Kabbalah en het Herstel van het Paradijs

Naar aanleiding van de Lezing in De Kapel te Bloemendaal
Door Kees Voorhoeve


Kabbalah is een inspirerende mystieke stroming binnen de Joods-christelijke traditie en geeft diepgaande beschouwingen over de kosmos, de mens en de zin van het leven. Verschillende aspecten van de Kabbalistische levensvisie zullen verhelderd worden. Vooral het thema van het paradijs, dat symbool staat voor heelheid en evenwicht, zal aan bod komen.

Hoe ziet precies de mystieke weg naar dit innerlijke paradijs er uit en wat betekent dit voor ons dagelijks leven?




Download Schema Tikkun

Zie Artikel: En Soph, De Grenzeloze Bron van het Bestaan

Ga naar: Kabbalah Boeken    Bijbel en Zohar    Kabbalah Personen


De Zondeval en de Verlossing

© Kees Voorhoeve

Inleiding

Hoe meer we ons openstellen voor de Goddelijke Bron van ons bestaan, hoe meer we de levensopdracht om brug te zijn tussen Licht en Duisternis kunnen verwezenlijken.
In de praktijk blijkt echter dat het evenwicht tussen Licht en Duisternis moeilijk te realiseren is. We hebben steeds de neiging uit balans te raken en ons vanwege de zondeval te identificeren met de Duisternis. Wat wordt met de Oerbron bedoeld en waar komt het onderscheid tussen Licht en Duisternis vandaan? Waarom heeft de zondeval plaatsgevonden en raken we steeds meegesleurd in de Duisternis? Hoe kunnen we van de zondeval verlost worden en de zuigkracht van de Duisternis loslaten? Op welke wijze kunnen we weer in evenwicht komen? Aan de hand van Kabbalistische interpretaties over de zondeval en de verlossing zullen in dit artikel op deze vragen antwoorden gezocht worden.


De Oerbron

De Oerbron is de oneindige eeuwige werkelijkheid die alles overstijgt en tegelijkertijd de Bron is van alles wat bestaat. De Oerbron is op ‘niets’ gericht, het is zo leeg van iets en tegelijkertijd zo vol van alles. Hoe kan uit dit ‘niets’ iets ontstaan?
In de Kabbalistische traditie wordt de Oerbron En Soph genoemd dat ‘zonder grens’ betekent. En Soph wordt als een cirkel voorgesteld met een oneindige omtrek en zonder vast middelpunt. De cirkel is leeg, er is ‘niets’. Dat wil zeggen er is niet ‘iets’, de Bron is een volheid van alles. De leegte is vol van Goddelijke Licht. Het Niets is dus een absolute oneindige stralende Realiteit waarin alles nog ongedifferentieerd aanwezig is. Tegelijkertijd heeft deze Oerbron een eeuwig verlangen in zich om tot zelfkennis te komen. Deze stralende Realiteit wil tot manifestatie komen om zodoende zichzelf volledig te ontdekken. De Oerbron is een verborgen schat die verlangt gekend te worden.
Het proces van het ontstaan van het leven wordt in de Kabbala beschreven met behulp van het principe Tzimtzum. Tzimtzum betekent terugtrekken. Het Goddelijke Oerlicht trekt zich terug opdat het leven kan verschijnen. De schepping wordt in de Kabbala niet besproken in termen van overstromen of zich uitdrukken, het gaat om het principe van terugtrekken, de Oerbon trekt zich juist terug om ruimte te maken voor het bestaan. Door het terugtrekken verschijnt in het middelpunt van de lege cirkel, vol van Goddelijk Licht, een zwarte stip, een zwart middelpunt. Dit middelpunt is werkelijk ‘niets’; het Goddelijke Licht heeft zich teruggetrokken. De zwarte stip is Duisternis, het is een ontkenning van het Licht.

