Posts tonen met het label Ton Lathouwers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ton Lathouwers. Alle posts tonen

‘Je kunt er niet uitvallen’

Op zaterdag 16 november 2024 overleed zenleraar Ton Lathouwers op 
92-jarige leeftijd. 

Op zijn karakteristieke, open en uitnodigende manier gaf hij een eigen invulling aan een eeuwenoude wijsheidstraditie. Ton Lathouwers stond bekend om zijn onderricht ‘van hart tot hart’ en zijn onwrikbare vertrouwen in het bestaan. ‘Je kunt er niet uitvallen’, was zijn motto, dat verwijst naar zijn oervertrouwen in het ‘Al’ dat alles en iedereen draagt. 

Hij was breed onderlegd en putte uit een veelvoud aan bronnen – van de Russische literatuur en het ch’an (zen)boeddhisme, tot westerse filosofie en mystieke tradities van over de hele wereld – om zijn fundamenteel inclusieve levenshouding uit te dragen.

Lees verder: Bodhi


Afscheid van zenleraar Ton Lathouwers: “Niemand kan eruit vallen, niemand” 

“Je bent aanvaard zoals je bent,” dat was de boodschap die hemzelf diep raakte, en die zenleraar Ton Lathouwers uitdroeg naar ieder die op zijn pad kwam. 

Door Michiel Bussink

Lees verder: Bodhi



Wijsheid voorbij alle Wijsheid


Zij is altijd soms 
Vrouwelijke gestalten van compassie 

Ton Lathouwers 

In ‘Zij is altijd soms’ doet de bekende zenleraar Ton Lathouwers een indringend verslag van zijn zoektocht naar vrouwelijke symbolen van genade, erbarmen en mededogen in religie, literatuur, kunst en volksgeloof.

Van Kuan Yin tot de Joodse Sjechina, overal volgt hij haar sporen; sporen die alle vormen kunnen aannemen om anderen te redden, tot in de duisternis van Gods afwezigheid in de vernietigingskampen aan toe.



Met dit hoopgevende boek beoogt de auteur recht te doen aan de betekenis van het vrouwe­lijke, juist waar dit, zowel in de religieuze symboliek als in de religieuze organisatie, nog altijd een achterstand heeft in te lopen. Hij beschrijft hoe deze compassie altijd weer haar uitdrukking vindt in vrouwelijke, goddelijke gestalten die dan ook centraal staan in zijn speurtocht.

‘Zij is altijd soms’ is een indrukwekkende en tegelijk bemoedigende getuigenis van een zenleraar over zijn eigen levenslange omgang met het vrouwelijke.

Uitgeverij Milinda/Asoka


Een meester in Moskou

Het Rusland van Ton Lathouwers

Zenmeester Ton Lathouwers heeft zijn fascinatie voor Rusland nooit onder stoelen of banken gestoken. Ook binnen zijn zenbeoefening blijft de Russische literatuur en religie hem inspireren. Lathouwers keert voor het eerst sinds bijna vijftig jaar terug naar het land. De reis voert langs plekken en mensen die een belangrijke rol speelden in zijn visie op zen en spiritualiteit. Naarmate de reis vordert komen we steeds dichter op de huid van deze onorthodoxe zenleraa In de grijze jaren zestig vertrok slavist Ton Lathouwers naar Rusland voor zijn studie naar de Sovjetliteratuur, waar hij tot zijn verrassing troost en betekenis vond. In een tijd dat er geen religieuze taal gebezigd mocht worden, vonden deze atheïstische schrijvers nieuwe woorden voor de grote vragen van het leven. "Ik ontmoette schrijvers die in hun literatuur een andere dimensie van het bestaan beschreven, die ik religieus zou noemen." Het was dan ook een Russisch verhaal dat hem liet inzien hoe juist de stilte antwoord geeft op de grote vragen.



Nu, na bijna vijftig jaar, opent Ton voor de kijker opnieuw de wondere wereld van de Sovjetliteratuur. Banjerend door de besneeuwde straten, vertelt hij bevlogen over zijn interesse voor de buitenbeentjes van de (Russische) maatschappij. Hij wijst op de religieuze zwervende dwazen, aan wie grote Russische kerken en iconen gewijd zijn. Ongewone mensen die ons buiten de bestaande grenzen laten kijken.

De aanleiding van zijn huidige bezoek aan Moskou is de presentatie van de Russische vertaling van zijn boek Meer dan een mens kan doen. 'Een sensatie', volgens een verraste Russische lezer. Want er is grote behoefte is aan een open dialoog over religie in dit land, dat zich opnieuw sluit voor andersdenkenden. Ondertussen maakt Ton kennis met het prille begin van het boeddhisme in Rusland, een 'satansreligie' in de ogen van de Russisch Orthodoxe kerk. In het krappe keukentje van een Moskouse flat, het plaatselijke zencentrum, beantwoordt Ton vragen van jonge zoekende mensen: "Zen, en in het algemeen iedere religie, roept ons op om deze ene mens te worden, waar er maar één in het heelal van bestaat."

