Vipassana

In het boek Vipassana. Inzichtmeditatie als pad tot bevrijding bespreekt Joseph Goldstein op verdiepende wijze de problematiek van het lijden en de bevrijding van onze geest. Joseph Goldstein is meditatieleraar in Amerika en mede-oprichter van de Insight Meditation Society
Een ander goed boek samen geschreven met Jack Kornfield is: ‘Op zoek naar het hart van wijsheid’ waarin de verschillende basisaspecten van inzichtmeditatie besproken worden.

In 'Vipassana' wordt weergegeven hoe in het boeddhisme de training van het hart en de transformatie van ons bewustzijn de twee centrale uitgangspunten vormen. We kunnen onheilzame geestestoestanden zoals haat, angst en zinsbegoocheling omvormen tot opmerkzaamheid, mededogen en liefdevolle vriendelijkheid. 


De basisinstructie is het ontwikkelen van een ‘zachte en ruime’ geest en steeds opmerkzaam zijn bij wat zich voordoet zonder meteen te oordelen. Het is een fundamentele aanvaarding van het leven zoals het is, waardoor we ‘vrij’ kunnen zijn. Joseph Goldstein schrijft hierover het volgende:

‘In de meditatietaal spreken we vaak over het laten varen van de dingen, het loslaten van gedachten, emoties of pijn. Soms is dat niet de exacte juiste uitdrukking omdat loslaten suggereert dat je iets moet doen. Beter zou zijn om te zeggen ‘Laat het voor wat het is’ Alles komt en gaat vanzelf. We hoeven niets te doen om dingen te laten komen of om ze te laten verdwijnen of om ze los te laten. We hoeven alleen maar te laten zijn. Om alles te kunnen laten zijn moeten we een moeilijke maar wezenlijke les leren wat betreft de meditatie en tevens wat betreft alle aspecten van ons leven. Het hebben van prettige gevoelens en het vermijden van onprettige gevoelens is niet het doel van de meditatiebeoefening. Het doel van de beoefening van opmerkzaamheid is vrijheid.’

Het is inderdaad een wezenlijke les om alle aspecten in ons leven in eerste instantie te aanvaarden, zonder meteen te oordelen of er in meegesleurd te worden. Maar tegelijkertijd is het een moeilijke opgave om ook het onprettige, vervelende en zelfs hartverscheurende lijden in onszelf toe te laten. Deze open houding is echter wel de voorwaarde om los te laten. Het gaat om in contact te zijn met wat er gebeurt. Het is een proces van helemaal toelaten, een radicale acceptatie van je eigen ervaring. Pas dan kan er ruimte ontstaan en kunnen we dat wat verschijnt ook weer laten voor wat het is.

Joseph Goldstein geeft in 'Vipassana' veel voorbeelden van hindernissen die in ons leven naar voren komen en die juist de uitdaging met zich meebrengen om daar voor open te staan. Allerlei vormen van zelfingenomenheid en hoogmoed, verschillende negatieve emoties, angstige belevingen, oordelen, verveling en schuldgevoelens worden indringend onder de loep genomen.

Het boek 'Vipassana' is in een prettige schrijfstijl geschreven waarbij steeds een koppeling plaats vindt naar voorbeelden uit het dagelijkse leven. Joseph Goldstein beschrijft onder andere zijn eigen worsteling met oordelen, waarbij hij met veel openheid en humor leert los te laten:

‘De eerste manier om verstandig met oordelen om te gaan, is een aloude beproefde methode van direct gewaarzijn en zuivere aandacht. Ik nam de moeite om specifiek waar te nemen hoe het patroon zich manifesteerde waarbij ik een waterval van oordelende gedachten met helder gewaarzijn registreerde. Door de opmerkzaamheid op die manier te versterken ervoer ik minder identificatie met gedachten. Maar buitengewone omstandigheden vereisen soms buitengewone minder conventionele manieren om met oordelen om te gaan. Om te beginnen ging ik de oordelen tellen als ze opkwamen. Telkens wanneer een oordelende gedachten zich in de geest aandiende, telde ik oordeel nummer een, oordeel nummer twee, oordeel nummer drie… oordeel nummer vijfhonderd. Op een gegeven moment begon ik te lachen. Ik ging deze slechte gedachten met meer luchthartigheid zien, zonder ze werkelijk te geloven en zonder er tegen in verzet te komen.’ 


