Het kleine boekje over God

Het kleine boekje over God 

H. Johannes Witteveen 

Het kleine boekje over God Het Godsideaal heeft de mensheid door de eeuwen heen onder vele namen en in vele aspecten geïnspireerd. Het kleine boekje over God wil laten zien hoe dat ideaal zijn plaats weer kan krijgen in het huidige geestelijke leven. Daartoe worden een drietal vraagstukken over het Godsideaal uitgelicht.

• Hoe zit het met het conflict tussen God en de (natuur)wetenschap?
• Hoe kunnen er zoveel conflicten zijn tussen en binnen de verschillende religies?

• Hoe kan een almachtige en liefhebbende God zoveel leed en kwaad toelaten?



Hazrat Inayat Khan, de verlichte stichter van de soefibeweging uit India, heeft laten zien dat het Godsideaal maar een beeld is en dat de Goddelijke Werkelijkheid daar ver bovenuit gaat. Hij zei: ‘De mens schept zelf de God die voor hem begrijpelijk is, maar wat zijn begrip te boven gaat, dat is de werkelijkheid.’

Zo bespreekt Het kleine boekje over God de vele aspecten van die Ene Geest, die ons steun kan geven in verschillende situaties en ons de weg kan wijzen in de complexiteit van het leven.

Zie: BBNC Uitgevers en Website Witteveen

Een weg van discipline en wilskracht

Cokky van Limpt − 08/11/07 Trouw

In de Maand van de Spiritualiteit spreekt Trouw me markante persoonlijkheden over hun spirituele ontwikkelingsweg. Vandaag: oud-minister Johannes Witteveen, voorman van de internationale en Nederlandse soefibeweging.
We treffen oud-minister dr. Johannes Witteveen in zijn riante villa aan de rand van Wassenaar. Zijn werkkamer biedt uitzicht op de tuin, waar een groot bronzen borstbeeld in het oog springt van Hazrat Inayat Khan, de Indiase stichter van de westerse soefibeweging.