Uitzending BOS

Du, der ich's nicht sage … Rilke en Rahula

~Ton Lathouwers 

Toen ik voor het zomernummer - dat een beetje een Rilke-nummer is - iets wilde schrijven, schoot mij onmiddellijk het gedicht „Du, der ich's nicht sage… te binnen. Het is voor mij het mooiste en ontroerendste gedicht, ook het meest nabije en intieme, dat ik van Rilke ken. Het kwam op mijn weg kort nadat ik in Leuven was benoemd. Ik kreeg het van een van mijn studenten. 

Het was een getuigenis dat mij zozeer raakte, dat het een motto is geworden voor mijn zoektocht, die ooit begon met Russische literatuur en daarna doorliep in mijn kennismaking met het zen-boeddhisme. Het kwam bovendien op een verrassende manier overeen met een tekst, die ik aantrof in een boek over het boeddhisme dat ik in hetzelfde jaar meenam op vakantie: Buddhist scriptures through the ages. 

In het lezen van deze tekst lag voor mij - naast Fortmann's pleidooi voor de ontmoeting tussen het boeddhisme en de joods-christelijke traditie - de aanleiding om een jaar later naar Japan te gaan en mijn zenweg te beginnen. 

De boeddhistische tekst die ik hier bedoel was ook een gedicht of liever een gebed, en wel van iemand die ook in onze zen-traditie genoemd wordt als we de „lijn van de transmissie zingen, namelijk Rahula Bhadra. Men weet niet precies wie deze Rahula was, waarschijnlijk een leerling van Nagarjuna, die beschouwd wordt als de grondlegger van het mahayana boeddhisme en een van de grootste figuren na de Boeddha. 

In dat op vakantie meegenomen boek vond ik Rahula Bhadra's Hymne aan de Wijsheid voorbij alle wijsheid, de hymne die tot het vaste repertoire behoort van de soetra's die wij zingen op onze sesshins. Het is een ontroerend getuigenis, waarin het onuitsprekelijke, het bodemloze, het niets, de leegte - al die termen waar boeddhisten zo sterk in zijn -, ineens, als door een wonder, precies zo intiem verwoord wordt als ik dat in het gedicht van Rilke had aangetroffen. In beide gedichten wordt die bodemloosheid aangesproken als een JIJ. Voor Rilke met zijn christelijke achtergrond begrijpelijk, maar voor een boeddhist als Rahula zeer uitzonderlijk. 

Laat ik eerst de regels uit Rahula's Hymne citeren, die voor mij doorklinken in Rilke's gedicht: 

“Wees gegroet, Wijsheid voorbij alle wijsheid, die aan alle denken voorbij reikt, die alle taal volledig overstijgt, die gelaatloos en beeldloos bent… en toch bezongen in duizend namen en duizend vormen en duizend beelden… 
Wees gegroet, Ondoorgrondelijke Stilte die door niets wordt gedragen en door niets wordt gehinderd. Jij, die van nergens bent gekomen en nergens naar op weg bent… Zelfs de meest wijzen onder de mensen hebben jouw woonplaats nooit kunnen bepalen. 
Wees gegroet, bodemloosheid en lichtvol mysterie. Hoe moeilijk is het jou waarachtig te herkennen. Als in luchtspiegelingen word je waargenomen, en toch word jij dan niet aanschouwd. 
Wees gegroet, bron van ons eeuwige verlangen. 
Wees gegroet, Moeder en oergrond van al wat is. Als wij niet gedragen worden door liefde juist tot Jou, zal ons omgaan met de tienduizend dingen gevangen blijven in het web van begeerte en afkeer”. 

Het boekje van Rilke waarin het gedicht Du der ich's nicht sage…opgenomen is, heet 'Aantekeningen van Malte Laurids Brigge'. Rilke zelf noemde deze Aantekeningen poëzie, maar het is feitelijk proza. Het gaat over iemand die in grote eenzaamheid leeft en zich in een totale innerlijke impasse bevindt en in het besef „niets te zijn

Verlangen

~Ton Lathouwers

In ons tijdschrift Maha Karuna Bericht heb ik ooit uitgebreid geciteerd uit een boek van AMA Samy waarin hij nadrukkelijk spreekt over ‘genade’. Genade is in principe net zo'n glibberig woord als alle andere woorden die gebruikt werden en worden om iets heel wezenlijks uit te drukken. Om te weten hoe glibberig woorden kunnen zijn, hoeft u maar te kijken naar de ontwikkeling die binnen het boeddhisme leidde tot het ontstaan van de Hart-sutra. Vroeg of laat stollen de woorden en gewoonten binnen een traditie en moet het allemaal weer ‘opgelost’ worden. We hebben echter niets anders dan woorden, zelfs de Boeddha had niets anders, en daar moeten we het dus toch maar mee proberen.

Over genade valt in elk geval te zeggen dat een béétje genade niet bestaat. Een beetje genade betekent dat er een grens is, en waar het ten diepste om gaat is dat er géén grenzen zijn. Genade die een grens heeft, is een soort willekeur: jij past er nog net wel in, maar jij valt er buiten… Hetzelfde geldt voor de liefde of compassie, die door elke religie - en voor mij zeker door het boeddhisme - wordt uitgedrukt. In teksten van Dogen, bijvoorbeeld, komt het woord muge - geen grens - vierentwintig keer voor. Dat is precies het grote mededogen waar je, ik zeg het maar met mijn woorden, niet uit kunt vallen.

