Posts tonen met het label Swedenborg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Swedenborg. Alle posts tonen

Hemelse Verborgenheden

~Emanuel Swedenborg
[Vertaling Dr. Daniël van Egmond]

HET BOEK GENESIS

[I] Het Woord van het Oude Testament bevat hemelse mysteriën. De gehele tekst, maar ook elk afzonderlijk woord, verwijst naar de Heer, Zijn Hemel, de Kerk, naar het geloof en alles wat daarmee verband houdt. Niemand die zich uitsluitend met de letterlijke tekst bezig houdt, kan dit begrijpen. Want het enige dat we zien is dat de tekst (of de letterlijke betekenis) in het algemeen naar de uiterlijke gebeurtenissen van de Joodse Kerk verwijst. Toch bevat het Woord overal innerlijke betekenissen die nergens in de uiterlijke tekst zichtbaar worden, behalve dan het zeer weinige dat de Heer tijdens zijn leven hierover openbaarde en aan zijn apostelen heeft uitgelegd. Bijvoorbeeld, dat de offeranden de Heer betekenen, en het land Kanaän en Jeruzalem de Hemel. Daarom worden Kanaän en Jeruzalem "hemels" genoemd. Dit is ook de betekenis van het Paradijs.

[II] Vrijwel niemand in de christelijke wereld weet echter dat de gehele tekst en elk afzonderlijk woord, ja dat zelfs het meest afzonderlijke woord tot aan het kleinste puntje toe, geestelijke en hemelse mysteriën betekenen en omvatten. Als gevolg hiervan toont men tegenwoordig zelfs voor het Oude Testament nog maar weinig belangstelling. Deze bijzondere eigenschap van het Woord blijkt alleen al uit het feit dat het Woord van de Heer is en uit Hem voortkomt. Het Woord had nooit [aan de mens] kunnen worden gegeven als Het niet de meer innerlijke betekenissen in zich zou dragen die tot de Hemel, de Kerk en het geloof behoren. Anders zou Het niet het Woord des Heren kunnen worden genoemd en zouden we ook niet kunnen zeggen dat er enig leven in aanwezig is. Want waar komt het leven anders uit voort, dan uit iets dat zelf levend is? Met andere woorden, hoe zouden anders de gehele (levende] tekst en de afzonderlijke woorden in staat kunnen zijn om naar de Heer te verwijzen, die immers zèlf het leven is? Vandaar dat iets dat niet innerlijk naar Hem verwijst, niet kan leven. Ja, we kunnen zelfs zeggen dat een bepaalde uitdrukking in het Woord niet Goddelijk is, indien zij geen betrekking op Hem heeft, of niet op haar eigen manier naar Hem verwijst.

[III] Zonder dit speciale leven is het Woord ten aanzien van zijn letterlijke tekst levenloos. Want voor het Woord geldt hetzelfde als voor de mens die, zoals men in de Christelijke wereld weet, een uiterlijke en een innerlijke natuur heeft. De uiterlijke mens, die gescheiden is van zijn innerlijke natuur, is niets anders dan een levenloos lichaam. Het innerlijk is namelijk dat wat leeft en de uiterlijke natuur levend maakt. De innerlijke mens is de ziel [anima] van de uiterlijke mens. Op dezelfde wijze kunnen we het Woord, indien wij het uitsluitend ten aanzien van de letterlijke tekst beschouwen, vergelijken met een lichaam zonder ziel.

[IV] Zolang ons bewustzijn [mens] uitsluitend aan de letterlijke betekenis van de tekst blijft vasthouden, zal niemand kunnen zien dat deze tekst innerlijke betekenissen bevat. Dan zal men bijvoorbeeld ten aanzien van de letterlijke tekst van het eerste hoofdstuk van Genesis niets anders beseffen dan dat daarin de schepping van de wereld wordt behandeld, en de Tuin van Eden die "het Paradijs" wordt genoemd. Ook zal men menen dat het verhaal van Adam over de schepping van de eerste mens gaat. Wie zou immers verwachten dat deze teksten een andere betekenis bezitten?

Uit de volgende bladzijden zal echter in voldoende mate duidelijk blijken dat deze hoofdstukken mysteriën bevatten die nog nergens anders zijn geopenbaard. [Zo zullen we zien] dat volgens de innerlijke betekenis het eerste hoofdstuk van Genesis in het algemeen over de NIEUWE SCHEPPING van de mens gaat, of over zijn [of haar] REGENERATIE, en over de Oudste Kerk in het bijzonder. Ook zal blijken dat zelfs het kleinste woordje een mysterie vertegenwoordigt, betekent, en in zich verborgen houdt.

[V] Niemand kan dit allemaal weten, tenzij hij deze kennis van de Heer ontvangt. Daarom is het mij toegestaan om, voorafgaande aan de onthulling van deze hemelse mysteriën, duidelijk te verklaren dat het mij door de Goddelijke Genade van de Heer gegeven is om voortdurend en zonder onderbreking, nu reeds verscheidene jaren lang, aanwezig te zijn in de gemeenschappen van geesten en engelen, en om hen te horen spreken en op mijn beurt met hen te spreken. Aldus werd het mij gegeven om in het andere leven verbazingwekkende dingen te horen en te zien, die nimmer in de religieuze feitenkennis [cognitiones] en de ideeën van enig mens te voorschijn zijn gekomen. Ik ben daar over de verschillende soorten geesten onderricht, en over de toestand van de zielen na de dood: over de hel of de tragische toestand waarin de ongelovigen verkeren, en over de hemel of de gelukzalige toestand waarin de gelovigen zich bevinden. Maar vooral ben ik in de Leer van het geloof onderricht die in de gehele hemel wordt erkend. Dank zij de Goddelijke Barmhartigheid van de Heer zullen in het onderstaande al deze onderwerpen behandeld worden.