Zonder Gruis geen Parels

© Kees Voorhoeve


David Brazier (zie foto) is als psychotherapeut en Zen-boeddhist werkzaam in Engeland en heeft op inspirerende wijze het boeddhisme met de psychotherapie weten te integreren. Hij heeft een prachtig boek geschreven over de essentie het boeddhisme, waarin vooral de vier edele waarheden in een nieuw licht komen te staan. 

Hij maakt gebruik van vele voorbeelden uit het dagelijkse leven en persoonlijke verhalen van mensen waarin zowel de worsteling met het lijden als de uitdaging van de zoektocht naar de zin van het leven tot uitdrukking komen.



Wat heeft de Boeddha ontdekt?

In zijn boek "Zonder Gruis geen Parels" vertelt David Brazier wat de essentie is van wat de Boeddha ontdekt heeft. De Boeddha leefde in zijn jonge jaren in een rijke familie. Hij werd opgevoed in een beschermde omgeving met veel welvaart en weelde. Hij was volgens zijn vader bestemd een groot staatsman te worden. Toen de Boeddha op een dag zich in de buitenwereld onder de mensen bevond, werd hij geconfronteerd met een aantal zaken die hem diep raakte. Hij kwam mensen tegen die ziek waren en een hoge ouderdom bereikt hadden en hij kwam een gezin tegen waar een dierbare was overleden. Deze principes van ziekte, ouderdom en dood brachten hem in verwarring. Wat is de zin van het leven als mensen ziek worden en lijden. Waarom worden we oud en zal iedereen sterven? Wat is daarvan de bedoeling? Deze vragen waren voor de Boeddha dusdanig indringend dat hij besloot op zoek te gaan naar antwoorden. Hij verliet het ouderlijke huis en trok de wereld in op zoek naar leraren en gidsen die hem een antwoord konden geven op zijn levensvraag. In zijn omzwervingen heeft de Boeddha allerlei methoden uitgeprobeerd. Hij heeft enkele jaren in ascese terugtrokken in het woud geleefd van regenwater en een hand vol rijst. Uiteindelijk kwam de Boeddha tot de conclusie dat deze vorm van zelfontkenning niet de weg was. Hij besloot onder een boom te gaan zitten en wilde niet eerder opstaan voordat hij de zin van het leven ontdekt had. Hij ging in diepe meditatie en zijn geest werd wakker. Hij ontdekte de heldere oorspronkelijke staat van 'zijn', de ware natuur van de mens, de Boeddha-natuur. Deze verlichte ervaring ging gepaard met een groot inzicht. De Boeddha heeft dit inzicht samengevat in de vier edele waarheden.

Vier edele waarheden

De eerste edele waarheid is dat het leven lijden is. In het Sanskriet wordt er gesproken over 'dukkah'. Dit wordt ook vertaald als frustratie of ontevredenheid. De mens is gericht op geluk en wil het positieve in het leven vastgrijpen. De negatieve aspecten van het bestaan willen we het liefst verwijden. Maar volgens de Boeddha is dat een illusie. Het leven is een beweging tussen geluk en lijden. Het lijden kunnen we daarin niet ontkennen. De Boeddha spreekt over natuurlijk lijden. Dit lijden heeft fundamenteel te maken met ziekte, ouderdom en sterven, maar ook in psychologisch opzicht met een gevoel van ontevredenheid of teleurstelling als het niet loopt zo als we graag willen en onze verwachtingen niet uitkomen. Deze vorm van lijden hoort bij het leven en wordt daarom edel genoemd. Het lijden is werkelijk en maakt het leven werkelijk. Dukkha is onontkoombaar. De mens heeft echter veel moeite dit lijden toe te laten en zodoende ontstaat er frustratie en komen we in een strijd terecht waarin we steeds voor het geluk kiezen en het lijden willen wegstoppen. David Brazier geeft aan:

"Over het algemeen wordt het boeddhisme gepresenteerd als een manier om het lijden te boven te komen. Het wordt geformuleerd als middel tegen alle pijn. De boodschap van de Boeddha zoals je die hier zult aantreffen, is niet die van een vlucht, maar die van een manier om edel en bevredigend leven te leiden waarin verdriet en problemen even essentieel zijn als het gruis is voor de parel".  

