De Innerlijke Diamant

Naar aanleiding van de spirituele visie van A.H. Almaas

© Kees Voorhoeve


A. H. Almaas (zie foto) heeft in de afgelopen twintig jaar leerlingen en groepen begeleid in de context van de door hem ontwikkelde Diamantenbenadering. Deze benadering is een spirituele methode die gericht is op de ontwikkeling van onze Essentie. Almaas heeft hierover vele interessante boeken geschreven waarin onder andere de relatie tussen persoonlijkheid en Essentie een centraal uitgangspunt vormt. (Zie Literatuurlijst).

Hij maakt daarbij gebruik van diepgaande inzichten uit authentieke spirituele tradities en hedendaagse psychologische stromingen. Hierdoor komt een moderne mystieke visie naar voren die de spirituele grondslag van het leven als uitgangspunt neemt en de persoonlijkheidsstructuur als een instrument beschouwt.

Wat is nu precies de relatie tussen persoonlijkheid en Essentie? Volgens Almaas is bij de geboorte een baby volledig in contact met Essentie. Essentie wordt door Almaas omschreven als de levende expressie van de Oerbron, ook vaak aangeduid als onze Ware Aard. De Essentie in de baby-fase is echter nog op diffuse wijze en onbewust aanwezig, want er is nog geen helder inzicht tot expressie gebracht waarmee de Essentie beleefd kan worden. Na de geboorte vindt er een ontwikkelingsproces plaats waarbij binnen de Essentie een structurering optreedt, een soort kristallisatie. Deze structurering wordt de persoonlijkheid genoemd, door Almaas aangeduid als 'Zelf'. Door middel van identificatieprocessen en toe-eigeningsmechanisme ontstaat de persoonlijkheid als een masker of raster dat zich stap voor stap ontplooit tot een zelfstandig autonoom individu. De vorming van de persoonlijkheid is volgens Almaas een noodzakelijk proces om een uniek individu te worden waarbij zelfbewustzijn en zelfreflectie belangrijke aspecten zijn om onderscheidingen te maken en betekenis te geven aan de werkelijkheid. Een geïntegreerde persoonlijkheid ontwikkelen met een samenhangend zelfbeeld met voldoende zelfvertrouwen en autonomie, vormt zelfs de voorwaarde om een spirituele weg te bewandelen. Desalniettemin neemt de vorming van de persoonlijkheidsstructuur, binnen de eerste fase van de geboorte tot de volwassenheid, veel aandacht en energie in beslag. De Essentie krijgt daardoor te weinig ruimte tot bloei te komen en blijft verborgen op de achtergrond sluimerend aanwezig. Ook dit is volgens Almaas op zich geen negatieve ontwikkeling, mits de mens terecht komt in de 'tweede fase' waarbij eenmaal volwassen geworden een spirituele scholingsweg begint die als doel heeft de Essentie wakker te maken. Almaas spreekt in dit verband van de Diamantenbenadering of het 'Werk'. Almaas geeft de Diamantenbenadering als volgt weer:

"De Diamantenbenadering heeft een aantal kenmerken van een heldere en geslepen diamant. Ze kent een nauwkeurigheid en precisie die uitermate scherp wordt op de kritieke punten van het inzicht. Ze bezit een helderheid en een objectiviteit die emotionele obstakels en vooroordelen kan doorsnijden. Ze is een integratie van vele perspectieven die samen een groot en overkoepelend perspectief vormen". (Zie De Parel van de Essentie; Altamira 2000)

Deze methode houdt een transformatieproces in waarbij de persoonlijkheid transparant wordt en de Essentie volledig tot uitdrukking kan komen. Almaas beschouwt dit proces als een fundamentele verandering en vergelijkt dit met de transformatie van een rups in een vlinder. De rups, als persoonlijkheid, gaat fundamenteel in iets anders veranderen, namelijk in een vlinder, symbool voor de Essentie. Zonder het wakker worden van de Essentie blijft ons leven een nutteloze onderneming, omdat ons ware menselijk potentieel niet tot ontwikkeling komt. Het is als een appelboom die geen appel mag voortbrengen of een rups die nooit een vlinder wordt.

