Met liefde voor de wereld tegen het egoïsme

De strenge Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt bedacht het begrip ‘liefde voor de wereld’. Dat is een gevoel van verantwoordelijkheid voor wat we gemeen hebben. Kan dat wel, de liefde voor de wereld voelen? 


Het is niet eenvoudig om van de wereld te houden, nu niet en altijd al niet. Maar het lukte filosofe Hannah Arendt. Zij was, schreef ze in een brief aan Karl Jaspers in 1955, de laatste jaren dan eindelijk van de wereld gaan houden.

Ze wilde haar nieuwe boek over politieke theorieën zelfs Amor mundi noemen. Het is nu de titel van het boek van Peter Venmans, waarin hij probeert Arendts begrip ‘wereldliefde’ inhoud te geven.



‘Wereldliefde’ is een onmogelijk begrip. Het is te groot, te glibberig, te abstract, te sentimenteel, te ongrijpbaar. Venmans, voor wie dit na De ontdekking van de wereld (2005) zijn tweede boek over Arendt is, kan het er alleen maar over hebben aan de hand van al bestaande begrippen voor een op wereld gerichte blik: altruïsme in plaats van egoïsme, engagement in plaats van navelstaren, zorg voor de wereld in plaats van onverschilligheid. Dit ‘wereldliefde’ noemen is het in een rare, enigszins religieuze sfeer brengen die de strenge, allerminst sentimentele Hannah Arendt niet heeft bedoeld, maar wel erg heeft uitgelokt door het over ‘liefde’ te hebben.

‘Wereldliefde’ wil ook helemaal niet zeggen dat je het beste met de wereld voorhebt: dat hangt helemaal af van wat je onder ‘de wereld’ verstaat. Het kan wel een wereld zijn waarin de liefde voor de wereld benauwend groot is: dat iemand alleen nog maar aan de ‘wereld’ denkt en niet meer aan zichzelf en zijn naasten. Je kan door liefde gesmoord worden. De liefde (if any) voor de wereld van een sociaal-democraat en een liberaal is een heel andere dan die van een conservatief.

Een intensieve en geëngageerde belangstelling hebben voor wat er in de wereld gebeurt noem je geen liefde. Het woord is ergens anders voor bedoeld, niet voor je inspannen voor de algemene zaak. Liefde voor de mensheid, of ‘de mens’ in het algemeen is ook veel te groot om serieus te zijn. Begaan zijn met mensen in nood valt ook niet onder ‘liefde’, ook al deden missionarissen dat vroeger heel graag. Wanneer Venmans een heel boek schrijft rond Arendts begrip ‘wereldliefde’, is dat kennelijk iets dat iedereen eigenlijk zou moeten hebben, te meer nu hij de wereldliefde enigszins polemisch afzet tegen de hedonisten, individualisten en egoïsten. Hij gaat dan voorbij aan mensen die niet zo veel talent hebben voor de wereld, niet zo groot kunnen denken of al genoeg denken te hebben aan de kleine wereld om hen heen.

Lees verder: Vrij Nederland