Posts tonen met het label Boekrecensies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekrecensies. Alle posts tonen

Zonder Gruis geen Parels

Door Kees Voorhoeve

David Brazier (zie foto) is als psychotherapeut en 
Zen-boeddhist werkzaam in Engeland en heeft op inspirerende wijze het boeddhisme met de psychotherapie weten te integreren.

Hij heeft een prachtig boek geschreven over de essentie het boeddhisme, waarin vooral de vier edele waarheden in een nieuw licht komen te staan. 

Hij maakt gebruik van vele voorbeelden uit het dagelijkse leven en persoonlijke verhalen van mensen waarin zowel de worsteling met het lijden als de uitdaging van de zoektocht naar de zin van het leven tot uitdrukking komen.

Wat heeft de Boeddha ontdekt?

In zijn boek "Zonder Gruis geen Parels" vertelt David Brazier wat de essentie is van wat de Boeddha ontdekt heeft. De Boeddha leefde in zijn jonge jaren in een rijke familie. Hij werd opgevoed in een beschermde omgeving met veel welvaart en weelde. Hij was volgens zijn vader bestemd een groot staatsman te worden. Toen de Boeddha op een dag zich in de buitenwereld onder de mensen bevond, werd hij geconfronteerd met een aantal zaken die hem diep raakte. Hij kwam mensen tegen die ziek waren en een hoge ouderdom bereikt hadden en hij kwam een gezin tegen waar een dierbare was overleden. Deze principes van ziekte, ouderdom en dood brachten hem in verwarring. Wat is de zin van het leven als mensen ziek worden en lijden. Waarom worden we oud en zal iedereen sterven? Wat is daarvan de bedoeling? 

Oefeningen van de Geest

© Kees Voorhoeve

Het antieke denken en de kunst van het leven

Pierre Hadot was hoogleraar aan het College de France in Parijs en was de leermeester van Michel Foucault. Hij heeft vele publicaties op zijn naam staan, onder andere over de Griekse filosoof Plotinus en een interessant boek over levensfilosofie, 'Qu’est-ce que la philosohie antique', vertaald in het Nederlands bij uitgeverij Ambo onder de titel ‘Filosofie als een manier van leven’. De levensvisie van Socrates en Plato en de betekenis van de antieke filosofie voor educatie en overdracht, worden hierin behandeld.

In ‘Filosofische Oefeningen [Oefeningen van de Geest] bespreekt Pierre Hadot de inzichten en oefeningen uit verschillende Griekse filosofische stromingen. Filosofie wordt in dit boek gezien als een oefening, niet een theorie, maar een levenskunst. Deze geestelijke oefening is noodzakelijk om tot innerlijke transformatie te komen. Het is een ‘therapie’ van de hartstochten waardoor ongebreidelde begeertes en buitensporige angsten omgevormd kunnen worden. De grondhouding is aandacht, tegenwoordigheid van geest. Door aandacht kunnen we ons voorbereiden op het onverwachte en dramatische van het leven. Filosofie is op deze manier een oefenen in leven en sterven. Door te denken aan de dood worden we ons bewust van de eindigheid van het leven.



Ieder moment dat zich in het leven voordoet, heeft een onmetelijke waarde. Pierre Hadot haalt Horatius aan om dit te bevestigen:

‘Neem aan dat iedere dag die luikt, de laatste is, dan zul je ieder onverhoopt moment met dankbaarheid aanvaarden’.