Ten aanzien van deze 'tweede fase' ontstaat echter het probleem dat in onze moderne gedesacraliseerde cultuur de mens deze spirituele omslag niet meer serieus neemt. Het volwassen worden van de persoonlijkheid wordt als het einddoel gezien waardoor de Essentie helemaal geen aandacht meer krijgt en nog eens extra onderdrukt wordt. Hierdoor ontstaat een bewustzijnsvernauwing of een toestand van 'in slaap zijn'. De mens raakt gehecht aan het aardse leven van de persoonlijkheid. We hebben zodoende de ik-beleving verabsoluteerd. Dit materialistische perspectief werkt als een vicieuze cirkel. Alle energie blijft op onze ik-beleving gericht en zorgt zodoende dat we aan het egocentrische bouwwerk blijven vasthouden. In deze schijnwereld zijn we afwezig, niet wakker. We zijn niet tegenwoordig in de levende ervaring van de Essentie. Almaas geeft het als volgt weer:

"De persoonlijkheid is zowel inwendig als uitwendig op alle niveaus aan het werk om haar positie als controleur en middelpunt te verstevigen. Het leven wordt haar leven. Dit vindt plaats op alle voor ons zichtbare, grove manieren en op manieren die voor de meeste mensen te subtiel zijn om ze te kunnen zien. Dientengevolge bestaat het werken aan het terugvinden van Essentie voornamelijk uit het worstelen met de persoonlijkheid totdat ze haar houvast verliest en haar positie overgeeft aan de ware meester, de Essentie". (Zie Essentie, De Diamanten Weg naar Zelfrealisatie; Altamira 1997)

Als men toch door spiritualiteit geïnspireerd raakt en vanuit een religieuze houding deze worsteling met de persoonlijkheid wil aangaan, verloopt het transformatieproces met veel strijd en crisismomenten. Het lijkt dan in eerste instantie onmogelijk de persoonlijkheid los te laten vanwege de sterke gehechtheid aan de persoonlijkheid zelf en aan de wereld. Hoe komt het dat de persoonlijkheidsstructuur zo sterk aan het leven gehecht is geraakt? Almaas geeft een indrukwekkende verklaring waarom de persoonlijkheid zich zo krachtig wil bevestigen en in een vastgeroeste eenzijdige vorm blijft ronddwalen. Almaas gebruikt hiervoor de theorie van de gaten. De persoonlijkheid is afhankelijk van de kracht en inspiratie van de Essentie zoals bijvoorbeeld bij de vorming van liefde, eigenwaarde, acceptatie enz. Doordat de Essentie verborgen is, kunnen deze aspecten zich niet volledig uitdrukken en ontstaan er gaten in de persoonlijkheid. Almaas omschrijft dit als volgt:

"Zoals mensen onder normale omstandigheden zijn, zitten ze vol met gaten. Wat is nu een gat? Een gat verwijst naar ieder deel van jou dat verloren is gegaan, wat wil zeggen elke deel van jou waarvan het bewustzijn kwijt is. Wat overblijft is een gat, in zekere zin een gebrek. En datgene waarvan we het bewustzijn kwijt zijn is natuurlijk onze Essentie. Als we ons niet bewust zijn van onze Essentie, houdt die op zich te manifesteren en is ze zoek. Vervolgens voelen we een gebrek. Dus een gat is niets anders dan de afwezigheid van een bepaald deel van onze Essentie. Het kan verlies van liefde zijn, het verlies van eigenwaarde, het verlies van de capaciteit voor contact, verlies van wilskracht, verlies van helderheid, verlies van vreugde, van een of meer van die hoedanigheden van Essentie". (Zie Innerlijke Diamant, deel 1; Altamira 1996)

