Posts tonen met het label Rabbi Luzzatto. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rabbi Luzzatto. Alle posts tonen

Op de juiste weg [05]

DE FACTOREN DIE AFBREUK DOEN AAN WAAKZAAMHEID EN HET ZICH ONTTREKKEN AAN HEN 

~Rabbi Moshe Chaim Luzzatto 

Er zijn drie factoren die aan deze eigenschap afbreuk doen en een mens zich eraan laat onttrekken: De eerste is wereldse bezigheden en betrokkenheid, de tweede is gelach en lichtzinnigheid en de derde is slecht gezelschap. We zullen elk individueel bespreken.

We hebben reeds wereldse zaken en betrokkenheid besproken. Wanneer een mens bij wereldse zaken is betrokken, zijn zijn gedachten beperkt door de ketens van de last die op hem weegt en is het voor hem onmogelijk om bezorgd te zijn over zijn daden. De wijzen, moge vrede met hen zijn, hebben, bewust van dit feit, gezegd (Spreuken der Vaderen 4,10): “Minimaliseer uw bezigheden en houdt uzelf met Thora bezig.” Een persoon moet zich er tot op zekere hoogte, voor het belang van een levensonderhoud mee bezig houden, maar niet in die mate dat zijn dienst aan G‟d erdoor wordt belemmerd. Het is met betrekking tot deze dat ons opgedragen werd om tijd te bestemmen voor Thora studie. We hebben reeds vermeld dat zo‟n studie het voornaamste vereiste voor waakzaamheid is; zoals verklaard door Rabbi Pinchas: “Thora brengt een mens tot waakzaamheid”. Zonder haar zal waakzaamheid niet verkregen worden. Zoals onze wijzen hebben verklaard (Spreuken der Vaderen 2,6): “Een onwetende kan geen heilige zijn”. Dit is waar omdat de Schepper zelf, Gezegend is Zijn naam, die de mens met een kwade neiging heeft uitgerust, de Thora als een tegengif heeft gegeven. (Kiddushin 30b). Het is vanzelfsprekend dat indien de Schepper voor deze droefenis enkel deze remedie heeft gemaakt, het onmogelijk is dat een persoon, in welke omstandigheid dan ook, door enig andere middel daarvan wordt genezen.

Op de juiste weg [04]

DE WIJZE OM WAAKZAAMHEID TE VERKRIJGEN

~Rabbi Moshe Chaim Luzzatto

Dat wat een persoon in het algemeen tot waakzaamheid brengt is Thora studie. Zoals Rabbi Pinchas in het begin van de baraita verklaart, “Thora brengt een mens tot waakzaamheid.” Wat er echter in het bijzonder naartoe leidt, is reflectie over de veeleisende aard van de dienst aan G‟d waar een mens verantwoordelijk voor is en de strengheid van het oordeel die het met zich meebrengt. Dit inzicht zou verworven kunnen worden door de voorvallen waar in de heilige geschriften naar verwezen wordt, te analyseren en door het bestuderen van de uitspraken van de wijzen, welke een mens hiervan bewust maakt.

In dit proces van bevatting zijn er verschillende niveaus van begrippen, respectievelijk toepasbaar voor diegenen met volle bevatting, degenen met minder bevatting en de gewone bevolking.