In het eerste hoofdstuk van dit boek opent Pierre Hadot met een indringende tekst van
G. Friedman, waarin we de essentie van filosofie als levenshouding leren kennen:

‘Sla iedere dag je vleugels uit! Al is het maar even, een kort moment, als het maar hevig is. Verricht dagelijks een geestelijke oefening… oefen je geest, onderbreek de tijdsduur. Probeer je hartstochten uit te pluizen, je ijdelheden en aanvechtingen die opgewekt worden door de praatjes die over je de ronde doen. Schuw kwaadsprekerij. Pluis je medelijden en haat uit. Bemin alle mensen die vrij zijn. Vereeuwig je zelf door boven jezelf uit te stijgen.’ G. Friedman

Het is een scholingsweg om stap voor stap onze hartstochten en negatieve houdingen te onderzoeken en ze los te laten. Om boven ons zelf uit te stijgen en vol van liefde de vrijheid te omarmen, is geen gemakkelijk proces. Daar zijn geestelijke oefeningen voor nodig die geleidelijk aan de transformatie tot stand kunnen brengen. Een transformatie die gericht is op bewustwording van het geheel en die onze individualiteit overstijgt. De ziel wordt genezen van zijn bekommeringen en participeert aan zuiverheid, eenvoud en levensvreugde.

In het hoofdstuk over Socrates beschrijft Hadot hoe Socrates vanuit ironie tot de kern van het wezen komt. Hij stelt zich onwetend op en geeft steeds aan: ‘Ik weet slechts een ding, namelijk dat ik niets weet’. Socrates blijft vervolgens onvermoeibaar vragen stellen over de grote thema’s van het leven zoals rechtvaardigheid, het goede en de zin van het leven. In de socratische dialogen breekt er een moment aan waarop de gesprekspartners ontmoedigd raken. Zodra de gesprekspartners dreigen af te haken, neemt Socrates de verwarring, twijfel en verontwaardiging van hen op zich. Hij draait de rollen om en houdt de ander een spiegel voor waardoor de gesprekspartners uiteindelijk tot inzicht komen. De grens van de taal en de kennis wordt zichtbaar. Plotseling kan er iets doorbreken: een authentieke ervaring waardoor de mens wakker wordt geschud. Ons perspectief is veranderd. Socrates treedt op als een vroedvrouw die de geboorte van de wijsheid inleidt.

'Filosofische Oefeningen' is een prachtig boek. Ook worden Epicurus, Marcus Aurelius, Seneca en andere grote filosofen uit de antieke tijd besproken. 

Vipassana

Door Kees Voorhoeve



In het boek ‘Vipassana. Inzichtmeditatie als pad tot bevrijding’ bespreekt Joseph Goldstein op verdiepende wijze de problematiek van het lijden en de bevrijding van onze geest.

Joseph Goldstein is meditatieleraar in Amerika en mede-oprichter van de Insight Meditation Society.

Een ander goed boek samen geschreven met Jack Kornfield is:
‘Op zoek naar het hart van wijsheid’ waarin de verschillende basisaspecten van inzichtmeditatie besproken worden.





In 'Vipassana' wordt weergegeven hoe in het boeddhisme de training van het hart en de transformatie van ons bewustzijn de twee centrale uitgangspunten vormen. We kunnen onheilzame geestestoestanden zoals haat, angst en zinsbegoocheling omvormen tot opmerkzaamheid, mededogen en liefdevolle vriendelijkheid.

De basisinstructie is het ontwikkelen van een ‘zachte en ruime’ geest en steeds opmerkzaam zijn bij wat zich voordoet zonder meteen te oordelen. Het is een fundamentele aanvaarding van het leven zoals het is, waardoor we ‘vrij’ kunnen zijn.

Joseph Goldstein schrijft hierover het volgende:

‘In de meditatietaal spreken we vaak over het laten varen van de dingen, het loslaten van gedachten, emoties of pijn. Soms is dat niet de exacte juiste uitdrukking omdat loslaten suggereert dat je iets moet doen. Beter zou zijn om te zeggen ‘Laat het voor wat het is’ Alles komt en gaat vanzelf. We hoeven niets te doen om dingen te laten komen of om ze te laten verdwijnen of om ze los te laten. We hoeven alleen maar te laten zijn. Om alles te kunnen laten zijn moeten we een moeilijke maar wezenlijke les leren wat betreft de meditatie en tevens wat betreft alle aspecten van ons leven. Het hebben van prettige gevoelens en het vermijden van onprettige gevoelens is niet het doel van de meditatiebeoefening. Het doel van de beoefening van opmerkzaamheid is vrijheid.’ 