Het ‘niets’ van de zwarte stip bevindt zich binnen de cirkel van het Goddelijke. Hieruit kunnen we concluderen dat de Duisternis dus inherent is aan het bestaan en een noodzakelijke voorwaarde vormt voor het leven. Het terugtrekken van En Soph is een positieve activiteit van de schepping: het Goddelijke Licht beperkt zich en maakt ruimte voor Duisternis. De Duisternis onderscheidt zich van het Oerlicht. In dit onderscheid van ‘Licht’ en ‘Duisternis’ kan het leven vorm krijgen. Het leven betekent een ritme van in- en uitademen, van ontstaan en vergaan, van constructie en destructie, van goed en kwaad. Juist door het spanningsveld van ‘Licht’ en ‘Duisternis’ kan het leven tot ontplooiing komen en wordt het Goddelijke via dit onderscheid zichzelf bewust van de wonderbaarlijke betekenis en schoonheid van haar diepte.


Zondeval

Als we ons bewust leren af te stemmen op de Goddelijke Bron, is het mogelijk om brug te zijn tussen Licht en Duisternis. Dan zijn we in het midden, leven we in het paradijs en vormen we een belangrijk instrument om de zelfontplooiing van de Goddelijke Bron mede vorm te geven. Maar hoe moeilijk is het in het spanningveld tussen Licht en Duisternis deze opdracht uit te voeren. Hoe moeilijk is het de juiste weg van het midden te kiezen en in balans te blijven? Uit het verhaal van de zondeval in de Bijbel blijkt dat de eerste mens, Adam, het niet gelukt is deze opdracht te volbrengen want Adam wordt verleid door de slang in het paradijs en wordt meegezogen in de Duisternis. Waar komt deze slang vandaan en hoe heeft de slang Adam verleid? Een verwijzing naar de Boom des Levens maakt duidelijk hoe de kracht van de slang werkt. De Boom des Levens vormt in de Kabbala het grondpatroon van de schepping die in het spanningsveld tussen Licht en Duisternis tot bloei kan komen. Het is de volledige blauwdruk waar alles uitgevormd wordt. De Boom des Levens bestaat uit drie kolommen, waarin het spanningsveld tussen Licht en Duisternis en de mogelijkheid van evenwicht tot uitdrukking komt. De zwarte kolom staat symbool voor de Duisternis en heeft met veelheid, onderscheid en structuren te maken. De witte kolom verwijst naar het Licht en correspondeert met eenheid en kracht. Het is de kunst om Licht en Duisternis, de zwarte en witte kolom, in harmonie te brengen. De harmoniserende kracht is de derde kolom, de middenkolom. Door steeds te proberen in het midden te zijn, kunnen we meer en meer het Goddelijke Licht ontvangen en weer doorgeven. Het is echter niet gemakkelijk in het midden van dit spanningsveld tussen de zwarte en witte kolom te blijven. In de Bijbel in Genesis corresponderen deze kolommen met het symbool van de ‘slang’. De kolommen van Licht en Duisternis zijn twee slangen: de zwarte slang wil zich uitdrukken in de veelheid, leeft van differentiatie en heeft de neiging zich af te keren van de Bron. De witte slang is de tegenovergestelde kracht, zoekt juist naar eenheid en verlangt zich te verenigen met het Goddelijke. Beide slangen staan symbool voor kracht om aan te geven dat deze kolommen niet statisch zijn: ze hebben beide een positieve en negatieve lading. De zwarte slang heeft in zich de drang te onderscheiden en te fragmenteren. Op zich is dit een harmonisch proces als de zwarte slang maar in evenwicht is met de witte slang. Als de zwarte slang overheerst, probeert deze via allerlei mogelijkheden de mens in de differentiatie vast te zetten en te vernauwen. De witte slang daarentegen is instaat te genezen en ons te verbinden met het Goddelijke, maar als we alleen op de witte slang gericht zouden zijn, zullen we oplossen en verdwijnen we in de eenheid. De kunst van het leven is beide slangen in evenwicht te brengen. Dan is er een creatieve spanning tussen Licht en Duisternis en leven we in de paradox tussen eenheid en veelheid.