Degenen met volledige bevatting zullen hoofdzakelijk tot waakzaamheid gemotiveerd worden doordat zij duidelijk gaan zien dat enkel perfectie en niets anders, hun verlangens waard is en dat er geen erger kwaad is dan het gemis aan en verwijdering van perfectie. Want nadat dit duidelijk voor hen is geworden, evenals het feit dat de middelen tot dit doel deugdzame daden en trekken zijn, zullen zij zichzelf zeker nooit toestaan deze middelen te verminderen; nog zullen zij ooit verzuimen om gebruik te maken van het volle potentieel van deze middelen. Want het zou hen reeds duidelijk zijn geworden dat indien deze middelen in aantal waren gereduceerd of niet met volledige doeltreffendheid aangewend werden met alle energie waar zij om gevraagd hadden, ware perfectie niet door hen zou worden bereikt, maar zou ontbreken in de mate dat voldoende inspanning met betrekking tot hen ontbrak. Er is geen ongeluk noch enig kwaad dat degenen met volledige bevatting groter achten dan dit tekort aan perfectie. Zij zullen er daarom voor kiezen om deze middelen in aantal te doen toenemen en onbuigzaam te zijn met betrekking tot al hun aspecten. Zij zullen geen rust of vrede vinden door de zorg dat zij mogelijk iets ontberen wat hen naar de perfectie die zij wensen, kan leiden. Zoals door Koning Salomon, moge vrede met hem zijn, werd gezegd (Spreuken 28:14): “Gelukkig is de mens die altijd vreest”. Onze wijzen (Berachot 60a) interpreteerden deze verklaring als toepasbaar op het gebied van Thora. Het kenmerk waarnaar deze graad van verworvenheid leidt, wordt angst voor zonde genoemd, een kenmerk welke een van de hoogste niveaus om te bereiken omvat. Zijn bedoeling is dat een mens constant bevreesd en bezorgd is opdat hij niet een spoor van zonde herbergt die hem afhoudt van de perfectie die hij verplicht is na te streven. Betreffende dit zeiden onze wijzen overeenkomstig (Bava Batra 75a): “Dit leert ons dat iedereen verbrand wordt door het baldakijn van zijn buur”. Het is niet jaloezie dat hier de werkzame factor is (want jaloezie, zoals ik met de hulp van het heelal later zal uitleggen, wordt enkel bij degenen die bevatting missen tegen gekomen) maar eerder het feit dat hij zichzelf ziet als iemand die een niveau tot verkrijging van perfectie mist, een niveau dat hij net als zijn buur had kunnen bereiken. Indien hij, die volledige bevatting bezit, zich met dit denkproces bezig houdt, zal hij zeker niet tekort schieten in het waakzaam zijn bij zijn daden.

Op de juiste weg [03]

DE STADIA VAN WAAKZAAMHEID

~Rabbi Moshe Chaim Luzzatto

Iemand die over zichzelf wilt waken moet twee dingen in overweging nemen. Ten eerste moet hij overwegen wat het ware goed vormt dat een persoon zou moeten verkiezen en wat het ware kwaad waar hij van zou moeten vluchten; en ten tweede moet hij zijn handelingen overwegen om te ontdekken of zij tot de categorie goed of kwaad behoren. Dit is zowel van toepassing wanneer er sprake is van een specifieke handeling als wanneer daar geen sprake van is. Wanneer er sprake is van het uitvoeren van een specifieke handeling, dan zou hij niets moeten doen voordat hij zijn handelingen in de weegschaal van het bovengenoemde begrip heeft afgewogen.

En wanneer zo‟n kwestie er niet is, zou het idee de vorm aan moeten nemen dat hij zichzelf de herinnering, van zijn daden in het algemeen voor de geest haalt en ze evenzo weegt in de weegschaal van dit criterium, om wat zij aan kwaad bevatten zodanig te elimineren, dat hij het terzijde kan leggen, en het goede opdat hij er standvastig in kan zijn en zichzelf erin kan sterken. Indien hij iets in hun vindt dat kwaad is, zou hij moeten overwegen, en pogen te beredeneren, welk plan hij zou kunnen gebruiken om zich van dat kwaad af te keren en zichzelf er van te zuiveren. Onze wijzen hebben dit ons in hun verklaring geleerd (Eruvin 13b): “Het zou voor een mens beter zijn om niet geschapen te zijn. Maar nu dat hij geschapen is, laat hem zijn daden onderzoeken”. Anderen zeggen: “Laat hem zijn daden „voelen‟.” Het moet gezien worden als twee versies die twee solide weldoende uitlatingen omvatten. Want “onderzoek” van zijn daden verwijst naar een onderzoek van zijn daden in het algemeen en het overwegen van hen om vast te stellen of zij mogelijkerwijs geen bepaalde handelingen bevatten die niet uitgevoerd zouden moeten worden, die niet in overeenstemming met G‟ds voorschriften en Zijn wetten zijn; iedere zodanige handeling moet compleet worden uitgeroeid. Echten, “gevoel” impliceert het onderzoeken van de goede handelingen zelf, om vast te stellen of zij enig aspect met zich meebrengen welke niet goed is of enig aspect van het kwaad waarvan het nodig is om die te verwijderen en uit te roeien. Dit is in overeenstemming met het gevoel van een mens bij het onderzoeken van een kledingstuk of het materiaal goed en sterk is of zwak en vergaan. Met hetzelfde respect moet hij zijn handelingen “voelen” door hen te onderwerpen aan een heel diepgaand onderzoek om hun aard vast te stellen, zodat hij mogelijkerwijs vrij blijft van elke onzuiverheid.

