De ene zitplaats

De Boeddha zat geworteld op de aarde en toen verscheen Mara, de boeddhistische duivel van verleiding en afkeer. De Boeddha keek met open ogen, vol van spirituele moed, naar begeerte, haat en angst die Mara naar voren bracht. De Boeddha kon echter alles wat Mara uitprobeerde om hem van slag te brengen weerstaan. Hij brulde als een leeuw en Mara verdween.

Meditatie betekent de confrontatie met het leven en onszelf aangaan. Vanuit de ene zitplaats gaan we door de poort van het lijden. We ervaren pijn, verdriet en tegenslagen. Zie het leven, laat het leven toe, maar ga niet mee met de zuigkracht. We zijn geopend naar alles wat verschijnt ook naar de donkere kanten van de persoonlijkheid en kijk er dan met veel compassie naar. Tegelijkertijd dienen we grenzen te stellen aan de chaos en niet mee te gaan met alle sensaties en prikkels van het drukke leven, kortom fundamenteel in vreugde betrokken aanwezig zijn vanuit die ene zitplaats.

Jack Kornfield omschrijft de ‘ene zitplaats’ als volgt:

Als we genoegen nemen met een beetje oefenen volgens de ene traditie, en nog een beetje van een andere en nog een andere, zal het werk dat we hebben gedaan meestal niet accumuleren als we op de volgende oefenmethode overgaan. Het komt overeen met het graven van allerlei ondiepe kuilen, in plaats van een diepe put. Dit van de hak op te tak springen leidt ertoe dat we nooit genoodzaakt zijn onze eigen verveling, ongeduld en angsten onder ogen te zien. Zo worden we nooit met onszelf geconfronteerd. Dus moeten we een in de tijd beproefde methode met voldoende diepgang kiezen, een methode die ons hart aanspreekt. En vervolgens dienen we het vaste besluit te nemen om in die methode te volharden gedurende alle tijd die nodig is om onszelf te transformeren. Dit is het uiterlijke besluit van de ene zitplaats. 

Als we deze uiterlijke keus hebben gedaan uit de vele beschikbare wegen naar de top, en een begin hebben gemaakt met systematisch oefenen, ontdekken we vaak dat we van binnenuit worden overvallen door allerlei vormen van twijfel en angst; allemaal gevoelens die we nooit bewust hebben durven ervaren. Uiteindelijk zal alle ingedamde pijn van een mensenleven buiten zijn oevers treden. Als we eenmaal een oefenmethode hebben gekozen, zullen we de moed en de vastberadenheid moeten opbrengen om er trouw in te volharen, ondanks al onze problemen. Dit is het innerlijke aspect van het innemen van de ene zitplaats. [Een licht voor jezelf; gids voor een spiritueel leven] 

~K

Buddhist Meditation is Relaxing with the Truth

~Pema Chödrön 

It is only when we begin to relax with ourselves as we are that meditation becomes a transformative process. The pith instruction is, Stay. . . stay. . . just stay.

As a species, we should never underestimate our low tolerance for discomfort. To be encouraged to stay with our vulnerability is news that we definitely can use. Sitting meditation is our support for learning how to do this. Sitting meditation, also known as mindfulness-awareness practice, is the foundation of bodhichitta training. It is the home ground of the warrior bodhisattva.

Sitting meditation cultivates loving-kindness and compassion, the relative qualities of bodhichitta, which could be defined as completely awakened heart and mind. It gives us a way to move closer to our thoughts and emotions and to get in touch with our bodies. It is a method of cultivating unconditional friendliness toward ourselves and for parting the curtain of indifference that distances us from the suffering of others. It is our vehicle for learning to be a truly loving person.

Gradually, through meditation, we begin to notice that there are gaps in our internal dialogue. In the midst of continually talking to ourselves, we experience a pause, as if awakening from a dream. We recognize our capacity to relax with the clarity, the space, the open-ended awareness that already exists in our minds. We experience moments of being right here that feel simple, direct, and uncluttered.

This coming back to the immediacy of our experience is training in unconditional bodhichitta. By simply staying here, we relax more and more into the open dimension of our being. It feels like stepping out of a fantasy and relaxing with the truth.

Yet there is no guarantee that sitting meditation will be of benefit. We can practice for years without it penetrating our hearts and minds. We can use meditation to reinforce our false beliefs: it will protect us from discomfort; it will fix us; it will fulfill our hopes and remove our fears. This happens because we don’t properly understand why we are practicing.

Why do we meditate? This is a question we’d be wise to ask. Why would we even bother to spend time alone with ourselves?

First of all, it is helpful to understand that meditation is not just about feeling good. To think that this is why we meditate is to set ourselves up for failure. We’ll assume we are doing it wrong almost every time we sit down: even the most settled meditator experiences psychological and physical pain. Meditation takes us just as we are, with our confusion and our sanity. This complete acceptance of ourselves as we are is called maitri, a simple, direct relationship with our being.

Trying to fix ourselves is not helpful. It implies struggle and self-denigration. Denigrating ourselves is probably the major way that we cover over bodhichitta.

