De Dhikr [1]

~Llewellyn Vaughan-Lee 

Hij maakt ons wakker voor ons verlangen en bezielt ons met de goddelijke herinnering. Het werk van het pad bestaat uit het helpen van de reiziger om afgestemd te blijven op deze kracht zoals hij in ons werkt en ons helpt om ons over te geven aan de toewijding van ons hart. Ieder Soefipad heeft andere oefeningen die door de meesters van het pad gegeven worden. De draaiende derwisjen draaien met de herinnering aan hun Heer; ander Soefi’s chanten gebeden, of hebben gebeden die het hart openen en hen afstemmen op de liefde. Een algemene Soefioefening is de dhikr, de herhaling van de naam van God, of een gewijde spreuk. Door Zijn naam te herhalen gedenken we Hem en met de woorden van Kabir: “De ademhaling die de naam van God niet herhaalt is een verloren ademhaling.”

Volgens de traditie zijn er negenennegentig namen van God, maar de belangrijkste daarvan is de naam Allâh. Het hart van een groot Soefi, Abû Sa’isd Abîl-Khayer werd geopend toen hij het gezegde van de Koran hoorde: “Zeg Allâh! en laat hen achter om zich te vermaken in hun dwaasheid.” En toen hij probeerde het soefisme uit boeken te leren vertelde zijn sheikh hem: Abû Sa’id! alle honderd-twintig-duizend profeten werden gezonden om één woord te spreken. Zij vroegen de mensen om Allâh! te zeggen en zich aan Hem toe te wijden. Volgens een esoterische Soefitraditie is het woord Allâh samengesteld uit het lidwoord al, en lâh, en een interpretatie daarvan is “niets.” De feitelijke betekenis van het woord Allâh is dus “het Niets.” Voor de Soefi heeft het feit dat Zijn belangrijkste naam “het Niets” betekent grote betekenis, omdat Waarheid of God ervaren wordt als het Niets (hetzelfde als Leegte in het Boeddhisme). En een van de mysteriën van het pad is dat deze Leegte, dit Niets, van je houdt. Het houdt van je met grote intimiteit en tederheid en oneindig begrip. Het houdt van je vanuit het binnenste van je hart zelf, vanuit de kern van je eigen wezen. Het is niet gescheiden van je. Soefi’s zijn minnaars en het Niets is de Grootste Geliefde waarin de minnaar totaal verdwijnt.

Door Zijn naam te herhalen roepen we op elk moment de herinnering wakker aan het niets van God, aan Zijn essentiële niet-zijn. De mysticus maakt de reis van vorm naar vormloos, van zijn naar niet-zijn, naar de leegte die aan iedere schepping voorafgaat, wat de christelijke mysticus, de Gezegende John Ruysbroeck, noemt “de duistere stilte waarin alle minnaars zichzelf verliezen.”

Wat van belang is bij de dhikr is dat hij uitgevoerd wordt op de ademhaling. Als we Zijn naam herhalen beginnen we op de uitademhaling, “al”, en gaan verder met “lâh” op de inademing. In het begin kan het moeilijk zijn om met de uitademing te beginnen: vaak beginnen we de ademhalingscyclus op een inademing. Maar er is een reden waarom we beginnen met de uitademing. Door uit te ademen maken we ons leeg en door in te ademen vullen we ons hele zijn met Zijn aanwezigheid.