Op de juiste weg [02]

HET KENMERK VAN WAAKZAAMHEID

~Rabbi Moshe Chaim Luzzatto

Het begrip van waakzaamheid betekent dat een mens in zijn handelingen en ondernemingen voorzichtigheid betracht; dat wil zeggen, zijn handelingen en zijn gewoonten gadeslaat en overweegt, om vast te stellen of zij al dan niet goed zijn om zodoende zijn ziel niet bloot te stellen aan het gevaar van vernietiging, G‟d behoede. En niet voort te gaan volgens de impulsen der gewoonte zoals een blind mens in totale duisternis. Dit wordt van de intelligentie van de mens verlangd. Het feit in overweging nemende dat een mens de kennis en de redelijke mogelijkheid heeft om zichzelf te redden en voor de vernietiging van zijn ziel te vluchten, is het dan denkbaar dat hij zichzelf opzettelijk zou verblinden voor zijn eigen redding? Er is zeker geen degradatie en dwaasheid erger dan dit. Een mens dat dit doet is lager dan beesten en wilde dieren, wiens natuur het is om zichzelf te beschermen en te vluchten en weg te rennen van alles dat hen in gevaar lijkt te brengen. Iemand die op deze wereld is zonder te overwegen of zijn manier van leven goed of slecht is, is als een blind mens die langs de kust loopt, in groot gevaar is, en wiens kans om te verdwalen veel groter is dan zijn kans om gered te worden. Want er is geen verschil tussen natuurlijke blindheid en zelfopgelegde blindheid, waarbij het sluiten van de ogen een daad van wil en verlangen is.

Jeremia klaagt over het kwaad van de mensen van zijn generatie, dat zij behept zijn met deze bezoeking, met het sluiten van hun ogen voor hun handelingen en hun mislukking om ze te analyseren om vast te stellen of zij zich er mee in moeten laten of ze moeten opgeven. Hij zegt over deze mensen (Jeremia 8:6): “Niemand heeft spijt van zijn vergrijp, zeggende… Zij veranderen net zo snel van richting als een paard die op zijn overwinning afkoerst“. Hij zinspeelt hier op hun voortgaan op de impulsen van hun gewoonten en manieren zonder zichzelf tijd te geven om hun handelingen en manieren te evalueren, met als resultaat het in kwaad vervallen zonder het op te merken. In realiteit is dit een van de schrandere listen van de kwade neiging - om de druk onverbiddelijk op te voeren tegen de harten van de mensen zodat zij geen vrije tijd gelaten wordt om het type leven dat zij leiden in overweging te nemen en te observeren. Want de kwade neiging beseft dat indien zij zelfs maar vluchtig aandacht zouden schenken aan hun wijze van handelen, zij ongetwijfeld onmiddellijk zouden aanvangen met het hebben van berouw over hun daden en die spijt zou in hen toenemen tot zij helemaal met zondigen zullen ophouden. Het is deze overweging die achter de raad van de kwaadaardige Farao in zijn verklaring lag (Sjemot 5:9), “Verhevigt de arbeid van de mensen…” Zijn intentie was niet alleen om hen van alle vrije tijd te beroven, zodat zij niet in opstand zouden komen of tegen hem zouden samenzweren, maar hij streefde ernaar om hun harten van alle gedachten te ontdoen door middel van de voortdurende eindeloze aard van hun arbeid.