Does not trying to change mean we have to remain angry and addicted until the day we die? This is a reasonable question. Trying to change ourselves doesn’t work in the long run because we’re resisting our own energy. Self-improvement can have temporary results, but lasting transformation occurs only when we honor ourselves as the source of wisdom and compassion. We are, as the eighth-century Buddhist master Shantideva pointed out, very much like a blind person who finds a jewel buried in a heap of garbage. It is right here in our smelliest of stuff that we discover the awakened heart of basic clarity and goodness, the completely open mind of bodhichitta.

It is only when we begin to relax with ourselves as we are that meditation becomes a transformative process. When we relate with ourselves without moralizing, without harshness, without deception, we finally let go of harmful patterns. Without maitri, renunciation of old habits becomes abusive. This is an important point.

There are four main qualities that are cultivated when we meditate: steadfastness, clear seeing, experiencing one’s emotional distress, and attention to the present moment. These four factors apply not only to sitting meditation, but are essential to all the bodhichitta practices and for relating with difficult situations in our daily lives.

Read more: Lion's Roar

Bevrijd je Demomen


Bevrijd je demonen

Eeuwen oude wijsheid over het oplossen 
van innerlijke conflicten

Tsultrim Allione


Angst, jaloezie, verslaving en perfectionisme, ieder mens vecht tegen zijn eigen demonen. Maar heeft dit bestrijden wel zin als deze schaduwkanten een deel van jezelf zijn? Als vechten een vorm van vasthouden is, hoe laat je je demonen dan echt los? Bevrijd je demonen vertaalt deze eeuwenoude Tibetaanse wijsheid naar positieve handgrepen voor het moderne leven.


Met haar opmerkelijke heldere en efficiënte vijfstappenplan verschaft Allione een positieve en bevrijdende methode om direct mee aan de slag te gaan en eindelijk tot rust te komen.

Dit boek bevat een modernisering van een eeuwenoude Tibetaans-boeddhistische stroming (ch'od) om je te bevrijden van je innerlijke demonen zoals angst, jaloezie en verslaving. Het is de enige methode die ooit door een vrouwelijke boeddhiste is gesticht (Machig Labdrön, 1055-1145).

Daar de oorspronkelijke methode voor westerlingen te gecompliceerd en exotisch is, heeft de deskundige Amerikaanse auteur ( al veertig jaar boeddhiste) er een moderne versie in vijf stappen van gemaakt: vind de demon (welke, waar zit hij in het lichaam), personifieer hem en vraag wat hij nodig heeft, word de demon, voed hem met wat hij nodig heeft, en rust in aanwezigheid. Het grote verschil met westerse psychotherapeutische methoden zit 'm vooral in het oplossen van het lichaam, het voeden van de innerlijke vijand (in plaats van hem te bestrijden) en het niet-dualistische meditatieve bewustzijn van de laatste stap (oplossen fixaties). Het boek is door het verweven van persoonlijke verhalen van de schrijfster en haar leerlingen en de toegankelijke stijl geschikt voor de in boeddhisme geïnteresseerde lezer. [J. Hodenius / NBD Biblion recensie] Bruna

Book review / Book Excerpt / Amazon

Video BOS / Website: Tara Mandala 

Gesprek met Tsiltrim Allione / Boeddhistsiche Omroep

Vraag: U heeft de vorige keer [in de uitzending van 28.11.09] gesproken over uw sterke relatie met Machig Lapdrön [Tibetaanse vrouwelijke leraar uit de 11e eeuw]. Ik meen, dat zij degene was, die oorspronkelijk de beoefening van Chöd. Klopt dat?

LT: Ja, dat is waar. Zij was degene, die zei: 'Ik heb dit onderricht uit Tibet', terwijl de meeste lessen uit India afkomstig waren. De schriftgeleerden in India, die hoorden, dat zij een boeddhistisch onderricht uit Tibet had, zeiden dat dat niet mogelijk was. Daarom gingen ze naar haar toe om haar uit te dagen; uiteindelijk waren ze zeer onder de indruk en nodigden ze haar uit om naar India te komen, maar zij zei: 'Niet in dit leven'. Dus wijdde zij zich geheel aan Tibet. Wat de Tibetaanse elementen zijn aan dit onderricht is mogelijk het gebruik van de drum, een sjamanistische, vrij grote trommel, die alleen voor de Chöd-beoefening - en nergens anders voor - gebruikt wordt. Andere sjamanistische elementen zijn ook het beleven van je eigen dood en het offeren van je lichaam aan alle Boeddha's en bodhisattva's, vervolgens aan alle ziektedragende wezens, schuldeisende wezens, en wezens die voor obstakels zorgen; tenslotte offer je jezelf aan alle bewuste wezens. Dus er wordt gewerkt met de gedachte - kenbaar gemaakt in Boeddha's leven en zelfs in zijn eerdere levens - dat je compassie tot het uiterste doorvoert, zodanig, dat je je eigen lichaam offert. Machig [Lapdrön] heeft deze beoefening verder uitgewerkt en dus kun je hem dus tot haar herleiden. Er zitten wel elementen uit India in, maar zij werkte de beoefening verder uit en noemde hem 'Mahamudra Chöd'. Dus Chöd komt inderdaad van haar.