De tweede edele waarheid verwijst naar de oorzaak van dit lijden. Hoe komt het dat ons bestaan voornamelijk gekenmerkt wordt door frustratie? De Boeddha geeft als aanwijzing dat het lijden veroorzaakt wordt door gehechtheid. We raken gehecht aan dat wat we willen hebben. De drijfveer van deze gehechtheid is dorst. De Boeddha omschrijft dit als een vuur, het vuur van de hunkering. Maar ook deze tweede waarheid is edel. Dorst is natuurlijk. Niemand hoeft zich daar voor te schamen. Dingen willen hebben en ons met mooie zaken identificeren is een normaal proces in het leven, als het maar niet gaat overheersen. Wordt die gehechtheid de grondtoon van ons bestaan en zo dominant dat we er in vast komen te zitten, dan raken we in een bewustzijnsvernauwing. We zien de werkelijkheid niet meer helder, we raken verblind door bezit en de zuigkracht van het leven. Dan komen we vast te zitten in een vicieuze cirkel van vastgrijpen en vasthouden en wordt ons leven gekenmerkt door lijden en frustratie. 

De derde waarheid is de oplossing. Hoe kunnen we het lijden en de gehechtheid doorbreken? Het principe van bevrijding vormt het centrale uitgangspunt van het boeddhisme. Het gaat er om uit de gehechtheid los te komen en het lijden de overstijgen. Hoe doe je dat? Nivrana of bevrijding wordt vaak vertaald als uitblussen. De gehechtheid en het lijden dienen helemaal losgelaten te worden. Maar volgens David Brazier wordt dat niet bedoeld. Bevrijding is afgeleid van het wordt 'nirodha' dat 'begrenzen' betekent. Het gaat om de dorst of het vuur van de hunkering te beteugelen en niet uitdoven. Het vuur of de dorst is immers edel en vormt een natuurlijke neiging om ellende te ontvluchten. Laat het toe, accepteer het, zonder te oordelen. Het mag er zijn, maar ga er niet teveel in mee, laat het ook weer los.

De vierde edele waarheid is weg waarlangs we leren de frustratie te accepteren en het vuur van de hunkering te begrenzen. David Brazier omschrijft deze vierde waarheid als volgt:

"De vierde edele waarheid is 'marga', de weg. Als we in de bossen zijn verdwaald en we sluiten op een pad is dat zo'n opluchting. Plotseling voelen we weer hoop en vertrouwen. Nu kunnen we beginnen ergens heen te gaan. We weten misschien niet waar het pad ons heen zal voeren, maar we weten dat er eerder mensen zijn geweest. Op het pad zijn betekent beginnen met een bepaalde richting in te slaan. Zegt de derde edele waarheid 'nee' tegen de neiging rond te dolen. De vierde waarheid zegt 'ja' tegen het volgen van het pad. Dit pad is de middenweg. Deze middenweg omvat zowel ja en nee. Het vermijdt de uitersten."

In het boeddhisme vormt deze weg het achtvoudige pad waarin verschillende aanwijzingen worden geven hoe te handelen om in evenwicht te komen en de weg van het midden te volgen. Het gaat om de juiste visie, het juiste denken, het juiste spreken, het juiste handelen, het juiste levensonderhoud, de juiste inspanning, de juiste aandacht en juiste 'samadhi'. In 'Zonder Gruis geen Parels' wordt op indringende wijze deze acht stappen beschreven. Juiste 'samadhi', de achtste stap, vormt de essentie van het pad. Hierin biedt de Boeddha een transformerende visie die de weg ontsluit naar een authentiek leven vol vertrouwen. 'Samadhi' betekent vervoering en verwijst naar de visionaire verlichtingservaring van de Boeddha. Hij zag de werkelijkheid zoals het is: open, helder en verbonden, in direct contact met het leven zonder weg te vluchten van het lijden en zonder er in meegezogen te worden. Kortom de Boeddha ontdekte een ervaring van evenwicht, een ervaring van 'in het midden zijn'. David Brazier vat het als volgt samen:

"Beperking is een deel van het leven en is in feite het deel dat er betekenis, richting, vitaliteit en levendigheid aan geeft. De ellende waar we tegen in opstand komen is de basis van ons bewustzijn en van ons vermogen tot besef, zonder welk vervoering niet mogelijk zou zijn. We krijgen niet alles wat we willen. Ellende hoort helemaal bij het leven. Als reactie op ellende ontstaan gevoelens. Deze gevoelens kunnen ons leven tot een hel maken. Maar ze zijn ook een bron van energie die bedwongen kan worden om ons daarmee op een opbouwende levensweg te zetten."