Witteveen, broos van stem en gestalte, vertelt dat het is gemaakt door de beeldhouwster en soefi barones Charlotte van Pallandt, die ook het bronzen beeld van koningin Wilhelmina voor Paleis Noordeinde maakte en les gaf aan koningin Beatrix.
De suggestie dat dit een beetje riekt naar heiligen- of heldenverering wijst Witteveen gedistingeerd maar beslist van de hand. Dat is een typisch westerse reactie, vindt hij. „Net zoals de boeddhisten dat ervaren bij beelden van de Boeddha, gaan soefi’s ervan uit dat het een positieve betekenis heeft om de impressie van een verlicht mens in je te laten doordringen. De ziel werkt als een spiegel. Als je je openstelt voor een beeltenis van een heilige, is dat geen verering, maar een mogelijkheid om het goddelijke licht dat door die persoon schijnt, ook door jou te laten schijnen en er één mee te worden. Je ontvangt dan iets van de realisatie van het goddelijke in hem, en dat straalt af op jouw wezen.”
Witteveen is een toegewijde soefi, die slechts in doodernstige termen spreekt over het soefisme dat hem met de paplepel is ingegeven. Zijn ouders waren soefi’s van het eerste uur, en ook zijn vrouw, die vorig jaar november overleed, is in een soefimilieu opgegroeid. Nog maar zes jaar oud woonde zij in 1926 met haar ouders de laatste zomerschool bij die Hazrat Inayat Khan in Suresnes bij Parijs heeft gegeven. „Dat heeft een grote indruk op haar gemaakt. Niet zozeer wat hij vertelde, maar zijn hele wezen, zijn uitstraling trof haar diep, zo jong als ze was.”
Het gezin Witteveen heeft Inayat Khan niet echt gekend. Zij hebben het soefisme vooral doorgekregen via de broers van Khan, die in Nederland woonden. „Dat waren grote zangers, mystici en musici.”
Op zijn achttiende werd Witteveen ingewijd in wat wordt genoemd de ’innerlijke school’ van de soefibeweging. „Vanaf mijn studietijd ben ik mij er verder in gaan verdiepen. Ik ging steeds meer zien dat het soefisme een grote diepte heeft en inzicht geeft in het leven. En dat het belangrijk is de soefigedachte bekend te maken in deze wereld die naar een beleving van het goddelijke verlangt.”
Wat betekende het soefisme voor u, toen u achttien was?
„Ik begreep toen al heel goed dat het belangrijk zou zijn in het leven om in jezelf contact te krijgen met het goddelijke. Daarom vond ik het belangrijk ingewijd te worden. Het soefisme gaat ervan uit dat iedere mens iets van het goddelijke licht in zich draagt of eigenlijk is. Maar dat licht wordt overdekt en raakt verborgen door alles wat je in de uiterlijke wereld meemaakt. Volgens het soefisme is het de bedoeling van het leven om weer contact te krijgen met dat licht en dan van daaruit het uiterlijke leven vorm te geven.”
Hebt u nooit getwijfeld aan het geloof in een goddelijke geest?
„Ik heb daar vroeger wel eens over nagedacht, maar ik begreep al snel dat je intellectueel redenerende nooit kunt bewijzen of een goddelijk wezen al dan niet bestaat. Maar je kunt er wel in de diepte van je eigen wezen contact mee krijgen.
Daar gaat het om. En die beleving, dat is werkelijkheid.”
Had u die ervaring al op uw 18de?
„Nee, zo’n beleving heb je niet zomaar, maar ik ben ernaar op zoek gegaan. In de innerlijke school van de soefibeweging krijg je bepaalde geestelijke oefeningen aangeboden, die je helpen in jezelf bij die bron te komen. De broers van Inayat Khan leidden de innerlijke school. Er hing iets bijzonders om hen heen, ik voelde bij hen een bepaalde atmosfeer, die mij een indruk gaf van hoe het is bij die goddelijke bron te komen en van daaruit te leven.”
Een paar jaar na zijn eerste inwijding in Rotterdam kwam Witteveen terecht bij een neef van Inayat Khan, Mohammed Ali Khan, die hem zijn verdere inwijdingen gaf. Hij kende hem al uit zijn jeugd. „Ik was als jongetje niet zo sterk. Toen hebben mijn ouders mij een paar keer naar hem toe gebracht. Hij gaf mij een krachtige massage, kneedde mijn nek en mijn rug. Dat was niet altijd gemakkelijk maar na afloop voelde ik me als herboren. Ik ben daar als jongen veel sterker van geworden. Hij deed iets fysieks maar tegelijk met een geestelijke genezingskracht. Later heb ik begrepen en ook meegemaakt dat hij inderdaad een heel groot geestelijk genezer was, door middel van gebed en meditatie. Soms gaf hij een gezegend suikerklontje of gebruikte hij een glaasje water, dat de patiënt moest opdrinken. Dan blies hij er eerst in, om een concreet beeld te geven van de genezingsstroom die door de patiënt heen zou gaan.”
In zijn latere geestelijke begeleiding heeft Mohammed Ali Khan Witteveen ’een geweldige inspiratie’ gegeven. „Die man was een mysticus, met een bijzondere stilte over zich heen. Praten deed hij niet veel, maar hij zag, hij was helderziend. Hij wist precies waar ik mee bezig was, wat ik nodig had. Hij heeft mij bepaalde geestelijke oefeningen gegeven, die ik nog altijd elke morgen doe.”