~Kees Voorhoeve

Uitgeverij Asoka

Zie ook: Interview met Jospeh Goldstein
"Er is iets aan het gebeuren in het Westen.
Frits Koster in gesprek met Joseph Goldstein"

In de Stilte van Niet-Doen [3]

Ben ik werkelijk in staat liefde in stilte te ontvangen? Als ik doorga met 'hebben' en 'grijpen', en altijd maar mijn behoefte aan geluk, macht en status wil vervullen, is deze liefde onmogelijk. Door radicaal los te laten en in stilte tot overgave te komen, kan de liefde mij raken en word ik fundamenteel getransformeerd van een oude uiterlijke mens naar een nieuwe bezielde mens. Maar voordat ik dat kan ontvangen, zal ik de plaats van de stilte moeten opzoeken, waar ik vertrouwd kan raken met de stilte en met mijzelf.
Dan word ik onherroepelijk geconfronteerd met een zuiveringsproces om de rotzooi van de gijpende mens op te ruimen. Want ik heb in de loop van de tijd veel patronen opgebouwd, er zijn veel barrières en blokkades ontstaan die mijn zicht op de liefde vertroebelen. Hoe kan ik werkelijk loslaten en stil zijn?

Alles wat ik meemaak bezie ik door een masker van labels. Zo kan ik betekenis geven aan de werkelijkheid. Maar zodra ik vergeet waar deze labels naar verwijzen, fixeer ik de ervaring in een beeld. Maar het beeld is niet de ervaring. Zo kan ik nadenken over de stilte zonder echt de stilte te ervaren. Als ik niet meer door de labels heen kijk, word ik gedomineerd door ‘denken over’.

Ik zie de wereld via concepten in een gestolde vorm in plaats van werkelijk contact te maken met wat ik ervaar. Als deze onwetendheid voortduurt, raken de labels verkleefd aan mijn manier van denken, voelen en willen. Ik ben zodoende gevangen genomen door een innerlijke commentator die overal op reageert, vol van veroordelingen en manipulaties. Op deze wijze ben ik vastgeketend met mijn gezicht naar de muur gericht en zie ik, net als in een film, alleen de geprojecteerde schaduwen, geleefd door rumoer, ver weg van de stilte.

De Engelse boeddhistische meditatieleraar Ajahn Brahm geeft over de innerlijke commentator een treffende beschrijving en benadrukt het belang van de stilte:

Soms geloven we dat we dankzij ons innerlijk commentaar de wereld kennen. Maar in feite weet dat innerlijk commentaar helemaal niets van de wereld af. Die innerlijke babbels spinnen juist de waandenkbeelden die de oorzaak van ons lijden zijn. Innerlijke dialogen maken dat we boos op onze vijanden zijn en gevaarlijke gehechtheden aan onze geliefden ontwikkelen en cultiveren. Innerlijke dialogen zijn vaak de oorzaak van problemen in ons leven. Ze veroorzaken angst en schuldgevoelens, bezorgdheid en depressiviteit. Ze bouwen deze illusie even behendig op als een goede acteur die het publiek zo weet te manipuleren dat het angst en verdriet als reële eigen angst en verdriet voelt. Als je dus waarheid zoekt, besef dan bij het mediteren de waarde van het stille gewaarzijn en beschouw dat als belangrijkere dan welke gedachte dan ook. Want juist de overwaardering van gedachten die de ergste hindernis vormt om stil te zijn, gaat open als je zo wijs bent niet meer zoveel belang aan het denken te hechten en de grotere nauwkeurigheid van stil gewaarzijn te beseffen. 
[Ajahn Brahm. Helder inzicht. Diepe verstilling. Handboek boeddhistische meditatie]

~Kees Voorhoeve

Christus
Mechelen / Zuid Limburg

Meditatieve Notities [3]

We kunnen de ziel ervaren en kennen via de vorm. Ons lichaam en de persoonlijkheid zijn hiervoor samen een medium, een unieke belichaming voor liefde, wijsheid en inspiratie. De voorwaarde is dat onze psycho-fysieke structuur geleerd heeft zich als een instrument op te stellen, met een-puntige aandacht, niet gefascineerd met van alles, maar juist gecentreerd in contact met de basis. Dan kan de ziel zich als een non-conceptuele levende ervaring direct tonen. Het is een activiteit van genade.