Deze gaten voelen vervelend aan en kunnen soms zeer pijnlijk zijn. Tegelijkertijd ontstaat de behoefte deze gaten op te vullen, maar hoe? Inherent aan het bestaan is een diep verlangen heel te worden en te zoeken naar de Bron. Ook in de ontwikkeling en vorming van de persoonlijkheid blijft dit fundamentele verlangen aanwezig. De persoonlijkheid is immers een veruitwendiging van de Essentie en geen afzonderlijk principe ook al wordt het vaak wel zo beleefd. Het verlangen naar heelheid zou in principe beantwoord kunnen worden in de 'tweede fase', de spirituele scholingsweg, waarbij stap voor stap de Essentie wordt toegelaten en waar uiteindelijk een ervaring van innerlijke vrijheid en werkelijke heelheid kan optreden. Als we zodoende in contact zijn met de Essentie zijn we 'in de wereld en niet ervan'. Dit wil zeggen dat we op een directe wijze in contact staan met de dagelijkse werkelijkheid en ons er tegelijkertijd niet door laten meesleuren, een soort betrokkenheid vanuit een onbevangen houding. Maar de persoonlijkheid weet niet precies waarop het verlangen gericht moet worden. Door de eeuwen heen hebben vele religieuze en contemplatieve tradities verhalen verteld met als doel de mens aan te sporen deze 'tweede fase' te volgen en werd er uitgelegd wat het belang was van wakker worden voor de Essentie. Aangezien deze verhalen momenteel veel minder worden verteld, weet de moderne mens niet meer op welke wijze het diepe verlangen werkelijk bevredigd kan worden.

Doordat de persoonlijkheid de gaten in eerste instantie niet opvult door middel van de kracht van Essentie komen er identificatiemechanisme naar voren die de persoonlijkheid nog meer doen vastroesten. Het eerste mechanisme betreft Ego-identificatie. De persoonlijkheid of ego richt alle aandacht op zichzelf met de behoefte de egostructuur nog meer te bevestigen en zodoende de gaten tijdelijk op te vullen. Het masker wordt hierdoor helemaal uitgekristalliseerd waardoor de autonome persoonlijkheidsstructuur het centrum of de grondtoon van het leven wordt. Het masker is geen instrument meer waar achter de Essentie schuil gaat, maar wij zijn het masker geworden en hebben de Essentie naar de achtergrond gebracht. De ego-identificatie bevredigt uiteindelijk niet. Het fundamentele verlangen blijft onbeantwoord. Het is een tijdelijke bevrediging waarbij onherroepelijk onrust, ontevredenheid en frustratie naar voren komen als verschillende gaten weer zichtbaar worden.

Het tweede mechanisme impliceert een aardse identificatie, of te wel een identificatie met de omgeving. Wij zijn op zoek naar allerlei opvulmiddelen die te maken hebben met alcohol, drugs, seks, voedsel, macht, aandacht, geld enz. Maar ook deze opvulmiddelen zijn tijdelijk van aard en bevredigen niet. Het grote gevaar dat hierbij ontstaat is een verdergaande herhaling van het zoeken naar opvulmiddelen, waardoor steeds diepere patronen ontstaan. De persoonlijkheid raakt zodoende verstrikt in een web van illusies. Almaas spreekt over een vorm van zelfrepresentatie, waarbij vastgeroeste patronen in de plaats komen van de persoonlijkheid. Dit is te vergelijken met de onware persoonlijkheid, een structuur van patronen en opvulmiddelen die ons volledig beheerst.

De onware persoonlijkheid is een term die gebruikt wordt binnen de traditie van Gurdjieff, Ouspenky en Nicoll. Almaas is hierdoor geïnspireerd en verwijst in zijn werk regelmatig naar de methode van Gurdjieff. De onware persoonlijkheid kenmerkt zich door het vasthouden aan een zelfbeeld, dat niet overeenkomt met hoe we werkelijkheid zijn. Allerlei 'ikken' binnen de onware persoonlijkheid willen indruk maken, zichzelf verkopen of presenteren, willen aandacht en bevredigd worden. De mens wordt geleefd en beheerst door deze onware 'ikken'. Zij nemen dus de plaats in van wie we werkelijk zijn. In verschillende spirituele tradities wordt de persoonlijkheidstructuur of ego-constructie vaak als een lastige verleider gezien die het obstakel vormt voor de weg naar bevrijding. Het is belangrijk te beseffen dat de persoonlijkheidsstructuur op zichzelf niet het obstakel is naar innerlijke vrijheid. Het is de houding van identificatie die verabsoluteerd wordt en ervoor zorgt dat de mens in onvrijheid vast blijft zitten in eigen gecreëerde illusies.