 Het is inderdaad een wezenlijke les om alle aspecten in ons leven in eerste instantie te aanvaarden, zonder meteen te oordelen of er in meegesleurd te worden. Maar tegelijkertijd is het een moeilijke opgave om ook het onprettige, vervelende en zelfs hartverscheurende lijden in onszelf toe te laten. Deze open houding is echter wel de voorwaarde om los te laten. Het gaat om in contact te zijn met wat er gebeurt. Het is een proces van helemaal toelaten, een radicale acceptatie van je eigen ervaring. Pas dan kan er ruimte ontstaan en kunnen we dat wat verschijnt ook weer laten voor wat het is.

Joseph Goldstein geeft in 'Vipassana' veel voorbeelden van hindernissen die in ons leven naar voren komen en die juist de uitdaging met zich meebrengen om daar voor open te staan. Allerlei vormen van zelfingenomenheid en hoogmoed, verschillende negatieve emoties, angstige belevingen, oordelen, verveling en schuldgevoelens worden indringend onder de loep genomen.

Het boek 'Vipassana' is in een prettige schrijfstijl geschreven waarbij steeds een koppeling plaats vindt naar voorbeelden uit het dagelijkse leven. Joseph Goldstein beschrijft onder andere zijn eigen worsteling met oordelen, waarbij hij met veel openheid en humor leert los te laten:

 ‘De eerste manier om verstandig met oordelen om te gaan, is een aloude beproefde methode van direct gewaarzijn en zuivere aandacht. Ik nam de moeite om specifiek waar te nemen hoe het patroon zich manifesteerde waarbij ik een waterval van oordelende gedachten met helder gewaarzijn registreerde. Door de opmerkzaamheid op die manier te versterken ervoer ik minder identificatie met gedachten. Maar buitengewone omstandigheden vereisen soms buitengewone minder conventionele manieren om met oordelen om te gaan. Om te beginnen ging ik de oordelen tellen als ze opkwamen. Telkens wanneer een oordelende gedachten zich in de geest aandiende, telde ik oordeel nummer een, oordeel nummer twee, oordeel nummer drie… oordeel nummer vijfhonderd. Op een gegeven moment begon ik te lachen. Ik ging deze slechte gedachten met meer luchthartigheid zien, zonder ze werkelijk te geloven en zonder er tegen in verzet te komen'

~Kees Vooorhoeve

Zie ook: Interview met Jospeh Goldstein
"Er is iets aan het gebeuren in het Westen. Frits Koster in gesprek met Joseph Goldstein"

Mystiek leven

Door Kees Voorhoeve


Mystiek leven

Levenslessen in mystieke teksten 

Kick Bras









Kick Bras begint zijn boek ‘Mystiek Leven’ met een tekstfragment van Simone Weil:

“De volheid van de liefde voor de ander is simpelweg in staat zijn aan die ander te vragen: Wat scheelt er? 
Het is weten dat die ongelukkige bestaat, niet als een ongelukkige in een verzameling, niet als een geval dat behoort tot de sociale categorie van de ‘ongelukkigen’, maar als iemand die precies zo als jijzelf, iemand die op een unieke, niet na te bootsen manier door het ongeluk getroffen en getekend is. 
Het is voldoende, maar noodzakelijk dat je op een bepaalde manier naar diegene kunt kijken. Die blik is in eerste plaats aandachtig, dat wil zeggen dat de geest leeg is, dat je eigen gedachten plaats hebben gemaakt ten einde degene naar wie je kijkt in zijn hele totale waarheid in je op te kunnen nemen. De enigen die hier toe in staat zijn, zijn de mensen die tot aandacht in staat zijn.”