AMA Samy schrijft in zijn boek ook over verlangen. Hij zegt dat het begrip verlangen, de werkelijkheid van verlangen, behoorlijk in diskrediet is gebracht binnen het boeddhisme. In de traditie van Maha Karuna Ch’an valt dat misschien niet meteen op, omdat in de teksten die wij reciteren verlangen wél voorkomt. Tijdens onze zenretraites klinkt er elke morgen bij het reciteren van de gelofte van Hisamatsu: “het diepe verlangen van de mensheid naar bevrijding van haar ware zelf” - wat dat ook is. Ook in de Hymne aan de Wijsheid voorbij alle Wijsheid komt het voor, in dezelfde bewoording als in de Sutra van Kuan Yin: “bron van ons eeuwige verlangen en van ons bidden”. De bron van ons eeuwige - dat wil zeggen zonder grens, muge - verlangen….; prachtig!

DON’T KNOW

Loskomen uit het web van het denken

~Ton Lathouwers

Over de sutra De Identiteit van Veelheid en Eenheid - de Tsóu-Fung-Ch’i of Sandokai - is veel gediscussieerd, ook binnen de zen. Er is van de tekst wel gezegd dat het Taoïsme zou zijn, dat daarmee een andere weg beschreven is dan de boeddhistische; het is een andere uiting. In de eerste regel wordt gezegd dat de wijsheid van ‘de barbaar’ - bedoeld wordt Bodhidarma – “op intieme wijze” werd doorgegeven. Dat verwijst naar de liberating intimacy waar ik eerder al eens over sprak. De wijsheid werd niet doorgegeven als een soort regel, een voorschrift of een handleiding voor de weg. Er zijn geen richtingswijzers die zeggen: als je dit doet, kom je daar uit. Meerdere teksten in de zentraditie zeggen zelfs ronduit: kijk uit voor de weg. De Hart-sutra zegt bijvoorbeeld: geen weg, geen bereiken, geen niet-bereiken, geen inzicht. En ook Rinzai waarschuwt: volgers van de weg!, pas op voor mensen die met u spreken over de weg, loop mijlen ver van hen vandaan, want u raakt verward. We moeten dat dus altijd een beetje in gedachten houden.

In de Identiteit wordt ook gezegd dat oorzaak en gevolg uit de zelfde bron komen. Dat is moeilijk om te beseffen. We hebben altijd het idee dat als er iets gebeurt, het een oorzaak heeft. Of dat als je iets doet, er een gevolg zal zijn. Ik ga zitten in meditatie, dat is een begin, een oorzaak. Daar moet vervolgens iets uitrollen: verlichting, ontwaken of goed moreel gedrag. Nee dus, oorzaak en gevolg komen voort uit dezelfde bron. In die regel zit de waarschuwing aan de Boeddha verpakt, de stem van Mara die tegen hem zegt: begin er niet aan, je hebt het nog niet uitgesproken of het is voor je toehoorder toch weer bekend terrein.

Het wordt begrepen, het wordt doorgegeven en ingepast, er ontstaan hiërarchieën, rituelen, commentaren, boeken, enzovoorts. Dit gebeurt telkens opnieuw en niet alleen in een boeddhistische of christelijke traditie. Hoe je ook gevormd bent en wat je achtergrond ook is, je moet telkens weer loskomen uit het web van het denken, steeds opnieuw. 
In Japan zijn er twee soorten kloosters: Rinzai en Soto. In de Rinzai-kloosters wordt met koan gewerkt. Een koan is een soort van onmogelijke vraag. Je moet tijdens gesprekken met de leraar over die vraag laten zien dat je elke neiging om de vraag rationeel te beantwoorden doorbreekt, van binnenuit.

Over de Eerste Gelofte

~Ton Lathouwers

Wie een beetje vertrouwd is met het boeddhisme, weet dat er zoiets bestaat als ‘de vier geloften’, waarmee mensen zichzelf toewijden aan het Pad van bevrijding. Vandaag zou ik het graag willen hebben over de eerste gelofte. Nog voor ik in aanraking kwam met het zenboeddhisme, heeft een Russische schrijver - ik durf zijn naam bijna niet meer uit te spreken, maar die eindigt op “ostojevski”- mij eigenlijk al duidelijk gemaakt waar deze gelofte over gaat. Een docent op de middelbare school, die niet zo heel goed les kon geven en ons liever zijn favoriete verhalen vertelde, heeft ooit een verhaal over deze schrijver verteld. Dat verhaal maakte een enorme indruk op me en daarmee begon dan ook mijn bijna levenslange belangstelling voor deze grootheid in de Russische literatuur. Dostojevski was een politiek geëngageerd schrijver – hij was socialist en atheïst - en werd ter dood veroordeeld vanwege zijn revolutionaire activiteiten. Op het moment dat hij werd vastgebonden voor de executie, werd zijn vonnis echter omgezet in verbanning naar Siberië. Dostojevski, die niet beter wist dan dat zijn laatste minuut was aangebroken, heeft toen een regelrechte revolution of the fundaments meegemaakt. In het strafkamp kristalliseerde de kern van zijn ervaring zich uit, hij raakte er nog dieper van doordrongen dat het in elk leven gaat om de innerlijke ommekeer én dat die ommekeer een kwestie is van en voor alles en allen, een samutpada: “samen eruit”.

