De Wereld maken wakker [Quote 11]

Een universele dimensie voor spirituele oefening 

~Llewellyn Vaughan-Lee 

Voorbij het Ego

Door de genade van het pad en onze moeiten, creëren we een container die ons in staat stelt in relatie met ons hogere Zelf te leven. Het ego en het Zelf komen in evenwicht. Ofschoon we nog steeds innerlijke twijfels hebben, weerstanden, die onze aandacht vragen, leven we het leven van de ziel in plaats dat van het ego. We hebben de beperkingen van het leven geaccepteerd en weten dat echte dienstbaarheid een antwoord is op de behoefte van het moment, en niet door één of ander verbeelde spirituele bestemming te leven. We hebben onze visies over verlichting opgegeven om gegrond te zijn in het dagelijkse leven. Misschien in meditatie, of temidden van het leven krijgen we zo nu en dan een glimp van een andere werkelijkheid, een gevoel van overweldigende vrede of een diep gevoel van de vreugde die er is. Van tijd tot tijd is ons hart vol met een onbeschrijfelijke tederheid; we zien de liefde die in ieder blad, aan ieder boom is. Maar daarna vallen de sluiers weer en zijn we terug in de wereld van het ego.

Is dit nou de reis? Toen Dhû-l-Nûn vroeg, “Wat komt er na de liefde?” werd hem gezegd, “O dwaas, de liefde kent geen einde, omdat de Geliefde geen einde heeft.” De staten van de liefde veranderen voortdurend. Wanneer we tenslotte het alledaagse van het pad geaccepteerd hebben, lacht en verbijstert Hij ons, gooit de wereld op zijn kop en opent ons voor Zijn grootsheid en luister. En weer wordt ons beeld van het pad vernietigd en worden we boven onszelf uitgegooid. En weer beseffen we een dieper niveau van overgave en weten niet wat er gevraagd wordt. Een vriendin beschreef hoe dit haar gebeurde:

In een droom werd mij verteld dat ik mij moest voorbereiden op de dood. Heel nuchter, en er was in mij geen reactie. Het was wat het was en toen ik de droom terughaalde was het als een nuchtere gedachte. Een paar dagen later had ik een ervaring waarin mij werd verteld: “Het zal spoedig sterven. Wees voorbereid.” En weer was er geen reactie, geen emotie. Ik nam het serieus. Ik dacht, ik moet een aantal dingen voorbereiden, zodat ik niet te veel chaos achterlaat. Ik moet binnenkort dingen opruimen, papieren….. ik voelde alsof ik op een reis gestuurd werd waar je gewoon naar toe moet, omdat je daar iets moet doen. Maar de volgende dag had ik deze ervaring: Ik bewoog mij met een enorme snelheid voort in de ruimte. Ongelofelijk snel. Wie was ik? “Ik” was niet ik, maar een energie of een soort bewustzijn waaraan ik deel had. Ik bewoog mij naar een zwarte zon die heel intens straalde. Het was het meest innerlijke, het absolute centrum, en het trok me naar zich toe. Ik besefte dat het de intensiteit van de trekkracht was die de snelheid veroorzaakte, die mij zo snel voortbewoog. Ik kwam steeds dichterbij en ik begon op te lossen. Er was een eindeloze tederheid als van een lastenvrije “weekheid”, en toen werd ook dit gevoel geabsorbeerd, alles werd geabsorbeerd. Maar – ik weet niet hoe het kon gebeuren – tegelijkertijd werd ik gebroken, opgeblazen in duizend en nog eens duizend stukken. Ik viel soort flauw, verloor mijn bewustzijn en toen kwam “ik” weer bij – het bewustzijn dat ik kon voelen – overal. Echt overal, in iedere druppel van de oceaan, in ieder menselijk gezicht, in stenen, in sterren. Ik beefde, ook fysiek. De volgende dagen besefte ik dat ik nog beefde. Ik voelde me dizzy en kon nauwelijks mijn evenwicht houden. Ik moest de counter vasthouden toen ik iets te eten kocht; alles draaide dagenlang om mij heen. En het was niet alleen op fysiek niveau. Ik werd tussen extreme staten gegooid, zo totaal kwetsbaar- en er was ongelofelijke pijn – en een extatisch gevoel van vreugde, van thuiskomen, van vrijheid……. Soms denk ik, nu ben ik echt gek, ik word krankzinnig. Maar er is niets dat het wil veranderen. Zoals in de ervaring voel ik dat er aan mij getrokken wordt, steeds weer en het is wat ik wil. Het is onmogelijk te denken over wat ik ervaren heb, met de mind te denken – ik probeer het, om te begrijpen wat niet begrepen kan worden, dit allesbrekende, dat in de diepte van de vereniging, van eenheid. Van uiteindelijk niets, er was dit uit elkaar barsten, het niets dat in wording kwam, het was zo’n schok…. 