Als commentaar op deze woorden van Simone Weil, zegt Kick Bras het volgende:

“Ik word getroffen door de concrete toespitsing die Simone Weil aan aandacht geeft. Aandacht geven aan een medemens betekent in de eerste plaats dat je deze mens ziet in haar uniciteit. Je deelt haar niet in in een categorie, je ziet haar niet als deel van een verzameling, maar als een uniek mens, zoals jij jezelf ook ervaart. Het gevolg daarvan is dat je niet bij voorbaat al denkt te weten wat die ander bezielt. Je hebt de ander geen stempel opgedrukt, zodat je niet meer echt hoeft te luisteren. Nee, je kunt helemaal open zijn voor de unieke wijze waarop deze mens zijn verhaal vertelt.”

Het eerste deel van dit boek gaat over leven in aandacht, de basis om jezelf leeg te maken, stil te zijn, je te open voor God en vervolgens volledig aanwezig te zijn in het hier en nu. Kick Bras gebruikt hierbij fragmenten van verschillende mystici zoals Johannes van het Kruis, Meister Eckhart, Heinrich Seuse, Jan van Ruusbroec en vanuit de moderne tijd mensen zoals Dorethee Sölle, Simone Weil, Etty Hillesum, Dietrich Bonhoeffer, Thomas Merton en nog veel meer interessante mystici uit onze westerse cultuur.

Naar aanleiding van de fragmenten neemt Kick Bras de lezer mee in zijn commentaar en vertelt over belangrijke thema’s die in de mystiek een rol spelen. Naast het principe van aandacht, wordt ook gesproken over eenheid en liefde, meditatie en gebed en leven in vreugde.

Een belangrijk punt om mystiek te leven en je weg te volgen, te verdiepen en te zuiveren onder leiding van de goddelijke geest, vormt stil zijn en zwijgen.

Kick Bras zegt hier over:

“Stilte ervaren we allemaal als weldadig. In de hectiek van het hedendaagse leven zoeken velen naar rust en stilte. Ze willen weg van de snelweg, zoeken de stilte van de natuur om daar tot rust te komen. Even geen verplichtingen, even geen mensen die iets van je willen, even je gedachten de vrije loop laten. Dit wil nog niet zeggen, dat men in de natuur aandachtig om zich heen kijkt en de schoonheid ervan op zich laat inwerken. Vaak babbelen mensen wat met elkaar terwijl ze een boswandeling maken en hebben nauwelijks oog voor hun omgeving. Dit kan heel ontspannend werken, maar dat is niet wat wij bedoelen met aandachtig leven. Het gaat er daarbij niet zozeer om dat wij een stille rustige omgeving zoeken, maar dat we zelf stil worden. En dan niet alleen met de mond maar ook met het hoofd en het hart.”

Als we instaat zijn deze houding van stilte en zwijgen aan te nemen,  kan de Heilige zich tonen en ons aanraken. De mens ervaart dan een diepe ontmoeting met de Ene, die ons overweldigend omarmt. Deze levende ervaring is niet meer in woorden uit te drukken, het is onbepaald, we zijn bewust en verstild tot rust gekomen en hebben ons hart geopend voor een ‘wijzeloos genieten’ en ervaren een ‘gestilde minne’, zoals Jan van Ruusbroec het heeft uitgedrukt:

“En boven alle goddelijke bepaaldheid zal hij met ditzelfde onbepaalde schouwen verstaan het onbepaalde Wezen Gods, dat een onbepaaldheid is. Want men kan het niet met woorden of werken, met bepalingen of voorbeelden en gelijkenissen duidelijk maken. Maar het openbaart zichzelf aan het eenvoudige schouwen van het ongedeelde bewustzijn. Je zou het je zo kunnen voorstellen: alsof je een gloed van vuur zag, mateloos groot, waarbij alle dingen verbrand waren in een stil, gloeiend onbeweeglijk vuur. Zo kan men beschouwen de gestilde wezenlijke minne die bestaat in een genieten van God en alle heiligen, boven alle bepalingen en werken en beoefening van deugden. Ze is een gestilde grondeloze vloed rijkdom en vreugde, waar alle heiligen met God in vervloeid zijn in een wijzeloos genieten. En dit genieten is wild en woest alsof men verdwaald is. Want daar is bepaaldheid noch weg, nog pad, noch plaats, noch maat, noch einde noch begin, noch iets dat men verwoorden of duidelijk kan maken.”