In het verhaal van Genesis lezen we dat Adam verleid wordt door de zwarte slang. Adam heeft als taak brug te zijn tussen Licht en Duisternis. Door bewust in het midden te zijn kan het Goddelijke zich meer en meer uitdrukken en zich via Adam verwezenlijken. De voorwaarde is dat Adam waakzaam is en zich constant zijn taak herinnert en uitvoert. De zwarte slang probeert Adam echter van zijn taak af te houden en hem te verleiden voor de veelheid. Adam weet dat als hij zich identificeert met de zwarte slang hij uit balans zal raken. Adam heeft immers het gebod gekregen om niet met de zwarte slang mee te gaan. Maar de slang is listig en biedt Adam een aantrekkelijk voorstel. De zwarte slang probeert Adam te verleiden om voor zichzelf te kiezen en zich de veelheid van het leven toe te eigenen.

Als Adam iets voor zichzelf heeft, zo redeneert de zwarte slang, kan hij echt gelukkig zijn. Adam raakt gefascineerd door deze bezitsdrang en kiest om dingen voor zichzelf te hebben. Het gevolg is dat daardoor Adem gefixeerd raakt op de veelheid, Adam vergeet in het midden te zijn en hij wordt door de zwarte slang meegesleurd in de Duisternis. Hierdoor verandert het totale evenwicht in de kosmos en de mens. Deze zondeval is een dramatische gebeurtenis, want Adam valt uit het paradijs, wordt helemaal opgenomen in de wereld van de zwarte slang en de middenkolom verdwijnt. Dit was niet de bedoeling. Waarom wordt dit in de Kabbala gezien als een kosmologische ramp? Doordat Adam gekozen heeft voor bezit en in beslag wordt genomen door de identificatie met zichzelf en de wereld van de verschijnselen wordt het voor de mens moeilijker zich met het Goddelijke te verenigen. Het midden is immers niet meer aanwezig in onze ervaring waardoor we nauwelijks meer bewust zijn van onze Ziel en helemaal leven vanuit een materialistische persoonlijkheid. We zijn niet meer een ‘geheel’ en er ontstaat een ondraaglijk hongergevoel naar bevrediging. Het is namelijk een illusie om via bezit, identificatie en zelfbevestiging gelukkig te zijn. We raken hierdoor alleen maar gefixeerd en uit evenwicht. Als Adam in het paradijs wel waakzaam in het midden aanwezig is, leeft hij in vrijheid, helemaal open en doorschijnend, gebruikmakend van de volheid en veelheid van de verschijnselen en stroomt mee zonder zich iets toe te eigenen. Adam maakt dan ‘gebruik van’ de veelheid in plaats van geïdentificeerd te zijn of in bezit genomen te worden.

Zodra Adam met de zwarte slang meegesleurd wordt gaat de zwarte slang op vele gebieden overheersen. De zwarte slang stimuleert met een enorme aantrekkingskracht onze begeertes en lustgevoelens. Hierdoor wordt onze egocentrische houding van vastgrijpen en vasthouden alleen maar versterkt. Onze zintuiglijke ervaring raakt overweldigd door de zuigkracht van deze slang met als gevolg dat we ons meteen identificeren met dat wat we ervaren. De zwarte slang sleurt de mens mee in zijn domein en zorgt er voor dat we op vele aspecten vast komen te zitten in de materie. Onze gedachten raken meer en meer vastgeroest en ons gevoel wordt gefragmenteerd. Langzaam aan, op een zeer subtiele wijze, verovert de zwarte slang ons bestaan en leven wij in zonde, niet meer gericht op onze levensopdracht, niet meer gericht op het midden. De zwarte slang heeft nu eenmaal de drang tot differentiatie en zolang we leven in zijn fascinatie en zelfs niet meer geloven dat deze slang aanwezig is, blijven we gevangen in zijn duisternis en zal op lichamelijk, psychologisch, maatschappelijk en existentieel niveau de degeneratie van het menselijk leven voortduren.


