DE DRIE WEGEN VAN DE LIEFDE

© Daniël van Egmond

[Uit het Archief van Mystieke Overpeinzingen]

Inleiding

De christelijke spiritualiteit omvat een contemplatieve weg die ingebed ligt in de christelijke traditie. Daardoor onderscheidt zij zich van bijvoorbeeld de joodse of boeddhistische spiritualiteit. Maar hoe kunnen we er voor zorgen dat we daadwerkelijk onze weg binnen die traditie gaan? Moeten we dan eerst een diepgaande studie van de christelijke theologie gaan maken? En indien dat het geval is,- van welke theologie? Luthers, reformatorisch, rooms-katholiek, orthodox? 

Kortom, het is bepaald niet duidelijk wat het in de praktijk betekent om een geestelijke weg binnen de christelijke traditie te gaan. Wellicht maken we het ons te moeilijk door op deze abstracte manier te vragen naar de betekenis en de inhoud van de christelijke traditie. Indien we op een praktische wijze de christelijke mystieke weg wensen te gaan, zijn er immers maar weinig theologen die ons daarbij als gids kunnen dienen. Een theologische opleiding is tegenwoordig bepaald geen garantie voor een goede theoretische en praktische vorming tot geestelijke begeleid(st)er. Om met de katholieke theoloog Hans Urs von Balthasar te spreken: tegenwoordig zijn er nauwelijks nog "knielende theologen", d.w.z. theologen die naast hun studie een rijk gebeds- en contemplatief leven leiden. Nee, de meeste zijn "zittende theologen". Daarom heeft het weinig zin om de vraag naar de praktische inhoud van de christelijke contemplatieve traditie te beantwoorden door bij hedendaagse theologen te rade te gaan. Het is veel verstandiger om te gaan luisteren naar die grote leraren en leraressen die door vrijwel iedereen als authentieke gidsen op de christelijke contemplatieve weg beschouwd worden. Daarbij moeten we proberen om hun inzichten en aanwijzingen in begrippen die bij onze eigen tijd passen te vertalen, zonder dat de continuïteit tussen hun leringen en onze praktijk daar onder te lijden heeft. Op die manier kunnen we er voor zorgen dat onze inzichten voortdurend aan de grondslagen van de traditie getoetst worden. 

In dit artikel zullen we de essentiële kenmerken van de christelijke contemplatieve traditie bespreken aan de hand van een tekst van de Duitse mysticus Johannes Tauler (c1300 - 1361). Tauler werd in het begin van zijn werk als prediker en biechtvader vooral geïnspireerd door de inzichten van zijn tijdgenoten Meister Eckhart en Johannes Ruusbroeck. Volgens een van de verhalen die over hem bekend zijn gebeurde het in zijn 40-ste levensjaar dat hij na afloop van een van zijn preken werd aangesproken door een onbekende man die hem verweet dat zijn preken te weinig uit zijn hart kwamen. Deze man was een "godsvriend" uit het Oberland, d.w.z. iemand die deel uitmaakt~ van een informeel netwerk van gelovigen die de innerlijke beleving van het christendom, binnen de grenzen van de kerkelijke structuur, benadrukten. Deze man werd Taulers leermeester en onder zijn invloed onderging hij een innerlijke bekering (metanoia) die het begin vormde van zijn eigen ervaringen van de christelijke contemplatieve weg. In de 84 preken die van hem bewaard zijn gebleven geeft Tauler op een heldere en concrete wijze aanwijzingen om deze weg te gaan.

In dit artikel zijn de belangrijkste gedeelten uit Preek 52 vertaald en van commentaar voorzien. Lucas 10: 25 - 28 vormt het uitgangspunt van deze preek: "En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken en zeide: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En Hij zeide tot hem: Wat staat in de wet geschreven? Hoe leest gij? Hij antwoordde en zeide: Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf. En Hij zeide tot hem: Gij hebt juist geantwoord; doe dat en gij zult leven." De schriftgeleerde vraagt vervolgens wie dan zijn naaste is en Jezus beantwoordt deze vraag door de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan te vertellen. 

Laten we nu gaan luisteren wat Tauler over deze Bijbeltekst vertelt:

Lees verder

Zie meer over Daniël van Egmond