Liefde is een vuur [5]

~Llewellyn Vaughan-Lee 

In de begindagen van het Soefisme is er weinig opgeschreven; er waren verlichten, heiligen, vrienden van God, walî, die hun eigen spirituele passie, hun diepste devoties leefden. Een zo’n heilige was Râbi’a, een vrouw die in slavernij geboren was, maar wier eigenaar zo onder de indruk was van de intensiteit van haar devotie dat hij haar de vrijheid schonk. Zij werd bekend vanwege het benadrukken van de liefde die bestaat tussen de mysticus en God. Altijd kijkend naar God gaf ze om niets wat haar van deze verbinding zou kunnen afhouden of tussen beide zou kunnen komen. Haar werd eens gevraagd, “Heb je God lief?” “Ja,” antwoordde zij. “Haat je de duivel?” “Nee, mijn liefde voor God laat mij geen tijd om de duivel te haten.”

Râbi’a’s gebed benadrukt de mystieke afwijzing van alles, behalve God: “Oh Heer, welk deel van deze wereld Gij wilt toekennen, ken het toe aan uw vijanden. En welk deel van de volgende wereld Gij mij wil geven, geef het aan uw vrienden. Gij zijt genoeg voor mij.” Een uiterlijke liefdesaffaire kan ons een beeld van vervulling geven, maar de intense innerlijke liefde die bij de mystieke relatie met God behoort, geeft ons een vervulling die totaal en absoluut is. Totdat je het niveau van deze innerlijke vervulling geproefd hebt, durf je nauwelijks te dromen, dat zo iets mogelijk is. Maar als de zoeker op het pad loopt, en de minnaar dichterbij de Geliefde komt, wordt deze vervulling steeds dieper, steeds meer heel; en je weet met een zekerheid die uit ervaring voortkomt dat slechts de Geliefde kan geven wat je nodig hebt. Met de woorden van Râbi’a, “Gij zijt genoeg voor mij.”

Voor de Soefi wordt alles door liefde in het hart gegeven. En het wordt gegeven omdat onze Geliefde dat wil: “Allâh leidt naar Allâh die Hij wil.” Het werk van de zoeker is in werkelijkheid het werk van voorbereiding, om de beker te ledigen van het zelf, zodat Hij hem kan vullen met de wijn van liefde, de bedwelmende substantie van Zijn Liefde voor ons. De mysticus weet dat het enige obstakel tussen ons en onze Geliefde ons eigen zelf is, zoals de Soefi uit de tiende eeuw al-Hallâj gepassioneerd uitdrukte:

Tussen U en mij leeft er een “ik ben het” hetgeen mij kwelt. 
Ah! Staak door u barmhartigheid dit “ik ben het” tussen ons beiden.

De minnaar verlangt ernaar te branden in het vuur van de liefde totdat hij leeg is, zodat de Geliefde zijn hart kan vullen met de wijn van goddelijke herinnering, met de smaak van nabijheid, met de intimiteiten van liefde. Hij roept ons tot Zich en we keren ons af van de wereld, terug naar onze Geliefde, zodat Hij het geheim dat Hij in ons hart heeft geplaatst, kan onthullen, het wonder van eenheid, de meest innerlijke vereniging van de minnaar en de Geliefde.

Om nogmaals al-Hallâj te citeren, “Ik ben Hij die ik liefheb, Hem die ik liefheb ben ik.”

Supreme Understanding [2]

In my childhood I used to go early in the morning to the river. It is a small village. The river is very very lazy, as if not flowing at all. And in the morning when the sun is not yet arisen, you cannot see whether it is flowing, it is so lazy and silent. And in the morning when there is nobody, the bathers have not come yet, it is tremendously silent. Even the birds are not singing in the morning – early, no sound, just a soundlessness pervades. And the smell of the mango trees hangs all over the river. I used to go there, to the furthest corner of the river, just to sit, just to be there. There was no need to do anything, just being there was enough, it was such a beautiful experience to be there. I will take a bath, I will swim, and when the sun will arise I will go to the other shore, to the vast expanse of sand, and dry myself there under the sun, and lie there, and sometimes even go to sleep.