Deze ‘leer’ werd door Dostojevski vooral duidelijk gemaakt tijdens zijn laatste toespraak, kort voor zijn dood in 1881 - hij stierf onverwacht en nog vrij jong. Hij was uitgenodigd om in Moskou ter gelegenheid van de onthulling van het monument van Poesjkin een rede te houden. Tot op de dag van vandaag worden er Poesjkin-redes uitgesproken. Alles wat er in Rusland aan cultuur en schrijvers bestaat, komt dan samen in een grote zaal om te luisteren naar een literair kopstuk. Op de bewuste avond komt Dostojevski naar voren en dan gebeurt er iets wat mij ook zou kunnen overkomen. Hij was wat onhandig en verlegen en besteedde totaal geen aandacht aan zijn kleding, hij liep bijvoorbeeld in zo'n jas waar hij wel drie keer in kon. Hij klimt het podium op, struikelt en rolt het podium af. De papieren met aantekeningen van zijn rede vallen uit zijn handen. Hij maakt zijn excuses aan het publiek en raapt de bladzijden bij elkaar, die hij vergeten had te nummeren. Dan begint hij aan de voordracht, maar raakt in de war door de verkeerde volgorde van de bladzijden. Een paar keer begint hij opnieuw, maar het lukt niet. De hele zaal is muisstil, iedereen is gespannen. Dostojevski besluit tenslotte om de papieren opzij te leggen en houdt uit zijn hoofd – nee, uit zijn hart - een toespraak. Het is zijn bekendste en mooiste toespraak én het slothoofdstuk van zijn literaire leven.

Dostojevski sprak over de vraag: hoe brengen we twee elkaar op het oog buitensluitende aspecten van het leven bij elkaar? Hoe krijg je voor elkaar om bij alles wat je alleen - in stilte en eenzaamheid, oog in oog met de onmogelijke vraag van het bestaan - moet doorworstelen, toch het bodemloze, grenzeloze oervertrouwen in het leven te behouden, tegen alles in. In het Siberische kamp waar hij vier jaar gevangen zat, had hij dit vertrouwen bij de ongeletterden ervaren, bij hen die veroordeelde moordenaars en criminelen waren. Hij zag dat zij konden bidden en - tegen alles in - vertrouwden. Ze kwamen bij elkaar in een donker hok waar een soort van kruisbeeld en iconen van Maria stonden die ze zelf hadden gemaakt, en ze zaten daar zo maar, zonder met woorden te bidden. De wijze van zijn van deze mensen heeft een onuitwisbare indruk gemaakt op Dostojevski en zorgde voor een ommekeer, het heeft hem ten diepste veranderd.

Mutual Inquiry

~Ton Lathouwers

Poging tot introductie van een alternatief voor dokusan[1]; over het belang van wederzijdse ‘openstelling’ voor de zaak van leven-dood tijdens de ontmoeting; deemoed en zen; Mimi Maréchal en het doorbreken van de hiërarchie.

Gisteren, bij de introductie van deze retraite, werd er iets verteld over de gang van zaken voor deze dagen, en dat was vooral bedoeld voor de mensen die hier voor het eerst zijn. Eén van de nieuwkomers vroeg daarna waar hij eigenlijk in terecht was gekomen…
Want wat te denken van de zin: “Ton zal tijdens de eerste teisho van de sesshin bespreken waarom de dokusan vervangen wordt door mutual inquiry”? (Gelach.)
Een zin die voor hem volkomen onbegrijpelijk was. Voor ons herkenbare termen, voor een nieuwkomer abracadabra. En wat ook te denken van de volgende mededeling: “Paul komt niet, hij wordt vervangen door Piet Hein”. Paul? Wie is Paul? En wat doet die Piet Hein in godsnaam…?

Ik maakte zelf zoiets twintig jaar geleden mee, toen de Hartsutra[[2] in België gelezen werd in het Nederlands, maar een aantal woorden niet vertaald waren. Ik vroeg me toen ook af wat krijgen we nu? “Toen de bodhisattva Avalokiteshvara in de prajna paramita was afgedaald, begreep zij dat de skandha's getekend waren door shunyata” (Gelach). Zo…, dat is dan net zo duidelijk als: “waar het in de Hartsutra om gaat is het bereiken van de anutara samjak sambodhi”.