Dit is geen spirituele fantasie, maar een echte ervaring die je achterlaat zonder houvast. Alles wat je weet, alle gevoel van het zelf, van stabiliteit, wordt in een oogwenk vernietigd. Zonder al die jaren van voorbereiding, van leren gegrond te zijn, zonder de subtiele maar stevige container die gemaakt werd, zou je totaal krankzinnig worden. Dan zou de ervaring niet geleefd kunnen worden maar in chaos eindigen. Je zou ver voorbij de sterren gegooid worden, en je zou niet naar een evenwichtig leven kunnen terugkeren. Deze vriendin heeft een gezin, kinderen die haar aandacht nodig hebben. Ze kon zich niet terugtrekken in een grot om in niet-zijn ondergedompeld te worden, in de gelukzaligheid van de totale absorptie. Zij moet opstaan ’s morgens om de kinderen naar school brengen, eten koken en hen helpen met hun huiswerk.

Het pad bereidt je op zo’n ervaring voor, die komt wanneer je het niet verwacht. Wanneer de leraar of een meerdere op het pad weet dat je klaar bent, dat je in staat bent om het te dragen, wordt je totaal uit het ego getrokken, naar het ware getrokken, naar het echte centrum en daar ver voorbij. Betekent dit dood of leven. Je keert verdwaasd en onwetend terug. Maar iets is fundamenteel veranderd. De duistere kern van niet-zijn, de “zwarte zon”, heeft je geabsorbeerd. Het ego als het centrum van bewustzijn is voor altijd vernietigd, en je beseft de broosheid van zijn bestaan, van het leven zoals je het kende.

Is dit het einde of het begin? Dit zijn maar woorden. Zijn waar je niet bent is een paradoxale bewering, totdat je het geleefd hebt, en dan heeft het betekenis. En toch keer je terug naar het “alledaagse leven,” en hoewel het ego veranderd is, blijft hij ook. Spirituele volwassenheid is leven als mysticus in de wereld van alle dag, zelfs als je weet dat de wereld een broze illusie is. En in de innerlijke werelden zijn andere stromen, machtige krachten die van voorbij de sterren komen. Soms brengen deze stromen heerlijke geuren, en soms zijn ze koud en verlaten, en loeien door je heen. Er bestaan uitgestrekte duisternissen en oceanen van licht. Maar we zijn getraind om gecentreerd te blijven, houden vast aan de dunne draad die tussen de werelden hangt.

Aan de meester al-Kharaqânî uit de elfde eeuw werd gevraagd:

“Wie is de juiste persoon die over fanâ (ontmanteling) en baqâ (bestendigheid) spreken kan?” Hij antwoordde, “Dat is kennis voor hem die hangt aan een zijden draad die van de hemel naar de aarde loopt. Wanneer er een grote storm opsteekt en alle bomen, huizen en bergen wegvaagt en hen in de oceaan werpt totdat de oceaan vol is, en als die storm niet in staat is hem die aan de zijden draad hangt te bewegen, dan is hij degene die kan spreken over fanâ en baqâ.”