Verlossing

Ondanks deze dramatische zondeval blijft er een mogelijkheid aanwezig de zonde om te keren. De enorme macht van de zwarte slang over de mens kan nog steeds doorbroken worden. Levend vanuit de bewustzijnsvernauwing, in de fascinatie van de zwarte slang, kan het verlangen geboren worden terug te keren naar de Bron, terug naar het midden. Hier begint onze levensopdracht gericht op de verlossing. Dan kan het Goddelijke Licht ontvangen en doorgegeven worden, dan leeft de mens in het paradijs. Door bewust een mystieke scholingsweg te volgen en vanuit meditatie en gebed op het Goddelijke af te stemmen kan er uiteindelijk weer een vereniging plaatsvinden, dan wordt het paradijs met veel levensvreugde hersteld.

De eerste opdracht is de kracht van de zwarte slang te neutraliseren. Hoe kunnen we uit de zuigkracht van de veelheid loskomen? Meditatie vormt hierbij de centrale oefening. Meditatie betekent ‘aandacht’ en ‘aanwezig zijn’. ‘Aandacht’ maakt ons ontvankelijk. Door aandachtig te zijn, worden we bewust van wat er in ons leven gebeurt. We ontdekken hoe automatisch we leven en afgeleid worden. We beseffen hoe gedachten en gevoelens ons leven beheersen.
We worden geleefd. Zie hoe dit werkt, elke dag opnieuw. Zie hoe de zwarte slang ons leven beheerst. Zie werkelijk wie we zijn en hoe we handelen.
Naast deze aandacht dienen we onze ervaring in evenwicht te brengen. Dit noemen we ‘aanwezig zijn’. ‘Aanwezig zijn’ betekent in het ‘hier en nu’ zijn, zonder dat we meegesleurd worden. We blijven in onze eigen kracht: een ervaring van geworteld zijn, een gevoel van stabiliteit en niet meer in bezit genomen door de zuigkracht van de zwarte slang. Luister naar de Stem van de Goddelijke Bron en ga niet meer mee met wat de zwarte slang ons aanbiedt. Laat de zwarte slang niet meer overheersen. Voel werkelijk dat je aanwezig bent en de slang komt tot rust. Werk niet voor de toekomst en het verleden, maar NU, het ‘hier en nu’ is de poort naar evenwicht in het midden.

Vanuit de basishouding van ‘aandacht en aanwezig zijn’ kunnen we stap voor stap de meditatie verruimen. We openen onze aandacht en bemerken meer en meer dat ons lichaam als een ruimte verschijnt. We ervaren een open doorschijnende ruimte, niet meer vastzittend in een gefragmenteerd beeld van onszelf en ons lichaam. We zijn open en ontvankelijk naar het Goddelijke en de wereld en tegelijkertijd aanwezig in de kracht van de ruimte-die-we-zijn. Als we onze aandacht zo ruim maken blijkt vervolgens dat deze ruimte een middelpunt heeft, het mystieke hart, het centrum van ons wezen. Het mystieke hart vormt de innerlijke woonplaats van de Ziel. Door steeds vanuit het mystieke hart aandachtig te zijn, kunnen we werkelijk de Ziel tot ontplooiing brengen en ons meer en meer laten inspireren door de Goddelijke Tegenwoordigheid, de eeuwige Bron van liefde, wijsheid en inspiratie. Vanuit het mystieke hart kunnen we ervaren hoe de verticale as, de middenkolom verschijnt: werkelijk een levende verbinding tussen hemel en aarde, werkelijk in evenwicht en niet meer aangetast door de zwarte slang.

