij bovendien hun eigen aard niet
en zo blijven zij dwalen
tussen de zes bestemmingen [van wedergeboorte]
binnen de drie werelden
en ervaren dus lijden.
Daarom is het niet-begrijpen van je eigen geest een zeer smartelijke fout.
Ook al willen de Sravaka’s en de Pratyekaboeddha’s
hem [de geest] in termen van de Anatman-doctrine begrijpen,
zij begrijpen het toch niet zoals het wezenlijk is.
Er bestaan ook anderen die
– gehecht aan hun eigen persoonlijke ideeën en interpretaties –
worden belemmerd door deze hechtingen
en zo het Heldere Licht niet waarnemen.
De Sravaka’s en de Pratyekaboeddha’s zijn [mentaal] verduisterd
door hun hechting aan subject en object.
De Madhyamikea’s zijn [mentaal] verduisterd
door hun hechting aan de extremen van de Twee Waarheden.
De beoefenaars van de Kriya-Tantra en de Yoga-Tantra
zijn [mentaal] verduisterd
door hun hechting aan beoefening van seva-sadhana.
De beoefenaars van de Mahayoga en de Anuyoga
zijn [mentaal] verduisterd
door hun hechting aan Ruimte en Bewustzijn.
En ten aanzien van de werkelijke betekenis van non-dualiteit dwalen zij,
omdat ze deze [Ruimte en Bewustzijn] in tweeën delen.