Maar ons medium is een masker geworden dat zich heeft vastgezet. We zijn verkleefd geraakt aan de inhoud in plaats van dat we de levende stroom voelen. We hechten te veel waarde aan ons geloof, vast geklonken aan het programma, levend vanuit aannames, geleefd door de club van dromers.

Ook al mogen deze aspecten van het masker er zijn, het is niet de bedoeling dat we er door verblind worden. Ga voorbij de ideeën en laat je verleden los. Even niet begrijpen, niet invullen, niet reageren. Voel de ruimte-die-je-bent, en probeer in de openheid te verblijven.

Losgekomen van de verkleving van de verschijnselen, wat blijft er over?
Een wonderbaarlijke levende stroom die geen vorm heeft en zonder naam onvergankelijk aanwezig is. Het is voorbij komen en gaan, het is onuitsprekelijk en toch volkomen helder. Voel hoe je deze Boeddha-natuur als je eigen natuurlijk staat van zijn herkent.

Een tijdloze aandacht ontvouwt zich:

De essentie van samsara en nirvana is de verlichte geest. Spontaan aanwezig, niet verschijnend en niet beperkt. Het komt van nergens en het gaat nergens naar toe. 
De expansie van de verlichte geest, zonder lineair tijdsbesef, is oneindig doordringend. De ware natuur van de verschijnselen - helemaal leeg - heeft geen begin en eind. Deze toestand van oneindig evenwicht, gelijk aan de ruimte, is zuiver van natuur. Het is voorbij elk tijdskader. Het is ongeboren. Het heeft geen substantie en eigenschappen. Er is geen komen en gaan en het kan niet als iets gekarakteriseerd worden. Er is geen sprake van inspanning of resultaat. Er hoeft niets te gebeuren. De grondslag van de leegte, heeft geen periferie en geen centrum. Omdat het zonder referentie is en niet onderbroken kan worden, is het expansie van gelijkheid.
[Longchen Rabjam, A Treasure Trove of Scriptural Transmission]

~KV


Longchen Rabjam

Mystiek leven

Over het boek van Kick Bras:

Mystiek leven
Levenslessen in mystieke teksten 

Kick Bras begint zijn boek ‘Mystiek Leven’ met een tekstfragment van Simone Weil:

“De volheid van de liefde voor de ander is simpelweg in staat zijn aan die ander te vragen: Wat scheelt er? Het is weten dat die ongelukkige bestaat, niet als een ongelukkige in een verzameling, niet als een geval dat behoort tot de sociale categorie van de ‘ongelukkigen’, maar als iemand die precies zo als jijzelf, iemand die op een unieke, niet na te bootsen manier door het ongeluk getroffen en getekend is. 


Het is voldoende, maar noodzakelijk dat je op een bepaalde manier naar diegene kunt kijken. Die blik is in eerste plaats aandachtig, dat wil zeggen dat de geest leeg is, dat je eigen gedachten plaats hebben gemaakt ten einde degene naar wie je kijkt in zijn hele totale waarheid in je op te kunnen nemen. De enigen die hier toe in staat zijn, zijn de mensen die tot aandacht in staat zijn.”