Dit verschijnsel, dat we een eigen jargon gaan gebruiken en niet in de gaten hebben dat we ons daarmee afsluiten voor ‘buitenstaanders’, is een risico dat kleeft aan alle talen en alle woorden. En dat risico kleeft ook aan zo'n Engelse term als mutual inquiry, waar ik het vandaag over zal hebben. Ik ben niet meer in staat om met iedereen tijdens een retraite een persoonlijk gesprek te voeren en zou willen dat mutual inquiry meer gaat leven. Ik heb er helaas geen beter woord voor en eigenlijk is de term me ook wel dierbaar. Mutual, onderling, wederkerig, wederzijds, en inquiry heeft te maken met het elkaar bevragen, dus een soort van onderling onderzoek. Het gaat over wat wij hier samen proberen tot uitdrukking te brengen, - en met een sterk accent op gelijkwaardig, op niet in een hiërarchie staan ten opzichte van elkaar. Waar mensen samen zijn moeten er onvermijdelijk zaken geordend worden en alles zijn unieke plaats krijgen, maar in de grond is er tussen allen die hier zijn gelijkwaardigheid. Ik hoop dat vandaag en in volgende verhalen duidelijk te maken.

Mutual inquiry is ontstaan in de vernieuwingsbeweging in Japan, de FAS-society[3], waar Hisamutsu en Masao Abe exponenten van zijn. Beiden hebben mij beïnvloed. De eerste ontmoeting op mijn zenweg was die met Masao Abe en de eerste teksten die ik kreeg, zowel van hem als van Hisamatsu, gingen over mutual inquiry. Abe vertelde daar ook over. Het was een praktijk binnen die vernieuwingsbeweging en de diepste betekenis ervan was nou juist dat het idee doorbroken werd dat het iets specifieks zou zijn, voor een heel bijzondere sekte of richting binnen het boeddhisme. Het is dus níet specifiek voor zen of voor wat dan ook. De basis voor Abe en Hisamatsu - en ook voor Teh Cheng, die het op zijn manier in Indonesië uitdroeg – was dat hetgeen hier tot uitdrukking komt voor alle mensen is. Het is van de hele mensheid, van alle mensen, op een unieke manier. Dát is ontmoeting, en het diepste is de ontmoeting tussen mensen.

Bezielende Liefde

Waar is de bezielende liefde die mij voor de dood schadeloos zal stellen?

~Ton Lathouwers 

Deze regel is afkomstig van de Franse schrijver de Saint-Exupery. Maar ze is niet afkomstig uit De Kleine Prins, het boekje dat iedereen kent.

Het werk van deze auteur is voor mij altijd een belangrijke leidraad geweest. Een van de hoofdstukken in mijn boek Meer dan een mens kan doen is aan hem gewijd. Ook daarin ging het over de liefde. En ik kom er ook deze keer weer bij uit, nu ik opnieuw over de liefde moet schrijven, misschien wel het moeilijkste onderwerp om iets zinnigs over te zeggen. Toen ik voor de boeddhistische televisie daarover onlangs een gesprek had met Lucia Rijken de wereldkampioene kickboksen, was haar eerste vraag aan mij, even direct als spontaan: 'wat is liefde voor jou?' En mijn even directe en spontane antwoord was eruit voor ik het besefte: 'ik weet het niet'. Bij dit antwoord wil het ook hier laten.

Wie ik hier wel uitvoerig aan het woord wil laten is de Saint-Exupery. Omdat ik bij hem een van de meest aangrijpende en meest authentieke getuigenissen heb gevonden over liefde en niet-weten. Die samenhang tussen liefde en niet-weten blijkt meteen al uit de bovenstaande titel: die is door de schrijver bewust als vraag geformuleerd. En die vraag ligt dicht bij de onmogelijke vraag of fundamentele koan van Hisamatsu: Als niets wat je doet werkt, wat ga je dan doen?

Maar er is nog een ander, minstens zo belangrijk raakpunt met het zenboeddhisme in het oeuvre van de Saint-Exupery: alles wat deze auteur over liefde en niet-weten probeert te zeggen heeft direct te maken met wat de kern van het Mahayana boeddhisme is. En dat is niet, zoals gesuggereerd wordt door nogal wat westerse zen-literatuur; een op de eerste plaats gericht zijn op eigen geluk en welbevinden. Nee, die kern is de oproep tot grenzeloos mededogen en liefde, tot grenzenloze solidariteit en universele verlossing, hoe onmogelijk die oproep ook lijkt.

Ook voor de Saint-Exupery maakt dit de kern uit van zijn overtuiging. Ook voor hem zijn daarbij, juist als in het zen-boeddhisme, de stilte, het sterven van de grote dood en de volledige overgave vertrekpunt. En tenslotte ligt ook zijn ontdekking daarbij van een diepste grond of eerder on-grond - door hem God genoemd - veel dichter bij de boeddhistische Leegte of het Niets dan bij al onze bekende plaatjes van God.