De Diamantenbenadering van Almaas geeft een weg aan om uit deze onware persoonlijkheid verlost te raken. De eerste stap is bewust te worden van de bewustzijnsvernauwing. Werkelijk beseffen dat er gaten aanwezig zijn en hoe wij ze opvullen. Vervolgens is deze methode er op gericht de gaten toe te laten en er één mee te worden zonder ze op te vullen. Een proces van non-identificatie. Dan pas krijgt de Essentie de kans wakker te worden en de gaten met liefde en wijsheid te vullen. Op deze manier worden we een heel mens, waarbij de Essentie onze grondtoon wordt en onze gaten gezuiverd kunnen worden. Door ons op deze wijze volledig open te stellen voor de Essentie ontstaat er een verbinding. Deze levende verbinding of dynamische wisselwerking tussen het spirituele en het aardse impliceert de centrale brugfunctie waar het in vele contemplatieve tradities omgaat. Almaas noemt deze verbinding Persoonlijke Essentie, 'the Pearl beyond price' of de Innerlijke Diamant. De Persoonlijke Essentie is eigenlijk een paradox. De mens is een individu met eigen talenten en donkere kanten, midden in contact staand met de dagelijkse wereld, levend vanuit de persoonlijkheid. Tegelijkertijd is de mens universeel verbonden met de Bron, de wereld van de Geest, het Heilige, de Niet-Conceptuele Naamloze Werkelijkheid, zoals Almaas deze oorsprong omschrijft:

"Persoonlijke Essentie is de ware integratie van de mens van de wereld en de mens van de geest. Het is een persoon die volledig spirituele is, gemaakt van spirituele substantie, maar die tegelijkertijd een persoonlijk leven in de wereld leidt. Hij is van Zijn, en hij is een mens. Er is geen sprake van zelfopoffering, geen spoor van persoonlijke verloochening, maar hij is niet zelfzuchtig, niet egocentrisch en niet ingenomen met zichzelf. Zijn dienstbaarheid is de uitdrukking van liefde, compassie en waarheid." (Zie De Parel van de Essentie; Altamira 2000)

In de praktijk blijkt echter dat bewustwording en non-identificatie niet voldoende zijn om deze verbinding tot stand te brengen. De behoefte aan de opvulmiddelen is enorm groot. Het betreft een verslaving. Ook al willen we oprecht loslaten en ons openstellen voor de Essentie, de kracht van toe-eigenen blijkt te sterk aanwezig. In dit verband spreekt Almaas over een spirituele levenshouding die noodzakelijk is voor het cultiveren van de brugfunctie. Deze levenshouding vraagt om constante beoefening met veel doorzettingsvermogen, vertrouwen, motivatie en waakzaamheid. Almaas spreekt in de context van deze levenshouding over het 'Vuur van het Onderzoek' en de 'Diamanten Wil' die bij dit proces een belangrijke rol spelen. Het 'Vuur van het Onderzoek' houdt in: daadwerkelijk blijven zoeken en verlangen naar inzicht. Het 'Vuur van het Onderzoek' dat moet blijven groeien, dat zich moet blijven intensiveren en zich blijven verdiepen. Tegelijkertijd vormt het cultiveren van de 'Spirituele of Diamanten Wil' een belangrijk aspect. Het betreft een diep verlangen heel te worden en met het Heilige verenigd te worden. Het vuur van de beschouwing en het diepe verlangen getuigen van een grote inzet en een fundamentele arbeid. Tegelijkertijd komt de bijzondere paradox naar voren die te maken heeft met volkomen loslaten, helemaal tot overgave komen en werkelijk ontvankelijk zijn om de gaten toe te laten en zodoende het Heilige te laten werken.


Literatuur van A.H. Almaas

Het Niets; Altamira 1997

Essentie. De Diamanten Weg naar Zelfrealisatie; Altamira 1997

De Innerlijke Diamant,
Deel 1 Kenmerken van het Zelf; Altamira 1996
Deel 2 Vrijheid van Zijn; Altamira 1996
Deel 3 Essentie en Zelfverwerkelijking; Altamira 1997

Lichtsporen in de nacht. Een autobiografisch fragment; Altamira 1998

De Parel van de Essentie. Integratie van persoonlijkheid in het Zijn; Altamira 2000

Zie A.H. Almaas