Ook al is er in het ‘wijzeloos genieten’, noch een weg of een pad, mystiek leven vraagt om een intensieve beoefening van openstellen, zuiveren, loslaten en overgave. We dienen de voorwaarde te scheppen of de akker gereed te maken opdat de genade ons kan inspireren. Etty Hillesum beschrijft deze weg van meditatie en gebed op een prachtige wijze:

“Ik geloof, dat ik het maar zal doen: ’s morgens voor het begin van het werk een half uurtje ‘naar binnen slaan’, luisteren naar wat er binnen in me zit. ‘Sich versenken’. Je kunt het ook mediteren noemen. Maar van dat woord ben ik nog een beetje griezelig. Maar waarom eigenlijk niet? Een stil half uur in je zelf. Het is niet genoeg alleen maar je armen en benen en alle andere spieren te bewegen, ’s morgens in de badkamer. De mens is lichaam en geest. En zo een half uur gymnastiek en een half uur meditatie kunnen samen een breed fundament van rust en geconcentreerdheid leggen voor de hele dag. Maar het is niet zo eenvoudig; zo een ‘stille Stunde’. Dat wil geleerd worden. Alle kleinmenselijke rommel en franje zou dan moeten worden weggevaagd van binnen. Er is per slot altijd zo’n hoop onrust voor niks in zo een klein hoofd. Verruimende en bevrijdende gevoelens en gedachten zijn er ook wel maar de rommel is er altijd doorheen. En laat dat dan het doel zijn van dat mediteren: dat je vanbinnen één grote ruime vlakte wordt, zonder het geniepige struikgewas, dat het uitzicht belemmert. Dat er dus iets van ‘God’ in je komt, zoals er in de Negende van Beethoven iets van ‘God’ is. Dat er ook iets van ‘liefde’ in je komt, niet zo een luxe-liefde van een half uurtje, waar je heerlijk in zwelgt, trots op je eigen verheven gevoelens, maar liefde, waar je iets mee kunt doen in de kleine dagelijkse praktijk.”

Etty Hillesum beschrijft het ‘naar binnen slaan’ als een weg van inkeer dat geleerd moet worden. Het gaat niet vanzelf. Kick Bras geeft ten aanzien van haar woorden het volgende commentaar:

“Mediteren is daardoor een vorm van inkeer, waarbij je innerlijke blokkades en storingen er uitlaat en iets anders binnenlaat. Wat is dat? Dat zijn ‘verruimende en bevrijdende gevoelens’. Dat zijn rust en geconcentreerdheid voor de hele dag’. Dat is dat je van binnen een grote, ruime vlakte wordt … dat er dus iets van God in je komt,…dat er ook iets van liefde in je komt. Meditatie is dus voor haar niet alleen een vorm van ontspanning, van rustig worden of van inkeer in jezelf. Het is vooral een vorm van openstellen, een attitude van ontvankelijkheid, zodat er iets in je kan komen dat boven je eigen kleinmenselijkheid uitreikt.”

Het is niet gemakkelijk om in onze materialistische en egocentrische samenleving ruimte te scheppen voor deze inkeer. Kick Bras zegt dat we leven in een tijd van gebedsnood en haalt daarbij een strofe van Guido Gezelle aan: “O leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet”.  In het boek wordt vervolgens aangeven hoe wij het meditatieve leven tot expressie kunnen brengen. Verschillende vormen van meditatie en gebed komen aan bod, de groei en ontwikkeling die de mens daarin kan doormaken, de strijd met de blokkades en het omvormingsproces waarin we volkomen transparant een beelddrager worden van God.

Om op deze wijze de omgang met God te oefenen en te leven in de liefde, worden vele mystieke teksten getoond met een diepgaand commentaar, die ons kunnen helpen ons te openen voor het Grote Mysterie. ‘Mystiek Leven’ is een prachtig boek waarin we wijze levenslessen kunnen ontdekken.

