Liefde is een vuur [6]

~Llewellyn Vaughan-Lee 

Als mysticus branden we met een vuur van goddelijke liefde dat Hij heeft aangestoken in ons hart. Hij roept ons tot Zich en we antwoorden, keren ons af van de wereld, keren ons af van ons ego, naar het diepere mysterie, verborgen in het hart. En we maken deze reis, deze offerande, omdat het Zijn wil is, omdat Hij in ons hart heeft gekeken.

Iemand kwam bij Râbi’a en vroeg, “ik heb vele zonden begaan; als ik mij berouwvol naar God wend, zal Hij zich met erbarmen tot mij wenden?” ”Nee” antwoordde zij, ”eerst moet Hij naar jou kijken, dan wend jij je tot Hem.”

Wij identificeren ons zo gemakkelijk alleen met onze eigen pogingen en onze eigen wil, dat wij de oorspronkelijke waarheid van Zijn behoefte aan ons vergeten hebben, Zijn liefde voor ons: dat Hij ons terug leidt naar Hem omdat Hij dat wil. Daarom nu hecht de Soefi zo veel waarde aan overgeven, en Islam betekent “overgeven.”

De mysticus loopt een pad van overgave, geeft zijn wil op, zijn eigen zelf aan de mysteriën van liefde, aangetrokken op deze reis door de kracht van Zijn liefde voor ons die Hij gewekt heeft in ons hart. De vooraanstaande Soefi uit de negende eeuw, Bâyezîd Bistâmî, realiseerde deze waarheid zo:

In het begin vergiste ik mij in vier aspecten. Ik was bezig me God te herinneren, Hem te kennen, Hem lief te hebben en Hem te zoeken. Toen ik aan het einde kwam zag ik dat Hij zich mij herinnerde vóór ik mij Hem herinnerde, dat Zijn kennis over mij vooraf was gegaan aan mijn kennis over Hem, dat Zijn liefde voor mij bestond vóór mijn liefde voor Hem en Hij mij zocht vóór ik Hem zocht. 

Zijn liefde voor ons is de fundamentele kern van ons bestaan en van onze spirituele zoektocht. Het hele Soefisme kan samengevat worden in het gezegde uit de Koran, “Hij heeft hen lief en zij hebben Hem lief.” (Soera 5:59).

In het hart weet de minnaar dat dit de essentie van haar relatie met God is: Zijn liefde voor ons wekt onze liefde voor Hem, Zijn liefde trekt ons weer tot Hem. Het hele pad bestaat uit dit drama van liefde, in ons hart bepaald, en tot uitdrukking gebracht in ons hele leven.

In the Pure Land of the Present Moment

A discourse by the Venerable Thich Nhat Hanh, 
as told by his disciple Sister Dang Nghiem.

This is what I heard. Thich Nhat Hanh came to Hollywood to announce that one of his books would be made into a movie. At that time, Thay had with him a number of monastic disciples—monks and nuns from Deer Park Monastery and Plum Village—a number of lay disciples, and many movie stars, directors, and producers from Hollywood and Tokyo.

A movie star in her exquisite outfit stood up, bowed her head gracefully, and asked a question:

“Dear Thay, we belong to the entertainment world. We are fortunate to have become very successful and popular in society. However, many of us feel lonely, worried, fearful, and desolate. We try to find relief in drugs, sex, and consumption. We have heard of a place called the Pure Land, where people live happily and peacefully. Dear Thay, please be kind and tell us about that land. How can the people in that land live so happily and peacefully, and how can we get there?”

Thay smiled, invited her to sit down, and answered gently. This is what he said:

There is indeed a place like that, called the Pure Land of the Present Moment. That land is not limited in space or time. Speaking in Buddhist terminology, that land is outside of space and time. Speaking in terminology of quantum physics, it is nonlocal and nontemporal. Anyone who carries the passport of mindfulness, concentration, and insight can enter that land.

Dear friends, why is that place called the Pure Land of the Present Moment? It is because the people who live there have the opportunity to practice living happily right in the present moment. In that land, there are pine trees singing and flowers rich in colors and forms. The moon and the stars shine brightly, and there are myriads of other wonders, which the people who live there have the capacity to be in touch with and enjoy at every moment of their daily lives. They know how to keep their minds free and calm and to establish their bodies and minds in the present moment.