Op de juiste weg [01]

DE PLICHT VAN DE MENS IN DE WERELD

~Rabbi Moshe Chaim Luzzatto

De basis van altruïsme en de wortel van perfectie van de dienst aan G‟d, bestaat daaruit dat een mens helder gaat zien en de aard van zijn plicht in de wereld en het doel waarnaar hij zijn visie en zijn streven zou moeten richten, als een waarheid erkent, in al zijn werk, alle dagen van zijn leven.

Onze wijzen hebben ons geleerd dat de mens geschapen is met als enig doel vreugde in G‟d te vinden en genoegen te verkrijgen van de pracht van Zijn Aanwezigheid; want dit is ware vreugde en het grootste genoegen dat ontdekt kan worden. De plaats waar deze vreugde werkelijk kan worden verkregen is de Toekomstige Wereld, die uitdrukkelijk hiervoor werd geschapen; maar het pad naar het doel van onze verlangens is deze wereld, zoals onze wijzen, hun nagedachtenis zij ons tot zegen, hebben gezegd (Spreuken der Vaderen 4:21): “Deze wereld is als een doorgang naar de Toekomstige Wereld”. De middelen die een mens naar dit doel leiden zijn de voorschriften, zoals ons werd opgedragen door de Eeuwige, gezegend is Zijn Naam. De plaats om de voorschriften na te leven is slechts in deze wereld. Daarom werd de mens eerst in deze wereld geplaatst - zodat hij door deze middelen, die voor hem hier aanwezig zijn, in staat zou zijn de plaats die voor hem bereid is, de Toekomstige Wereld, te bereiken, om daar verzadigd te worden met de goedheid die hij door hen heeft verkregen. Zoals onze wijzen hebben gezegd (Eruvin 22a): “Vandaag de voorschriften naleven en morgen het ontvangen van hun beloning.” Wanneer u zich verder in de kwestie verdiept, zult u zien dat enkel vereniging met G‟d ware volmaaktheid brengt, zoals Koning David heeft gezegd (Psalm 73:28): “Maar mij aangaande, het is mijn goed nabij G‟d te zijn,” en (Psalm 27:4): “Ik vroeg één ding aan G‟d en daar streef ik naar - om alle dagen van mijn leven in het huis van G‟d te wonen.” Want enkel dit is het ware, en alles behalve dit wat de mensen goed achten, is enkel leegte en misleidende nietswaardigheid. Om dit goed te bereiken, is het zeker passend voor een mens dat hij eerst werkt en in zijn inspanningen volhardt om het te verkrijgen. Dat wil zeggen dat hij zou moeten volharden, om zichzelf te verenigen met de Gezegende, door middel van handelingen die hierin resulteren. Deze handelingen zijn de voorschriften.

De Heilige, Gezegend is Hij, heeft de mens in een plaats gezet waar er vele factoren zijn die hem verder van de Gezegende verwijderen. Dit zijn de aardse verlangens die, indien hij ernaar toe getrokken wordt, veroorzaken dat hij verder weg raakt en het ware goede verlaat. Het wordt dan beschouwd, alsof de mens werkelijk in het midden van een razende strijd is geplaatst. Want alle aangelegenheden in de wereld, of ze ten goede of ten kwade zijn, zijn beproevingen voor een mens: Armoede aan de ene kant en rijkdom aan de andere, zoals Salomon heeft gezegd (Spreuken 30:9): “Opdat niet ik er genoeg van krijg en ontken, zeggende: Wie is G‟d? of opdat ik niet verarm en steel.” Sereniteit aan de ene kant en lijden aan de andere, zodat de strijd van alle kanten tegen hem woedt. Indien hij moedig is, en aan alle kanten zegeviert, dan zal hij de “Hele Mens” zijn, die erin zal slagen zichzelf met zijn Schepper te verenigen. En zal hij de doorgang verlaten en het Paleis binnen treden, en stralen in het levenslicht. Voor zover hij zijn kwade neiging en zijn verlangens heeft onderworpen en teruggetrokken van die factoren die hem verder van het goede wegtrekken en zich inspant om ermee verenigd te worden, in zoverre zal hij het verkrijgen en er vreugde in vinden.