Tot slot een fragment van Thomas Merton uit ‘Wegen naar het Paradijs’, waarin naar voren komt hoe de goddelijke wijsheid in alles als een bron van vreugde aanwezig is:

“Alle zichtbare dingen dragen een onzichtbare vruchtbaarheid in zich, een gedempt licht, een zachte naamloosheid, een verborgen heelheid. Deze mysterieuze eenheid en gaafheid is de wijsheid, de moeder van alles, ‘natura naturans’. In alle dingen leeft een oneindige tederheid en zuiverheid, een stilte die een bron is van handelen en vreugde. Zij borrelt op uit een woordeloze vriendelijkheid en stroomt naar mij toe uit de onzichtbare wortels van al wat geschapen is. Zij verwelkomt mij liefdevol en groet mij met een onbeschrijfelijke eenvoud. Dit is tegelijk mijn eigen bestaan, mijn eigen natuur en de gave in mij van de gedachten en de werking van de Schepper, sprekend als de Hagia Sophia, als mijn zuster, de Wijsheid.”


Website Kick Bras

Kick Bras over Mystiek Leven

Berne Boek

Na het feest komt de afwas

 Door Kees Voorhoeve

Jack Kornfield (zie foto) is een bekende Amerikaanse boeddhistische meditatieleraar die vele interessante boeken heeft geschreven. 
Een licht voor jezelf is een standaardgids voor meditatie, transformatie en het toepassen van spirituele principes in het dagelijkse leven.
Op zoek naar het hart van wijsheid samen geschreven met de meditatieleraar Joseph Goldstein, is een prachtige boek waarin de verschillende aspecten van inzichtmeditatie besproken worden.



In zijn boek Na het feest komt de afwas geeft Jack Kornfield veel ontroerende en boeiende beschouwingen over het lijden van de mens, de stadia van ontwaken en wijsheid op het spirituele pad.

Jack Kornfield heeft vele reizen gemaakt in India, Burma, Laos en Thailand en heeft onderricht gehad van verschillende oosterse leraren waaronder Ajahn Chah, Achaan Chaa, Mahasi Sayadaw en Achaan Boeddhadasa. Verder is hij mede oprichter van een meditatiecentrum in Amerika: Insight Meditation Society en hij geeft al vanaf 1974 internationaal meditatie-onderricht.

Waarom mediteren

In zijn boek Op zoek naar het hart van wijsheid, begint Jack Kornfield aan te tonen waarom meditatie belangrijk in ons leven is door te verwijzen naar een kort verhaal over de Boeddha:

Volgens de overlevering ontmoette de Boeddha vlak naar zijn verlichting een man die getroffen werd door de bijzondere uitstraling en sereniteit van zijn aanwezigheid.
De man bleef staan en vroeg: 'Mijn vriend, wat bent u?'
'Bent u een hemels wezen of een god'? 'Nee', zie de Boeddha.
'Bent u dan een magiër of een tovenaar'? Weer antwoordde de Boeddha: 'Nee'.
'Bent u dan een gewoon mens'? 'Nee'.
'Maar mijn vriend, wat bent u dan'?
De Boeddha antwoordde: 'Ik ben ontwaakt'.

In Na het feest komt de afwas, beschrijft Jack Kornfield het belang van ontwaken. Ontwaken vormt de essentie van de mystieke weg in het algemeen en voor het Boeddhisme specifiek gezien. De term 'Boeddha' betekent iemand die wakker is, die ontwaakt is. Hierbij ontvangen we inzicht over ons diepste wezen, de Boeddha-natuur. Het betreft een ervaringsniveau van helderheid en openheid, het is een ervaring van bevrijding.