Het Zelf herkennen

Mooji / Voor Ik Ben. De Directe Herkenning van de Waarheid

Mooji, kunt u zelfonderzoek uitleggen? Hoe begin ik precies? 

Begin zo: ik ben, ik besta. Dit is de meest natuurlijke herkenning en kennis. Het gevoel te bestaan wordt spontaan in je gevoeld als ‘ik ben’. Niemand heeft je dit geleerd. Wees je bewust van deze simpele gewaarwording, zonder deze te associëren met andere gedachten. Voel hoe het is om simpelweg aanwezig te zijn, in dit moment, zonder aan enige intentie vast te houden. Laat alle gedachten varen dat je iets speciaals aan het doen bent. Blijf vanbinnen stil. Raak niet in paniek als er plotseling een golf van gedachten opkomt. Het is niet nodig ze onder controle te krijgen of te onderdrukken. Laat ze simpelweg spelen zonder erin betrokken te raken. Observeer zonder te hechten. Blijf vrij van intentie. Blijf stil.

Stel je voor dat je op het perron van een treinstation staat. Eén voor één komen er treinen, ze stoppen, deuren gaan open, deuren gaan dicht, ze rijden door. Je hoeft niet in te stappen. Op dezelfde wijze observeer je simpelweg de gedachtestroom die op het scherm van het bewustzijn verschijnt, zonder in te stappen. ‘Log niet in’. Je zult zien dat gedachten en sensaties uit zichzelf weer weggaan, zonder dwang. Blijf neutraal. Wees één met het gewaarzijn als gewaarzijn zelf. Voel de ademhaling moeiteloos bewegen, zonder wil of inspanning. Observeer het functioneren van de zintuigen, het gevoel van buiten en binnen, elke beweging gebeurt gewoon uit zichzelf, niet gepland en ongedwongen.

Wat er ook opkomt als gedachte, gevoel, beweging of sensatie wordt stil geobserveerd. Alleen is er nu minder belangstelling, minder aantrekkingskracht. Alles komt op; jij zelf wordt niet beïnvloed. Alles wordt rustig geobserveerd. Zelfs de sensatie van het zelf – het gevoel ‘ik ben’ – verschijnt in dit gewaarzijn. Verricht geen grotere inspanning dan nodig is. Jij bent hier. Dat wat zowel doet als niet-doet, noch activiteit aanstuurt noch door activiteit wordt beïnvloed, dat wat moeiteloos gewaar is maar niet betrokken, dat is je echte zelf. Niet achter of voor, niet boven of onder – want het echte zelf is geen fenomeen. Het is niet plaatsgebonden, het is ongeboren, grenzeloos gewaarzijn-zelf.

Observeer nu degene die observeert: ‘Wie ben ik?’ Kijk naar binnen, maar blijf stil met alerte aandacht. Houd je niet bezig met antwoorden of aanduidingen die opkomen; een antwoord zou en kan alleen een mening zijn, een idee of een ander concept. Pin je niet vast op enig concept. Verplaats je aandacht van objecten naar het waarnemend subject. Wat en waar is de waarnemer? Blijf stil en neutraal. Er zou nu een meer gerichte focus in het kijken moeten zijn.

Kijk nu opnieuw naar het gevoel ‘ik ben’. Wat is ‘ik’? Van waaruit komt het op?
Kijk. Wat vind je?

Het kan niet gevonden worden. Het bestaat niet! 

Objectief gezien kan het niet gevonden worden. Niettemin blijft het gevoel of de intuïtie van ‘ik’ aanwezig. Het is het niet-vinden van ‘ik’ als fenomeen, dat zijn niet-objectieve bestaan bewijst.

Het blijkt dat ‘ik’ of ‘ik ben’ geen vorm heeft, een intuïtie is, opkomend uit de leegte, in de leegte, en als de leegte. Zonder aandachtig zelfonderzoek lijkt ‘ik’ een entiteit te zijn, samengesteld uit een lichaam en het geconditioneerde denken. Als je het zoekt als vorm, vind je het slechts als gedachte; de vorm van ‘ik’ is een gedachte. Zonder vorm komt het op uit leegte als het intuïtieve gevoel van subjectieve aanwezigheid.

Nu dat ‘ik’ gevonden is als vormloze aanwezigheid, wat herkent dit dan? Heeft dit een vorm? Onderzoek op deze manier.