Zoals elke soefi begint Witteveen zijn dagelijkse geestelijke training met ademhalingsoefeningen. „We hebben uit de mystiek begrepen dat de ademhaling bijzonder belangrijk is, omdat die contact geeft tussen de hemelse wereld en onszelf. We leren onze ademhaling heel regelmatig te maken en te verfijnen. Dat zien we als een geestelijke ontwikkeling, waarbij we de gedachte hebben dat wij door te ademen onzichtbare energie uit de ruimte in ons opnemen, door ons zenuwstelsel laten vloeien en weer laten uitstromen.”
Naast de vele soorten ademhalingsoefeningen, die deels aan de yogatraditie zijn ontleend, spelen gebeden een rol in de geestelijke oefeningen. „Daarin maken we contact met het Ene geestelijke wezen.” Verder zijn er concentratieoefeningen, ’om te leren je gedachten te beheersen’ en contemplatieoefeningen, „waarbij heilige woorden worden gebruikt, zoals de 99 namen of kwaliteiten van God uit de islamtraditie. Die ideeën of vibraties diep in je hart laten doordringen, geeft afstemming, rust en een opening naar dat aspect van het goddelijke.”
Maar de belangrijkste geestelijke oefening van het soefisme, die ook gebruikelijk is in de islamtraditie, is „je erop concentreren dat niets bestaat, alleen God. Alles wat in onze ogen werkelijk is, is tijdelijk, vergankelijk, illusie. Het enige werkelijke is dat in alles en iedereen de goddelijke geest huist. Alles leeft, alles is aanwezig, zolang die geest erin is. Dat is het enige waar het om gaat. Met de oefening die hierbij hoort, met prachtige gezongen recitaties, leer je jezelf uit je eigen beperkte gedachten en gevoelens te halen. Maar, u begrijpt natuurlijk wel, dat gebeurt niet de eerste keer dat je het doet. Dat is een lange weg waarmee je jaren bezig kunt zijn, afhankelijk van hoe intens je verlangen is en je zoeken. Je moet het zelf gaan doen, het is niet iets wat je zomaar eventjes kant-en-klaar gegeven wordt, maar je krijgt er wel leiding bij. Het is een weg van discipline en dat vraagt wilskracht, vooral in het begin. Maar als je eenmaal bezig bent, ga je het heerlijk vinden.”
Is er sprake van ontwikkeling op deze geestelijke weg en hoe merkt u die?
„Met dezelfde oefeningen neemt na verloop van tijd de diepte, helderheid en betekenis van de beleving toe. De beleving wordt door de oefeningen steeds meer realiteit. Je krijgt van je inwijder geleidelijk ook meer en diepere oefeningen. Vroeger zat er nog een element van plicht in om ze dagelijks te doen, nu nauwelijks nog. Ik zou ze niet meer willen missen. Het hele leven gaat meer open. Ik zie veel meer schoonheid, in de natuur, in mensen. De innerlijke reis geeft een glans over het hele leven, en een innerlijk geluk dat alle mensen hebben ervaren die een geestelijk leven hebben gekend.”
Werkt uw innerlijke leven ook door in uw uiterlijke leven?
„Dat is juist de bedoeling van het soefisme, om je innerlijke leven te combineren met datgene wat je te doen hebt. Om vanuit die innerlijke diepte kracht en inspiratie te putten, en van daaruit problemen op te lossen. Die combinatie spreekt me aan.”
Kunt u hiervan een voorbeeld geven uit uw werk?
„Ik was een paar maanden directeur van het IMF toen de oliecrisis uitbrak. Veel landen, vooral ontwikkelingslanden, zouden belangrijke andere uitgaven achterwege moeten laten om de duurdere olie te kunnen betalen, met als gevolg een dreigende recessie in de wereldeconomie. Ik moest bedenken hoe dat kon worden voorkomen. Vanuit de rust en helderheid die ik ’s avonds bij mijn meditatie kreeg, zag ik ineens de oplossing. Het IMF moest een leningfaciliteit in het leven roepen om tijdelijk de tekorten te financieren die door de oliecrisis zouden ontstaan. Landen die in grote problemen dreigden te komen, zouden door die hulp de tijd krijgen om energiebesparende maatregelen te treffen, die niet direct hun economie zouden aantasten. Binnen een paar weken had ik de staf overtuigd. Toen daarna alle ministers bijeenkwamen, werd mijn voorstel met bijna algemene stemmen aangenomen; zelfs Amerika heb ik later ook meegekregen. Het was voor het eerst in de geschiedenis van het IMF dat zo’n omvangrijke maatregel werd getroffen.”
De kunst, zegt Witteveen, is eerst het probleem los te laten. „Als je dan in de stilte bent, kan de oplossing komen; het innerlijke licht valt erop en ineens zie je het.”
Zelfs in het rouwproces na de dood van zijn echtgenote heeft Witteveen veel aan zijn soefi-achtergrond. „Ik ben heel bewust meer gaan mediteren. De liefde die ik tot dan op mijn vrouw richtte, ben ik op God gaan richten. Dat heeft me veel gegeven.”