Oefenen zonder dwang

~Maarten Houtman

In het volgehouden za-zen merk je al snel op dat je niet diep genoeg in je bekken komt met je adem, zodat je niet echt rust, breed en massief wordt, voor je weer inademt.

Je herinnert je ook dat je leraar zei, dat je de adem niet omlaag moet dwingen, maar moet laten gaan; de rust en het vertrouwen van zijn stem zijn weer in je terug en je probeert lager te komen met je adem, door met je aandacht voor de adem uit te gaan.

Het wordt stil om je heen; je aandacht is alleen nog maar bij die steeds lager komende adem; je schouders worden zwaar en ontspannen; je hele bovenlichaam wordt zwaar en zakt met de adem verder en verder omlaag tot je heel natuurlijk rust in je bekken en alles vergeet om dan weer op te veren in de inademing, die tegelijk weer doet verlangen naar dat neerdalen en wegraken in de uitademing.

Je kijkt terug en probeert je bewust te worden, hoe je nu eigenlijk in die bekkenbodem kwam, niet alleen met je adem maar ook met al die storingen waar je anders altijd last van had. Dat is niet gemakkelijk, want wat je je herinneren kunt is alleen wat er gebeurde.
Heb je jezelf nu wel of niet gedwongen?

Plotseling ben je terug bij dat eerste moment, dat de adem doordat je er helemaal bij was lager begon te komen. Je beseft plotseling hoe het ging: alles werd in gang gezet en in gang gehouden door een diep gevoelde behoefte, die puur bleef en met je meeging in de oefening; je was aanwezig in een proces dat beter dan jijzelf wist hoe het moest gaan.

Daarom zei je leraar, dat je jezelf niet moest dwingen. Dwingen kan alleen als je van een denkbeeld uitgaat dat je probeert te verwerkelijken, zonder op te merken wat er eigenlijk gebeurt en ook zonder de mogelijkheid blijvend gevoed te worden door dat diepe verlangen dat wel een richting heeft, maar verder alles openlaat voor wat zich voltrekken wil.


Je wordt stil en dankbaar bij het besef dat er dus krachten zijn, die bijna buiten je om iets in je voltrekken, dat de moeizame omweg via dwang volgens een denkbeeld niet alleen overbodig maakt, maar ook niet ter zake doet zijn. Je hoorde telkens weer van anderen, hoe moeizaam dat proces verliep en hoe vaak ontzonk jezelf de moed niet wanneer je niet echt beneden gekomen was.
Nu ben je ook terug waar alles begon - die ochtend dat je zo stil was dat je echt ervoer dat je te hoog zat met je adem, jezelf tegenhield en dat het verlangen omlaag te gaan lijfelijk voelbaar was en je meenam. Je leraar zei het al: als je aandacht hebt, zonder doel, ben je zelf weg, volg je wat gebeurt. Het antwoord op wat gebeurt in jezelf en de handeling die er soms uit voortkomt zorgen voor zichzelf, zonder dat jij vooraf iets behoeft te bedenken.

Vraag: Hoe onderscheid je dwang en behoefte?
Antwoord: Als je aan de gang gaat, merk je al gauw of je bezig bent om met je wil een weerstand te overwinnen, of dat je vanzelf, moeiteloos verder gaat, bewogen door iets waaraan je alleen behoeft toe te geven.
In het eerste geval word je moe en moet je nog meer wil inzetten.
In het tweede geval gebeurt er vanzelf iets in je, zonder jouw toedoen en maakt datgene wat je al doende ontdekt je steeds frisser en blijer.

Vraag: Werkt een behoefte altijd zegenrijk uit?
Antwoord: Zeker niet. Soms kom je erdoor in een crisis, maar het hele proces dat op gang komt, maakt je duidelijk waar het in de meditatie om gaat: het jezelf loslaten in aandachtigheid, waardoor je zonder een enkele conclusie verder kunt gaan.

Vraag: In het za-zen kun je hier zorgvuldig op ingaan, maar in het veelsoortige gewone leven kom je er maar al te gauw toe jezelf te dwingen.
Antwoord: Wat je in je za-zen ontdekt hebt, werkt vanzelf door: zonder voornemen ga je aandachtiger op alles in, neem je de tijd om het helemaal tot je door te laten dringen, zorg je er als het ware voor dat een soortgelijke situatie als in het za-zen ontstaat. Zo gaat het in de praktijk.

Vraag: Je zult dan wel veel minder afdoen dan gewoonlijk!
Antwoord: Moet je wel zoveel doen? Hoe is de kwaliteit van je doen? Heb je wel volledig waargenomen?
Zodra je echte aandacht geeft, merk je dat het kwaliteitsaspect doorslaggevend wordt. Dat verandert én je antwoord én je handeling.
Meestal geeft die veranderde kwaliteit een grote vereenvoudiging, waardoor tijd vrijkomt.

Vraag: Ik heb zelf gemerkt wat die omwending naar aandachtigheid kost en als ik dan bedenk wat er aldoor in de wereld gebeurt word ik moedeloos.
Antwoord: Zodra je denkt in gevolgen ben je uit het proces van aandacht weg, dan houd je jezelf bezig met resultaten, de lege hulzen van een levend gebeuren. Dát maakt je wanhopig.
Trots, snel, bezield en zonder aarzeling leek ze, tot bij het eten het beheersen van de gretigheid, het nagaan of het al niet genoeg was, zich aftekende.
Met de laatste hap was het voornemen voorbij.
Hongerig wachtte ze op de anderen: beheerst, leeg en verlaten.