Als we zo aangeraakt zijn kan de meditatie zich meer en meer verdiepen. Er ontstaat een proces van contemplatie. We stemmen ons dieper en dieper af op de Bron, nergens meer op gericht, gericht op ‘niets’. Door gericht te zijn op ‘niets’ is er sprake van loslaten. Loslaten van gedachten en gevoelens. Helemaal leeg zijn, vol van overgave, stilte en inkeer. Het Goddelijke Licht begint meer en meer te schijnen, maar in plaats van dat het Licht ons in het midden aanwezig stelt, is er eerst pijn, frustratie en lijden. Het Licht is overweldigend en zuivert onze vastgeroeste structuren. Onze ervaring is nog steeds gefragmenteerd en vervormd. Ook al hebben we door ‘aandacht’ en ‘aanwezig zijn’ ons meer geopend en onze persoonlijkheid doorschijnender gemaakt, we leven nog steeds vanuit een egocentrische houding. De zwarte slang blijft zijn zuigkracht uitoefenen. Onze manier van identificeren met de veelheid van de dingen is diepgeworteld. Het Licht spoelt deze houding van toe-eigenen, vastgrijpen en vasthouden schoon. Als we doorzetten en de pijn van het zuiveringsproces toelaten, iedere keer weer opnieuw tot inkeer komen en de diepe levende Stilte werkelijk ervaren, ontvouwt zich een wonderbaarlijk proces. De Goddelijke Bron werkt in ons en er ontstaat een resonantie in de Stilte. Er ontstaan nieuwe gedachten en gevoelens, ontvangen vanuit de creatieve diepte van de Bron. Het Goddelijke spreekt door de mens, een openbaring van grondstructuren, het Licht stroomt door onze Levensboom. We kunnen het mysterieuze Licht werkelijk ontvangen en weer doorgeven.

Bij de verlossing gaat het om een moment van transformatie, waarbij door helemaal op te gaan in niets, er een nieuw leven op een dieper niveau van ‘zijn’ gevormd wordt. Er vindt een omkering plaats, de Ziel vormt de grondtoon in ons leven. De zwarte slang wordt omgevormd en werkt nu in harmonie samen met de witte slang. Deze omkering betekent een vergoddelijking waarbij de nieuwe mens de sporen van de Bron in zijn of haar hart bij zich draagt en werkelijk in evenwicht is.


Tenslotte

Hoe moeilijk is het om het evenwicht tussen Licht en Duisternis te verwezenlijken en in stand te houden? Het is een dramatisch universum. We zijn helaas naar beneden gevallen en leven in de wereld van de zwarte slang. De fascinatie met de veelheid en de zuigkracht van het aardse blijkt te sterk te zijn. Hoe kunnen we uit de zuigkracht van deze slang raken? De keuze is aan ons. Als we ons bewust openstellen voor de Oerbron, is het mogelijk om vanuit vrije wil te kiezen in het midden te zijn en bewust mee te stromen met de Inspiratie van het Goddelijke. We kunnen de zwarte slang in ons leven leren beheersen en omvormen. We kunnen meewerken aan de verlossing zodat de zin van het leven tot uitdrukking kan komen. De zin van het leven betekent voor mij de taak van Adam op te pakken en het paradijs te herstellen. Dan kan onze levensopdracht brug te zijn tussen hemel en aarde en mee te werken aan een harmonieus en volledig leven in samenhang met de kosmos, de natuur en de medemens werkelijk vrucht dragen.


Voor uitleg en studie betreffende de zondeval en de verlossing heb ik de volgende
bronnen geraadpleegd:

Isaiah Tishby:
The Wisdom of the Zohar. Volume II, The Littman Library of Jewish Civilisation 1994

Lawrence Fine (Editor):
Essential Papers on Kabbalah, New York University Press 1995

Chayyim Vital:
The Tree of Life. Chayyim Vital’s introduction to the Kabbalah of Isaac Luria,
The Palace of Adam Kadmon, Jason Aronson 1999

Sanford L. Drob:
Symbols of the Kabbalah. Philosophical and  psychological perspectives, Jason Aronson 2000

Marc-Alain Ouaknin:
Mysteries of the Kabbalah, Abbeville Press Publishers 2000