"Zonder het hart van liefde en mededogen is de meditatie van geen enkele waarde." Deze woorden uit de Avatamsaka soetra reciteren we altijd tijdens een sesshin. Toch was het vooral wat de Saint-Exupery; schrijft over liefde en solidariteit, waardoor deze woorden voor mij tot leven kwamen. Nog steeds is zijn getuigenis voor mij het belangrijkste ijkpunt, wanneer ik mij in een innerlijke impasse bevind, voor een "poortloze poort" sta, zoals het in de derde gelofte van de boddhisatva genoemd wordt. Nog steeds is het dit getuigenis, dat mij dan helpt mijn eigen verlamming en mijn eigen zwijgen te doorbreken. Juist ten aanzien van die onmogelijk lijkende eerste gelofte: ‘Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden'. Juist waar ik nooit een verband kan zien tussen de oproep van het mahayana boeddhisme en mijn handelen en waar mijn enige houvast die steeds herhaalde woorden in de Avatamsaka soetra zijn: “Dit is de plaats... Dit is de plaats... Hier is de plaats...".

Leegte en vorm. Zen en christendom

~Ton Lathouwers

Inleiding
Het geplande onderwerp voor vanmiddag, voor zover we dingen in stukken kunnen knippen, is een beetje stilstaan bij de traditie van zen, die oosters is en voor een groot stuk zijn wortels heeft in het boeddhisme, en het christendom. Laat ik vooraf zeggen dat ik dit het moeilijkste, het meest subtiele en het minst te verwoorden onderwerp vind. Maar we moeten er ook over praten.
Zen is geen religie, in de zin dat het geen ideologische vorm, geen uitbeelding heeft. Het is dàt wat daaraan vooraf gaat. Het groeide wel binnen het boeddhisme, maar als houding van stil worden en leeg en onbevangen worden, met alle consequenties, kan het ook voor christenen een weg zijn. Al maakt Ama-Samy (jezuïet én geautoriseerd zen-leraar) duidelijk in zijn boek dat hijzelf jarenlang de fout heeft gemaakt om àl te snel christelijke elementen in zijn meditatie binnen te brengen. Ik moet dat erbij zeggen: het is een gevaar in het Westen, dat men het al invult voor dat men echt de zen, het stil worden, het leeg worden, heeft laten doorwerken.

Vol-Ledig
Het boek van Ama-Samy heet Leere und Fülle. En eigenlijk ligt daar het hele thema al gegeven: leegte en volheid. Het lijkt zó tegenover elkaar te staan. Het Oosten spreekt over leegte. Het Oosten heeft de neiging te zeggen wat het niet is. Die uiteindelijke grond die bloot komt te liggen als je onbevangen bent, als je naakt bent, niet meer belast met alle vroegere ervaringen die gestold zijn, als je helemaal open bent, hier en nu, wat je dan ervaart: Leegte. Maar ook D. Suzuki, die zen in het Westen heeft bekend gemaakt, zal zeggen, als men hem vraagt wat dan toch bedoeld wordt met die sunyata, die leegte, dat het ook volheid is.

En het Westen zal misschien meer de nadruk leggen op de volheid, op de uitbeelding, op de vorm. Maar de hele traditie van zen, van deze weg van stil worden - want het woord zen mag je vergeten - is de ontdekking, de ervaring (en niet het leren omdat het op papier staat) dat vorm en leegte één zijn. Eindeloos wordt het herhaald: de vormen zijn niet anders dan de leegte. Wij halen het uit elkaar, onmiddellijk worden het er twee, onmiddellijk wordt het dualistisch, tegenover elkaar geplaatst: hier heb je de vormen en daarachter de leegte, daarachter God. Hier heb je de werkelijkheid, daar de schijn. Maar in de diepste onbevangenheid is dat niet zo. En daar kun je eigenlijk met woorden niet bij.

Stervend schaduwspel

~Ton Lathouwers

“Het stervend schaduwspel van de dag… en de aarde is vervuld van avond”

De titel van deze bijdrage is ontleend aan een boeddhistische tekst. Het is weliswaar geen koan-tekst - ze komt ook uit een andere traditie -, maar de geladenheid ervan komt wel heel dicht bij dat wat ons in de klassieke zenteksten wordt voorgehouden.

„Het stervend schaduwspel van de dag… en de aarde is vervuld van avond…‟ 
Het klinkt geheimzinnig, als een raadselachtige vraag die ons wordt opgegeven, maar het is tegelijk ook een waarschuwing. Het tekent een perspectief dat zowel in positieve als in negatieve zin kan worden geduid. Wat hier gezegd wordt over avond- en schaduwspel – het blijkt uit de context waarin deze regels staan – raakt aan wat Hisamatsu uitdrukt in de moeilijkste regel van de gelofte aan de mensheid: "Laten we ons bewust zijn van de doodsstrijd, persoonlijk en maatschappelijk, en de bron ervan onderkennen".