Als commentaar op deze woorden van Simone Weil, zegt Kick Bras het volgende:

“Ik word getroffen door de concrete toespitsing die Simone Weil aan aandacht geeft. Aandacht geven aan een medemens betekent in de eerste plaats dat je deze mens ziet in haar uniciteit. Je deelt haar niet in in een categorie, je ziet haar niet als deel van een verzameling, maar als een uniek mens, zoals jij jezelf ook ervaart. Het gevolg daarvan is dat je niet bij voorbaat al denkt te weten wat die ander bezielt. Je hebt de ander geen stempel opgedrukt, zodat je niet meer echt hoeft te luisteren. Nee, je kunt helemaal open zijn voor de unieke wijze waarop deze mens zijn verhaal vertelt.”

Het eerste deel van dit boek gaat over leven in aandacht, de basis om jezelf leeg te maken, stil te zijn, je te open voor God en vervolgens volledig aanwezig te zijn in het hier en nu. Kick Bras gebruikt hierbij fragmenten van verschillende mystici zoals Johannes van het Kruis, Meister Eckhart, Heinrich Seuse, Jan van Ruusbroec en vanuit de moderne tijd mensen zoals Dorethee Sölle, Simone Weil, Etty Hillesum, Dietrich Bonhoeffer, Thomas Merton en nog veel meer interessante mystici uit onze westerse cultuur.

Naar aanleiding van de fragmenten neemt Kick Bras de lezer mee in zijn commentaar en vertelt over belangrijke thema’s die in de mystiek een rol spelen. Naast het principe van aandacht, wordt ook gesproken over eenheid en liefde, meditatie en gebed en leven in vreugde.

Een belangrijk punt om mystiek te leven en je weg te volgen, te verdiepen en te zuiveren onder leiding van de goddelijke geest, vormt stil zijn en zwijgen.

Kick Bras zegt hier over:

“Stilte ervaren we allemaal als weldadig. In de hectiek van het hedendaagse leven zoeken velen naar rust en stilte. Ze willen weg van de snelweg, zoeken de stilte van de natuur om daar tot rust te komen. Even geen verplichtingen, even geen mensen die iets van je willen, even je gedachten de vrije loop laten. Dit wil nog niet zeggen, dat men in de natuur aandachtig om zich heen kijkt en de schoonheid ervan op zich laat inwerken. Vaak babbelen mensen wat met elkaar terwijl ze een boswandeling maken en hebben nauwelijks oog voor hun omgeving. Dit kan heel ontspannend werken, maar dat is niet wat wij bedoelen met aandachtig leven. Het gaat er daarbij niet zozeer om dat wij een stille rustige omgeving zoeken, maar dat we zelf stil worden. En dan niet alleen met de mond maar ook met het hoofd en het hart.”

Als we instaat zijn deze houding van stilte en zwijgen aan te nemen,  kan de Heilige zich tonen en ons aanraken. De mens ervaart dan een diepe ontmoeting met de Ene, die ons overweldigend omarmt. Deze levende ervaring is niet meer in woorden uit te drukken, het is onbepaald, we zijn bewust en verstild tot rust gekomen en hebben ons hart geopend voor een ‘wijzeloos genieten’ en ervaren een ‘gestilde minne’, zoals Jan van Ruusbroec het heeft uitgedrukt:

“En boven alle goddelijke bepaaldheid zal hij met ditzelfde onbepaalde schouwen verstaan het onbepaalde Wezen Gods, dat een onbepaaldheid is. Want men kan het niet met woorden of werken, met bepalingen of voorbeelden en gelijkenissen duidelijk maken. Maar het openbaart zichzelf aan het eenvoudige schouwen van het ongedeelde bewustzijn. Je zou het je zo kunnen voorstellen: alsof je een gloed van vuur zag, mateloos groot, waarbij alle dingen verbrand waren in een stil, gloeiend onbeweeglijk vuur. Zo kan men beschouwen de gestilde wezenlijke minne die bestaat in een genieten van God en alle heiligen, boven alle bepalingen en werken en beoefening van deugden. Ze is een gestilde grondeloze vloed rijkdom en vreugde, waar alle heiligen met God in vervloeid zijn in een wijzeloos genieten. En dit genieten is wild en woest alsof men verdwaald is. Want daar is bepaaldheid noch weg, nog pad, noch plaats, noch maat, noch einde noch begin, noch iets dat men verwoorden of duidelijk kan maken.”