When I came back my mother used to ask, ”What have you been doing the whole morning?” I will say, ”Nothing,” because, actually, I had not been doing anything. And she will say, ”How is it possible? Four hours you have not been here, how is it possible that you have not been doing anything? You must have been doing something.” And she was right, but I was also not wrong.

I was not doing anything at all. I was just being there with the river, not doing anything, allowing things to happen. If it FELT like swimming, remember, if it FELT like swimming, I would swim, but that was not a doing on my part, I was not forcing anything. If I felt like going into sleep, I would go. Things were happening, but there was no doer. And my first experiences of satori started near that river: not doing anything, simply being there, millions of things happened.

But she would insist: ”You must have been doing something.” So I would say, ”Okay, I took a bath and I dried myself in the sun,” and then she was satisfied. But I was not, because what happened there in the river is not expressed by words: ”I took a bath” – it looks so poor and pale. Playing with the river, floating in the river, swimming in the river, was such a deep experience. To say simply, ”I took a bath,” makes no sense about it; or to just say, ”I went there, had a walk on the bank, sat there,” conveys nothing.

Even in ordinary life you feel the futility of words. And if you don’t feel the futility of words, that shows that you have not been alive at all; that shows that you have lived very superficially. If whatsoever you have been living can be conveyed by words, that means you have not lived at all.

When for the first time something starts happening which is beyond words, life has happened to you, life has knocked at your door. And when the ultimate knocks at your door, you are simply gone beyond words – you become dumb, you cannot say; not even a single word is formed inside. And whatsoever you say looks so pale, so dead, so meaningless, without any significance, that it seems that you are doing injustice to the experience that has happened to you. Remember this, because Mahamudra is the last, the ultimate experience.

~Osho

[Tantra: The Supreme Understanding.
Discourses on Tilopa’s Song of Mahamudra]

Het leven verlichten

MEDITATIE MIDDAG IN DE VERTELSCHUUR
IN BLOEMENDAAL

Datum: zondag 29 mei 2016
Onder begeleiding van Kees Voorhoeve

Thema: Het leven verlichten


Lichter leven. Je gooit oude ballast weg, pakt je jarenlange opgebouwde patronen aan, verandert je levensstijl en wordt als een goeroe verlicht. Verlicht is slechts weggelegd voor de heiligen, althans dat denken we. Toch hebben we zelf ook onze eigen verlichtingservaringen, vaker dan we denken. Als we daar bij stil staan, ervaren we de volheid van het leven. Dan kun je even echt stil staan en adem halen, een moment gelukkig zijn en even geen druk, drukte, dwang en moeten voelen. Verlichten is ook het licht laten schijnen op de donkere dingen of op onze mindere kanten. Een middel tot verlichting is meditatie, en tegelijkertijd is meditatie verlichting.

Meditatieschool Bloemendaal biedt al jaren meditatie cursussen aan, kort en lang. Nu een mogelijkheid om kennis te maken met onze werkwijze van de Boeddhistische vogel. Je hebt twee vleugels nodig om te leren vliegen: een vleugel om te oefenen en een vleugel om te weten wat je aan het doen bent. Oefening en studie. Daar staan wij voor, iedere bijeenkomst opnieuw. Nu een mogelijkheid om eens te proberen te mediteren, of om weer eens in een groep te mediteren, of om extra te oefenen.

Iedereen van harte welkom. Ervaring niet vereist.

Plaats: Vertelschuur Bloemendaal, midden in het bos.
Tijd: 14.00 – 17.00
Kosten 15 euro p.p.

Opgave bij Chantal Visser – de Mol: Quality4life@outlook.com