Waarheid

Taalkundige corruptie
Wat ik zeg stolt
Alleen maar letterlijk denken
Zoals het er staat
Maar wat staat er eigenlijk?

De giftige kracht van de dualiteit
Boze geesten vallen aan
Onwaarheid wordt ingeprent

Bevrijd worden uit deze corruptie
Hoe doe je dat?

Koel en ik-loos
Zonder fascinatie
Aangeraakt
Opgericht

In vuur en vlam
Gekust
Verwelkomen
Onbevangen zijn

Alles in het licht
De waarheid is de maat
Boze geesten komen tot rust

De weg van het mystieke hart
Verberg jezelf
Laat vallen
Op de bodem

Niet willen, niet weten, niet hebben
Dan spreekt de waarheid vanzelf

~K

En Soph

Uit: En Soph, de grenzeloze Bron van het bestaan

Wat is de betekenis van En Soph vanuit onze ervaring gezien, als En Soph eigenlijk niet begrepen kan worden en tegelijkertijd verborgen en voelbaar aanwezig is?

En Soph is onkenbaar vanuit de rationele mentale context. Het overstijgt ons verstand, maar is wel concreet te ervaren. In diepe meditatie ervaren we ‘Ruimte’. We richten ons niet op de Ruimte, maar hebben deel aan Ruimte. Deze ervaring is zonder grens, zonder grond en onbepaald. Er zijn dan geen gedachten of gevoelens die in de Ruimte ontstaan en vergaan.

Er is een diepe stilte. Tegelijkertijd blijft deze Ruimte onkenbaar en is er een eeuwigdurend verlangen. Het is het verlangen van En Soph om zichzelf te schouwen. Zodoende komt En Soph tot zelfkennis of contemplatie via Kether. Kether, de eeuwige scheppingsimpuls, de Goddelijke Vonk. Elk moment worden we geboren als een levende Ziel en elk moment trekt deze pulserende kracht zich weer terug in En Soph. Het Oer-ritme van de schepping is elk moment aanwezig, bijvoorbeeld in de in- en uitademing, waarbij op elk moment dit wonderbaarlijke leven ons wordt gegeven.
Er is dus sprake van En Soph als Ruimte op zichzelf, en deze Oerbron blijft onkenbaar. Het Heilige in zichzelf besloten blijft verborgen voor onze ervaring; eeuwig sluimerend in de duisternis. Vervolgens maakt En Soph zich kenbaar via Kether, als Aanwezigheid, Eheye. Deze ervaring van Kether is zelfbestaand; zelfbestaan van het Goddelijke.

Een ervaring van ‘Ik ben’ of Ruimte-zijn. Vanuit het perspectief van de menselijke ervaring gezien, kan Kether dus geïdentificeerd worden met En Soph en voelen we En Soph via Kether als de Ruimte die zichzelf als Ruimte ervaart. Een uiterst subtiele ervaring van de paradox dat alles doordringt en tegelijkertijd alles overstijgt. Vanuit het perspectief van de Bron gezien bestaat er een onoverbrugbare kloof tussen En Soph en Kether. En Soph is de Chaos, de verborgen Bron, waar niets over te zeggen valt. Kether is dan één van de mogelijke krachten die tot ontstaan gebracht worden als kroon op de Boom des Levens.

Wat betekent dit nu voor mijn persoonlijke ervaring?
Als ik mijn aandacht probeer te richten op En Soph ervaar ik een oneindige duisternis. En Soph is leegte, er is niets afzonderlijk. In die duisternis is geen richting, geen begin en geen einde. Ik ben nergens meer op gericht. Er is een ervaring zonder grens, een ervaring zonder begin en eind.

Ik vraag mij vol verwondering af: Wat is dit? Wat is En Soph? Het is ongrijpbaar, het is niets, zelfs ‘niets’ wordt overstegen. Er is geen beeld en geen voorstelling, het is werkelijk een mysterie. Het Verborgene in het Verborgene: En Soph is onkenbaar, En Soph laat zich niet in woorden bevatten. Ik kan er geen termen voor bedenken, ik weet het niet: dit Mysterie geeft ontzag. Hoe dieper ik nadenk over deze oneindigheid, hoe vreemder ‘mijn’ gevoel. Mijn gedachten lopen vast. Het is vreeswekkend. Ik besef dat ik niets ben in verhouding tot het Heilige. De grond onder mijn voeten lijkt weg te vallen, er is werkelijk niets. Ik probeer te zoeken naar ideeën, maar ik kan niets meer verklaren, ik stop met zoeken. Zelfs ‘ik’ is er niet meer. De adem gaat nog dieper, ik ervaar openheid: helemaal doorschijnend. Er is alleen maar toelaten. Dan volgt er een omslag, heel subtiel: ‘Ik-ben-in-de-ervaring’, ‘Ik-ben-de-ervaring’.

Wat een onvoorstelbare beleving. Ik besef dat ik iedere keer op iets gericht wil zijn. Gericht zijn op de meditatie, gericht zijn op de ademhaling, gericht op mijzelf en gericht op beheersing. Hoe kan ik loslaten? Nog maar een ding is mogelijk: Overgave!

Niet meer invullen, niet meer voorstellen, niet meer denken: alleen maar ervaren. Ik weet werkelijk niets en toch word ik gedragen. Vanuit nederigheid en ontzag word ik gedragen door deze Oergrond. Vanuit En Soph komt het wezenlijke in mij tot aanzijn. Ik word geademd: ‘bewust-er-zijn’. De Ruimte is als Ruimte aanwezig: helemaal transparant. De scheppingskracht stroomt door mij heen, er is totale vrijheid, een wonderbaarlijk tijdloos moment. Samen zijn met En Soph, de grenzeloze Bron van het bestaan.

~Kees Voorhoeve