Enkele jaren voor zijn dood schreef Hisamatsu een even schokkende als bewogen tekst: De ondergang van de moderne tijd. Daarin verbindt hij de bovenstaande regel uit zijn Gelofte direct met zijn ongerustheid over de ontwikkeling van onze Westerse cultuur. De hele tekst is een soort manifest, een oproep tot bezinning. Hisamatsu ziet onze moderne tijd bedreigd door een ramp van een omvang zoals die gesymboliseerd wordt door het oudtestamentische verhaal van de zondvloed. Hij beschrijft deze moderne zondvloed als een „crisis van totale vernietiging‟, die de hele aarde dreigt te omvatten en waarmee heel de mensheid geconfronteerd wordt:

“De lucht die we inademen dreigt elk moment meer te verworden tot een giftig gas. Het water dat we drinken dreigt elke dag meer te veranderen in een vergif dat voor alles wat leeft de ondergang kan betekenen…. Wetenschappelijke mogelijkheden, die wel degelijk ook ter vernietiging kunnen worden aangewend, worden steeds meer bepaald door een grenzeloos egoïsme… Wij leven in een noodtoestand die de wereld letterlijk dreigt te veranderen in een brandende hel … Deze crisis kan door geen enkele louter wetenschappelijke en politieke aanpak en evenmin door de traditionele religies bezworen worden. Er is zowel een fundamentele innerlijke ommekeer alsook een totaal nieuw standpunt nodig. Maar een hartstochtelijk verlangen om de wereld te redden is hier evenzeer vereist… We kunnen het ons niet langer veroorloven louter toeschouwers te zijn bij deze hopeloze tekenen van verval….Wij moeten zoeken naar de bron van dit verval… Wij moeten niet alleen deze kanker van de moderne tijd keren. Wij moeten de wereld op een totaal nieuwe wijze, creatief en concreet, uit de haar bedreigende ondergang doen verrijzen…De basis voor deze opstanding is de herontdekking van de onscheidbare eenheid van het Universele en het afzonderlijke, van gelijkheid en verschil, van Leegte en expressie, van het Ene en het vele.”

Blijf erin geloven en wanhoop niet

~Ton Lathouwers

Verveling

Een heel themanummer over de verveling. Moet ik het daar dan ook nog over hebben? Wat ik onder geen beding wil is: psychologisch uitpluizen wat verveling is of wat de oorzaken zijn. En al helemaal niet: suggereren dat ik een oplossing weet, een remedie om eruit te komen. Om zoiets van mij te verwachten ligt natuurlijk wel voor de hand, zeker met het baantje dat ik bij deze club heb: 'hij moet wel iets hebben in zijn trukendoos, of in ieder geval in de trukendoos van de traditie die hij vertegenwoordigt’. Mis. Forget it.

Laat ik maar beginnen met een citaat van Pascal, dat ik enkele jaren geleden al eens aanhaalde in het themanummer “Wachten” van ons tijdschrift. Pascal zegt over de verveling iets indrukwekkends. Namelijk dat heel ons leven bestaat uit het zoeken naar verstrooiing – divertissement noemt hij het - om maar niet de verveling te voelen die daarachter ligt. Hij adviseert ons om niet langer weg te vluchten voor die verveling, maar daar juist in te blijven. En dan volgt meteen daarna die wonderlijke uitspraak dat die verveling eigenlijk de grondhouding is van onze ziel, van onze menselijke natuur en dat wij daar zelf niets aan kunnen doen. Geen truc, geen methode, geen therapie, niets kan ons hier helpen. Wachten en waken is de enige weg.

En dan?
Hoever kan die verveling gaan? Hoe ondraaglijk kan ze worden? Misschien moeten we toch weer terug naar wat Hisamatsu zegt over de ontdekking, juist in het wachten en waken, van “de ondraaglijke bodemloosheid van het bestaan”. U kunt het uitgebreid nalezen in Kloppen waar geen poort is. Maar vanwege de cruciale betekenis citeer ik de belangrijkste passage hier nog eens uitvoerig:

“Tegenwoordig wordt er veel gesproken over het aanvaarden van het bestaan als realiteit. Maar toch komen overal ter wereld nihilistische stromingen op, vooral op het gebied van het denken en de literatuur. De oorzaak daarvan is dat, hoe wanhopig wij ook proberen de feitelijke wereld te aanvaarden, die wereld toch steeds een bodemloosheid kent die ondraaglijk is. Maar terwijl het gewone nihilisme slechts beschouwend en sentimenteel is, is het ware nihilisme dit in het geheel niet. Het onthult mijn naakte bestaan, en hoe dieper we daar in doordringen, hoe ondraaglijker het is om te blijven zoals we zijn.

Het niets op de bodem van ons bestaan moet worden opgevat als het diepste lijden van ieder van ons. Iemand die zegt, dat de bodemloosheid van het nihilisme hem of haar niet raakt, weet niet wat echt nihilisme is. Het is de wortel en de bron van lijden, van een lijden dat kwalitatief anders is dan alle andere vormen van lijden. Het is één geheel, totaal en ondeelbaar. We worden in dit lijden ondergedompeld. We zaten er altijd al in: het is onze feitelijke staat van menszijn”.

Grote dood, groot ontwaken

~Ton Lathouwers

Een zenknaller

In al de teisho's van de afgelopen week - in die vele woorden - hebt u heel wat namen gehoord van mensen die op het eerste gezicht niets met zen te maken hebben: Russische schrijvers, Nietzsche, Kierkegaard, Fortmann… Sommigen van hen komen ook vandaag aan bod - want eigenlijk hebben ze alles te maken met waar het in de meditatie om gaat. Het is wezenlijk te zien dat, wat wij zo mooi zen noemen, niet iets is wat na tweeduizend jaar eindelijk uit Japan werd geïmporteerd en waar wij al die tijd op hebben zitten wachten. Het leven leeft overal. En de Dostojevski's en Fortmann's en zoveel anderen zijn onze blikopeners.