Waarom dient de mens wakker te worden en zich te bevrijden? Het uitgangspunt is dat de mens functioneert vanuit onwetendheid en gehechtheid, een ervaring van fixatie. De Boeddha kwam tot het inzicht dat het leven lijden is. Hij gebruikte het Sanskrietwoord Dukkha, dat vertaald wordt als lijden maar het betekent ook frustratie en ontevredenheid. We zijn gericht op geluk en het positieve in het leven, maar vroeg of laat zullen we merken dat het niet gaat zoals we willen. We hebben de neiging vast te houden aan dat wat we hebben, maar fundamenteel gezien kunnen we niets vasthouden, want het leven is vergankelijk. Alles beweegt en stroomt. Vasthouden is een illusie. Omdat we niet met de vergankelijkheid durven mee te stromen voelen we ons ongelukkig. Zodoende raken we verstrikt in angst, haat en begeerte. Het is een vicieuze cirkel, Samsara genaamd.

Hoe kunnen we deze gehechtheid doorbreken? De sleutel voor het ontdekken van de zin het van leven is 'aandacht'. Door 'aandachtig zijn' kunnen de verborgen kracht van de Boeddha meer en meer naar voren brengen. In ons dagelijkse leven verliezen we ons in gedachten en gevoelens. Onze aandacht is verstrooid. Door meditatie worden we bewust van onze houding. Tegelijkertijd leren we het leven en het lijden toe te laten. Meditatie opent onze houding. Alles wat afgesloten is wordt geopend en alles wat reactief is wordt in balans gebracht. Het gaat om 'aandachtig zijn' bij hoe ik leef. Aandachtig kijken naar mijn leven en de cirkel van gehechtheid doorbreken op zoek naar innerlijke kracht en vrijheid. Om deze kwaliteiten van de Boeddha-natuur te ontdekken dienen we eerlijk naar ons eigen leven te kijken. Vooral in confrontatie met de dood wordt het essentiële van ons wezen naar voren gebracht. Wat is de zin van het leven als ik sterf? Heb ik op de juiste wijze lief gehad? Heb ik geleerd om vanuit wijsheid en compassie te leven? 

De ene zitplaats

Naast 'aandachtig zijn' legt Jack Kornfield in zijn boeken veel nadruk op de oefening van stabiliseren en evenwicht. Hij noemt het de 'ene zitplaats innemen'. Het gaat eerst om de juiste weg te kiezen. We zoeken naar wat bij ons past. Dat we verschillende wegen uitproberen en daarmee experimenteren vormt een prima begin van de weg. Maar willen we tot verdieping komen, dienen we één weg te kiezen en daarin te volharden, vastbesloten door te zetten en niet meer bij confrontatie of twijfel weg te vluchten en weer een andere weg te kiezen. Maar de essentie van de ene zitplaats is werkelijk in stilte met veel geduld te zitten en alles wat in onze ruimte verschijnt onder ogen durven te zien. Jack Kornfield verwijst naar het verhaal van de Boeddha, die uiteindelijk na een intensieve ontdekkingsreis onder een boom ging zitten in diepe meditatie met een stabiele houding zittend als een berg. De Boeddha zat geworteld op de aarde en toen verscheen Mara, de boeddhistische duivel van de verleiding. De Boeddha keek met open ogen, vol van spirituele moed, naar de begeerte, haat en angst die Mara naar voren bracht. De Boeddha kon echter alles wat Mara uitprobeerde om hem van slag te brengen weerstaan. Hij brulde als een leeuw en Mara verdween. Meditatie betekent dus de confrontatie met het leven en onszelf aangaan. Vanuit de ene zitplaats gaan we door de poort van het lijden. We ervaren pijn, verdriet en tegenslagen. Zie het, laat het toe, maar ga er niet in mee. We zijn geopend naar alles wat verschijnt ook naar de donkere kanten van de persoonlijkheid. Kijk er met veel compassie naar. Tegelijkertijd dienen we grenzen te stellen aan de chaos en niet mee te gaan met alle sensaties en prikkels van het drukke leven, kortom fundamenteel aanwezig zijn vanuit die ene zitplaats. Jack Kornfield omschrijft de 'ene zitplaats' als volgt:

"Als we genoegen nemen met een beetje oefenen volgens de ene traditie, en nog een beetje van een andere en nog een andere, zal het werk dat we hebben gedaan meestal niet accumuleren als we op de volgende oefenmethode overgaan. Het komt overeen met het graven van allerlei ondiepe kuilen, in plaats van een diepe put. Dit van de hak op te tak springen leidt ertoe dat we nooit genoodzaakt zijn onze eigen verveling, ongeduld en angsten onder ogen te zien. Zo worden we nooit met onszelf geconfronteerd. Dus moeten we een in de tijd beproefde methode met voldoende diepgang kiezen, een methode die ons hart aanspreekt. En vervolgens dienen we het vaste besluit te nemen om in die methode te volharden gedurende alle tijd die nodig is om onszelf te transformeren. Dit is het uiterlijke besluit van de ene zitplaats. Als we deze uiterlijke keus hebben gedaan uit de vele beschikbare wegen naar de top, en een begin hebben gemaakt met systematische oefenen, ontdekken we vaak dat we van binnenuit worden overvallen door allerlei vormen van twijfel en angst; allemaal gevoelens die we nooit bewust hebben durven ervaren. Uiteindelijk zal alle ingedamde pijn van een mensenleven buiten zijn oevers treden. Als we eenmaal een oefenmethode hebben gekozen, zullen we de moed en de vastberadenheid moeten opbrengen om er trouw in te volharden, ondanks al onze problemen. Dit is het innerlijke aspect van het innemen van de ene zitplaats."

Na het feest komt de afwas

Als we het mystieke pad volgen en uiteindelijk helderheid en evenwicht bereiken, zijn we dan volkomen gelukkig en zullen we ons nooit meer laten raken door de negativiteit van het leven? Jack Kornfield geeft aan dat dit een illusie is. Er is geen verlicht pensioen. Iedere keer als we ergens doorheen gaan en bepaalde emotionele patronen doorbreken, volgt weer een nieuwe fase van strijd en worsteling. In zijn prachtige boek "Na het feest komt de afwas" geeft hij hierover het volgende weer:

"Er bestaat niet zoiets als een staat van verlicht rentenieren; er is geen ontwaakervaring die ons boven de wet van verandering plaatst. Alles ademt en gehoorzaamt aan cycli. De maan, de effectenbeurs, ons hart, de spiraalnevels - alles expandeert en trekt zich samen op het ritme van het leven zelf. Momenten van diepe vrede en een nieuw gevonden liefde worden gevolgd door periodes van verlies, zich afsluiten, angst of ontkenning en verraad. Als we de berg afdalen zullen we schrikken als we merken hoe onze oude gewoonten ons daar beneden op wachten, als een stel gemakkelijke, vertrouwde kleren. Zelfs als we een geweldige transformatie hebben doorgemaakt en we ons vredig en onwrikbaar voelen, zullen we onvermijdelijk door een deel van datgene wat met ons mee teruggekomen is op de proef gesteld worden."

En ook al zullen we na een transformatieproces meer en meer de Boeddha-natuur wakker maken, iemand die volledig wakker is, zal zich nog steeds door het leven laten raken. Emoties bepalen immers de kleur van het leven. Natuurlijk ervaart een Boeddha verdriet en pijn én geluk en enthousiasme. Alleen hij of zij blijft er niet in hangen. Er is sprake van meestromen, een houding van niet-identificeren. Vanuit een authentieke ervaring beleven we het leven zoals het is, in het hier en nu, zonder haast. We laten niet het leven zelf los, maar juist de krampachtige houding van vastgrijpen en vasthouden. Zodoende ontwaken we voor de Bron van het leven en verblijven we in dit grote mysterie. Dan ervaren we de werkelijkheid vanuit een totaal nieuw perspectief of zoals Jack Kornfield een citaat van T.S. Eliot aanhaalt:

"Het eind van al ons zoeken is bereikt als we terug zijn aan het begin en die plek voor het eerst echt kennen."