Maar ik kan mij voorstellen, dat je dan toch ook eens een echte zen-knaller wil horen. Zo'n koan-achtige uitspraak waar de vrienden even van achterover gaan. Nou, ik heb er zo een. Hij is van Hui-neng, de zesde zenpatriarch. De zesde en laatste, want bij de volgende was het al verdeeld in noordelijke en zuidelijke scholen. Zo gaat dat bij mensen: dingen worden tegen elkaar afgezet, er wordt vergeleken en beoordeeld en ... het gaat de mist in.

De zesde zenpatriarch was een heel bijzonder mens. Het mooiste is dat hij zenpatriarch werd en de lijn van Boddhidharma mocht vooI1zetten en zijn gewaad en bedelnap kreeg, toen hij nog zeer jong was. Het was een soort Chinese Etty Hillesum, die zomaar 'out of the blue' kwam, zeer jong en zeer wijs. En de andere monniken waren zo geïrriteerd dat hij de nieuwe patriarch werd, dat ze hem zelfs naar het leven stonden. Van Hui-neng komt dus die knaller waarmee je goed voor de dag kunt komen. Vooral als je het een beetje vlug zegt. Hier is hij:

"Als je doodgaat voordat je doodgaat, ga je niet dood als je doodgaat ". 

Ja, dat is het hè! Schenk me nog maar een glas wijn in!

Maar let op: het is zeer wijs en zeer diep. En het gevaar bestaat dat zo'n knaller een dooddoener wordt. Je kunt het keurig debiteren op een gezellig avondje. Ja, het zentaaltje is gemakkelijk. Maar er zit in die regel iets over het diepste mysterie, over dat onpeilbare, over die ongrond van leven en dood, waarop ook gedoeld wordt in de tekst die we ' s avonds reciteren:

"Dit wil ik u allen graag op het hart drukken.
Leven en dood zijn ernstige zaken.
Snel vergaan alle dingen.
Wees altijd wakker.
Nimmer onoplettend.
Nimmer achteloos".

Meditatie en Genade

~Ton Lathouwers

In de nu volgende tekst wordt een samenvatting gegeven van een hoofdstuk uit het laatste boek van De Indiase zenmeester Ama Samy: Zen, ancient and modern. Het gedeelte dat handelt over genade is in deze samenvatting in zijn geheel opgenomen.

Meditatie en therapie
Er bestaat momenteel in het Westen een meditatie-hype, een explosie van meditatieve stromingen. Meditatie wordt daarbij in dienst gesteld van het streven naar gezondheid en welbevinden dat in onze consumptiemaatschappij hoogtij viert… De meditatievorm die daarbij meestal wordt aanbevolen en gepraktiseerd is mindfulness. Het is een meditatievorm die geseculariseerd en gesimplificeerd is, en bovendien is losgemaakt uit de traditie en de symbolen van de cultuur waarin ze oorspronkelijk thuis hoorde.

Wat is er te zeggen over deze geseculariseerde, gesimplificeerde en verwaterde vorm van meditatie, die momenteel in het Westen aanbevolen en geprezen wordt? Kunnen we zo‟n vorm, hoezeer die ook gesimplificeerd is, niet gebruiken als die ons kan helpen onze gezondheid en ons welbevinden te verbeteren? Natuurlijk kan dat. Maar is dit werkelijke meditatie? Kan deze vorm van meditatie de complexe en traditiegebonden meditatievormen echt vervangen? Absoluut niet. … Traditionele vormen van meditatie zijn op nirwana gericht, op kensho, satori, wijsheid, compassie, ook al is een mogelijk neveneffect daarbij bevordering van de gezondheid…

Zen en de therapeutische inbreng
Zenmeditatie is ook therapeutisch, zeker, maar het is geen therapie in de gewone zin van het woord… Zenmeditatie is religieus, hoewel het geen religie is. … Zen vereist volgens de traditie Grote Twijfel, Groot Geloof en Grote Inzet. Men komt tot zen omdat men op zoek is naar bevrijding uit het eigen lijden en vanuit een verlangen van het hart naar ontwaken. Men kan aanvankelijk ook tot zen komen omdat men op zoek is naar een soort genezing, naar iets als vrede of vrijheid. En dan kan het gebeuren dat men later, in de loop van de zenbeoefening, de diepere verlangens van het hart ontdekt…
Hoe dan ook: men zal zichzelf moeten tegenkomen en moeten strijden in de eenzaamheid van het eigen hart, met de eigen twijfels en vragen, ook al gebeurt die innerlijke reis samen met een leraar en een sangha. Want meditatie en geloof worden opgewekt en gevoed door menselijke relaties. Het is immers de liefde die werkelijk heelt en bevrijdt, of dat nu in therapie gebeurt of in meditatie.